maandag 21 januari 2013

Negers, zigeuners en Hottentotten

Dit is nu zo'n opmerking in Schaduw van de werkelijkheid die vraagt om nadere uitwerking: dat het verbieden van negerzoenen is bedacht door een rasechte rassist.

Voor mij, groot bewonderaar van indianen, is de naam "indiaan" een erenaam; een naam die de hedendaagse indianen in Noord-Amerika eigenlijk niet meer verdienen, maar die door hun roemrijke voorouders zozeer is geheiligd dat hij in eerste instantie slechts gunstige associaties oproept. Voor anderen heeft het woord "indiaan" echter een negatieve klank en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat die wordt veroorzaakt door een afkeer van hetzij de hedendaagse, hetzij de vroegere, hetzij alle indianen. Wie een betere verklaring weet mag reageren.

Hetzelfde geldt voor negers. Voor een rassist die een neger als minderwaardig beschouwt ten opzichte van hemzelf – vrijwel ongetwijfeld een blanke – of iemand die teveel in de nabijheid van dit blanke gespuis verkeert zal het woord "neger" een ongunstige klank hebben. Het zij genoeg er hier aan te herinneren dat het scheldwoord voor neger "nikker" luidt, of "zwarte" –ziehier een spiegel om uzelf nader te beschouwen. En wees eerlijk: een 'bleekgezicht' mist iets.

Om de één of andere reden zijn zigeuners de eeuwen door in het verdomdenhoekje gezet en zodoende verschuilen ze zich tegenwoordig onder de naam "Roma" – maar is dat nodig? De Sinti zullen hier minder blij mee zijn. En zelfs al zou het woord "zigeuner" een ongunstige herkomst hebben, dan nog hangt de bijklank af van je eigen instelling.
Met Hottentotten is het geval nog duidelijker. Hun naam danken ze aan hun karakteristieke taal en is een soort klanknabootsing daarvan, wellicht grappig bedoeld. Vervolgens zijn ze gediscrimineerd als een minderwaardig ras en nu wordt hun naam verbonden aan dat verleden en als pejoratief beschouwd – een lesje logica zou op z'n plaats zijn.
De Bosjesmannen zijn er al niet veel beter aan toe. Goed, misschien is die naam oorspronkelijk wat denigrerend bedoeld, maar waarom zouden wij, verlichte westerlingen, nog steeds neerkijken op deze oudste bewoners van zuidelijk Afrika en dus hun naam als neerbuigend ervaren? Onder ons bevinden zich ook mensen die liefst in bosachtig gebied wonen, of aan zee, of in de stad – de één is niet minder dan de ander. Vraag het anders aan henzelf; grote kans dat ze liever Bosjesman genoemd willen worden dan San = buitenstaander.

Een mens zou moedeloos worden van dit kansloze gebedissel van zelf-ontkende rassisten en terecht behoefte krijgen aan troost in de zoen van een negerin; of anders een negerzoen, maar waar kun je die nog krijgen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen