maandag 15 februari 2016

Schepping en evolutie (18): Minderwaardigheidscomplex? [a]

Aapmensen

,,Goeiendag, die uitspraken liegen er niet om. Maar goed, volgens jou is de mens apart geschapen. Hoe kan het dan dat er tal van overgangsvormen zijn opgegraven die toch wel een duidelijke ontwikkeling laten zien van aapachtige naar moderne mens?”
,,Daar moesten we het inderdaad nog over hebben. Wat hebben we in de aanbieding? Een reeks uitgestorven primaten, geplaatst in een stamboom met onderin geslachten als Sahelanthropus, Orrorin, Ardipithecus en Australopithecus en hogerop zijtakken met Paranthropus en de naar onze eigen Homo sapiens leidende Kenyanthropus en Homo-soorten.
,,Hoeveel hiervan is wetenschap, hoeveel wensgedachte? Dan hoef je nog niet eens te denken aan fraude zoals met de Piltdown-mens. Australopithecus-soorten zouden rechtop gelopen hebben, zo wordt algemeen beweerd – mede op grond van ‘3 miljoen jaar oude’ voetsporen die vanwege die leeftijd niet van mensen kunnen zijn – en zo suggereert ook het Nederlandstalige Wikipedia-artikel nog. Op de Duitse versie wordt echter uitgelegd dat deze zienswijze achterhaald is. Wel wordt Australopithecus hier nog beschouwd als voorouder van de Homo-soorten, maar dat wordt inmiddels door steeds meer paleoantropologen in twijfel getrokken. Zo beschouwt Charles Oxnard het geslacht als een uitgestorven, unieke tak van primaten die verder van moderne mensen en moderne apen af staat dan die twee van elkaar. Dit is nu ook wat creationisten steeds hebben gezegd: Australopithecus is een uitgestorven apengeslacht, terwijl Homo­­-soorten echte mensen waren, dus ook de onlangs in Zuid-Afrika gevonden Homo naledi. Denk aan de Neanderthalers, die lang als een aapmens werden beschouwd maar inmiddels niet onderdoen voor andere steentijdmensen, alleen leden aan een gebreksziekte. Ook Homo erectus werd waarschijnlijk vertegenwoordigd door een wat armzalige groep mensen; hun gemiddelde schedelinhoud is kleiner dan van de moderne mens, maar er is enige overlap. Bovendien wordt meer dan vijfentwintig procent van zijn bottenverzameling gedateerd op minder dan 12.000 jaar, terwijl hij 300.000 jaar geleden uitgestorven zou zijn. De bekende paleoantropoloog Wolpoff vermoedt zelfs dat alle Homo-soorten onder Homo sapiens zouden moeten vallen.
,,Homo habilis betreft slechts enkele te vage vondsten voor een zinnige classificatie, en  Hesperopithecus en waarschijnlijk Orrorin evenzo. Hoe onzeker de hele paleoantropologie is blijkt ook wel uit het feit dat niet alleen soorten, maar ook sommige genera omstreden zijn; zo zou Ramapithecus (een aap) identiek kunnen zijn met Sivapithecus, waarbij de eersten de vrouwtjes en de laatsten de mannetjes zouden zijn. Kortom: de menselijke stamboom wordt voor paleoantropologen een steeds groter raadsel.”
,,En hoe komt het volgens jou dan dat mens en chimpansee zoveel genetische overeenkomst hebben als ze geen gemeenschappelijke voorouder zouden hebben?”
,,Vermoedelijk denk jij aan de ‘minder dan 2%’ die werd gesuggereerd. Mag ik je dan uit de droom helpen en opmerken dat nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat het werkelijke verschil zo’n 8,5% is, en zich juist grotendeels op kritische plaatsen in het genoom bevindt? Daarbij kunnen de genetische verschillen tussen mensenpopulaties oplopen tot 12%. Het is trouwens maar hoe je het meet: volgens recent onderzoek blijkt het genoom van Mens en Huismuis voor slechts 1% te verschillen. De al dan niet ironische conclusie van een Volkskrant-journalist luidt dan ook dat wij dus niet veel meer zijn dan muizen zonder vacht en staart…
,,Maar misschien voedt dit een minderwaardigheidsgevoel wel al te veel, dus houden we vast aan het grote apenverhaal; de aanwijzingen dat de menselijke geest – denk aan spraak en taal, liefde en haat, verdriet en hoop, kunst en schoonheid, denkvermogen (ook over niet-bestaande zaken), moraal en wraak, wilskracht en intuïtie, voorgevoelens en telepathie, mystieke ervaringen en paranormale krachten – uniek is en onafhankelijk van het brein functioneert, zijn nog niet overtuigend genoeg natuurwetenschappelijk hardgemaakt. Het is gek, maar de vondst van een nieuwe aapmens krijgt veel meer aandacht dan een latere mededeling dat het toch een apenschedel betrof. Op één of andere manier willen mensen graag in dit apenverhaal geloven, ondanks dat het zoals ik aan het begin zei een soort minderwaardigheidscomplex is.”
,,Zo beschouwen de meesten het dan ook niet.”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen