maandag 6 mei 2013

De leeuw en de olifant (2)

Het is nacht op de savanne van Midden-Afrika. Volslagen donker is het niet, want een bijna volle maan werpt haar schijnsel over vlakten van golvend grasland en donkere kreupelbosjes. Dat licht is ruim voldoende voor vele groepen grazers om de nachtelijke uren niet onbenut te laten. En als de grazers wakker zijn, dan ook de rovers.

Geeuwend rekt een groepje leeuwinnen zich uit in de dekking van wat doornstruiken. Ze zijn met hun vijven. De leeuw die de troep compleet maakt bevindt zich op dit ogenblik buiten het gezichtsveld. De slaap heeft de leeuwinnen goed gedaan, maar nu beginnen ze honger te voelen. De laatste antilope is al geruime tijd geleden over de leeuwenmagen verdeeld en het wordt tijd om uit te kijken naar nieuwe prooi: een zebra, een buffeljong of wat zich maar laat overmeesteren en verslinden.
De eerste leeuwin staat op en rekt zich uit. Traag volgen de andere haar voorbeeld, totdat de eersten naar de rand van het open veld sluipen om te zien wat er deze nacht op hen wacht. Kilometers verder, dankzij het maanlicht nog juist zichtbaar op de open vlakte, graast een grote kudde wildebeesten. Verder lijkt de savanne verlaten, totdat de grond begint te trillen, zacht, maar stilaan duidelijker waarneembaar voor de geoefende leeuwenzintuigen. Dan maakt een donkere omtrek zich los uit de schaduw van enkele acacia’s. Een kleine afdeling van een olifantenkudde betreedt het jachtveld van de leeuwen. Als op een teken sluipen de leeuwinnen op de grootvoeten toe, om hun kansen in te schatten. Met een omtrekkende beweging naderen ze de kleine kudde van verschillende kanten. Binnen enkele ogenblikken hebben ze hun slachtoffer gekozen: een jong dier dat nog niet de volwassen afmetingen heeft bereikt en nog onervaren is. Als de leeuwen dit jong weten te isoleren kunnen ze zeker zijn van hun prooi.

Dan dreunt een huiveringwekkend gebrul door de nacht – de leeuw heeft zich bij zijn wijfjes gevoegd. De olifanten horen en ruiken hun vijanden angstwekkend dichtbij en slaan op de vlucht. De leeuwen hebben hen echter snel omsingeld en zaaien verwarring in de groep. Het duurt niet lang voordat het kalf van zijn moeder wordt gescheiden en wordt geïsoleerd van de kudde. Onmiddellijk springt één van de leeuwinnen op de rug van het olifantenjong en bijt zich vast in zijn nek. De andere vallen het kalf van bezijden aan, terwijl ze de inmiddels tot staan gekomen olifanten op een afstand houden. Gezamenlijk dringen die echter steeds sterker op, waardoor de leeuwen hun prooi dreigen te moeten loslaten. Als een olifantkoe een uitval waagt worden leeuwinnen gedwongen het jong los te laten, maar als de koe zich daarop terugtrekt pakken ze opnieuw hun kans. Uiteindelijk lijken de olifanten erin te slagen het jong in hun midden in veiligheid te stellen, maar dan verschijnt de leeuwenman ten tonele. Met een woeste grauw valt hij de leidende olifantkoe aan, die daartegen niet bestand is en op de vlucht slaat, gevolgd door de andere koeien. Het jong raakt achterop, verzwakt door pijn en bloedverlies.

Plotseling dreunt echter de grond onder de aanstormende poten van een olifantstier die de kudde op een afstand vergezelde. De koeien horen dit, staken hun vlucht en keren zich om naar hun belagers. De indrukwekkende verschijning van de reusachtige bul doet de leeuwinnen terugdeinzen. Maar de machtige leeuw laat zich niet afschrikken en zet zich schrap voor de aanval. Intussen heeft de stier zich tussen het jong en de leeuwen geplaatst, waarmee hij zichzelf tot doelwit maakt.
Dreigend halen de leeuwinnen uit naar zijn voorpoten, maar moeten keer op keer terugspringen om de slagtanden te ontwijken. Ongemerkt is de leeuw echter om de olifant heen geslopen naar diens kwetsbare achterzijde en dan waagt hij de sprong. Beet! De leeuwenmuil heeft zich vastgebeten in een achterpoot van de stier en weigert los te laten. Steeds vaster bijten de leeuwentanden zich in de olifant en terwijl nu van alle kanten de leeuwinnen opdringen is het einde nog slechts een kwestie van tijd.

Dan heft de stier zijn poot en met een onverwachte wending stoot hij de leeuw tegen de grond – en verplettert zijn kop. Meteen draait de woedende bul zich om en stoot een slagtand door het kronkelende lichaam van de leeuw, die een laatste brul uitstoot en sterft. De leeuwinnen vluchten van het slagveld en de olifanten zijn gered, het jong veilig in hun midden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen