maandag 13 februari 2017

Moderne dichtkunst

Mogelijk heb je het stukje van 7 maart gelezen en daar een Duitstalig citaat van wijsgeer Spengler gezien. Hopelijk begrijp je Duits, maar voor als dat niet het geval is hierbij een zinsnede: "Onder de ingenieurs van de eerste de beste machinefabriek vind je meer intelligentie, smaak en karakter dan in de hele hedendaagse Europese kunst."
Krasse taal. Maar terecht voor wat betreft de moderne kunst (bv. Karel Appel en consorten in de schilderkunst, en de atonale stroming in de klassieke muziek); inmiddels zijn er ook componisten en beeldend kunstenaars die teruggrijpen op oude vormen, want een echte kunststroming is er eigenlijk niet meer (het destructieve geknoei van het modernisme was de laatste van ons Avondland).
Ook de dichtkunst is een kunststroming. En ook die is in de twintigste eeuw gedegenereerd. Het is waar, gedichten kun je vandaag de dag aantreffen in alle soorten en maten, ook goede die nog de kenmerken uit de hoogtijdagen van onze cultuur hebben bewaard, maar het typische moderne gedicht is metrum- en rijmloos.
Laten we (de muziek indachtig) eerst eens naar liedteksten kijken.

Het is de combinatie van binnen- en eindrijm die Valerius' oude lied Merck toch hoe sterck nu in ’t werck sich al steld’ zo sterk maakt. In hedendaagse muziek geldt hetzelfde. Hoeveel blijft er over van de betovering van Femke Ouboters Dat ik je mis of van Kees Kraaijenoords God of the moon and the stars zonder rijm?
Het rijm in een liedje als Witsand van Stef Bos hapert, maar dat wordt nog net niet echt storend, al biedt die hapering zeker geen meerwaarde; in Boeregeneraal van de groep Wild Horse doet het echter duidelijk afbreuk aan het overigens mooie nummer.
Overigens kan rijmdwang – hoewel het de teksten van Drs P. juist sterk maakt – een liedtekst verzwakken. Als je al kun voorspellen dat na "mensen" de volgende regel zal eindigen op "wensen", dan is de rijm een stoplap en is er sprake van rijmelarij in plaats van dichtkunst. Daarentegen getuigt het creatieve rijm in talloze liedjes van Ellie en Rikkert van kunstzin.

Kortom: rijmelarij is geen dichtkunst, maar rijmloze dichtkunst is in de meeste gevallen weinig of niets beter.
Misschien zeg je – ik hoop het niet, maar het zou kunnen –: je zou het over niet over muziek hebben maar over gedichten. Vooruit dan. Ook buiten de muziek komt immers dichtkunst voor.
Ik pluk een willekeurige naam van het internet – Robin Kerkhof – die ik model laat staan voor een grote groep. Of hij één van de groteren is weet ik niet (al beweert hij zelf dat het werk van hem, Geert Zomers, Frans Terken en anderen het beste is wat de moderne poëzie te bieden heeft), maar ik ga niet beweren dat hij geen verstand van taal heeft, evenmin als ik beweer dat iemand als Willem Jeths geen verstand van muziek zou hebben.
Naar de gedichten van Kerkhof op de aangegeven internetpagina. 'Oorlogsweduwe' – de gedachte is mooi, maar de vorm hapert. Ik bespeur in de eerste twee regels een metrum (dactylus), maar dan stokt het al. Er is een poging gedaan tot eindrijm, maar in twee van de vier strofen is het mislukt. Misschien dat ik een paar stijlfiguren mis, maar klinker- of medeklinkerrijm vind ik niet.
'Zonder titel' – hierin is zelfs geen poging gedaan een metrum of rijm aan te brengen, en het zou me verbazen als een beetje veertienjarige een gedicht als dit niet had kunnen schrijven; het enige sterke punt zijn de tegenstellingen (antithese/paradox).
Voor de rest kun je het nu zelf. Wat heet nog dichtkunst? Wel, dit: regels en bladzijden slechts gedeeltelijk volschrijven. 'Welkom in Nederland', om een willekeurig 'gedicht' van "dichter des vaderlands 2016" Anne Vegter te nemen, bevat enkele diepe gedachten, maar ik zie niet in waarom het een gedicht moet heten; in goed geschreven proza kan hetzelfde. Verwoord een mooie gedachte, een gevoel of associatie, knip je regels in stukjes, en ziedaar: een modern gedicht. De nieuwe "dichter des vaderlands", Ester Naomi Perquin, brengt ten minste een metrum aan in haar gedichten, maar ook hier is de degeneratie van de dichtkunst duidelijk waarneembaar.

Kortom: als dit het beste is wat de moderne poëzie te bieden heeft is de uitspraak van Spengler daarop dubbel en dwars van toepassing. Als mensen als Kerkhof al talent hebben verknoeien ze dat deerlijk.

Ter vergelijking en afsluiting laat ik hier een echt gedicht volgen, qua inhoud mooi van toepassing op de weersomstandigheden van de afgelopen dagen.

Winterstilte
 
De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witten rijp beijzeld.
 
De boom houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
't Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.
 
De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwijgend tooverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootsche, stille wonder.

Jacqueline van der Waals (gepubl. 1909)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen