maandag 24 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 9)

Afgelopen april verscheen in het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet een artikel van geneticus dr P. Borger getiteld "De oertijdcode".
Op zaterdagavond 17 december 1988 kwam de Zwitserse tv met een opmerkelijk verhaal. Chemicus Guido Ebner en zijn assistent Heinz Schürch toonden een Tongvaren, maar dan zo groot als alleen bekend uit steenkool. Hoe kwamen ze daaraan? Wel, zelf gekweekt door sporen van Mannetjesvaren bloot te stellen aan een elektromagnetisch (elektrostatisch) veld. Op diezelfde wijze hadden ze maïsplanten gekweekt met 10-12 kolven per stengel (i.p.v. de gebruikelijke 1-3), die beter bestand waren tegen ziekten. En niet alleen planten; ook hadden ze eitjes van de Regenboogforel in het elektrostatische veld gelegd, met als uitkomst een forel die groter, schuwer, sterker en wilder was en een net als een zalm een vooruitstekende onderkaak bezat – kortom: een al 150 jaar uitgestorven oerforel. Opmerkelijk was verder dat de 'nieuwe oersoorten' na 3 of 4 generaties hun bijzondere kenmerken weer verloren en 'terugvielen' in de gewone Mannetjesvaren, Maïs dan wel Regenboogforel.
De scheikundigen hadden destijds geen verklaring voor de waarnemingen, maar gingen door met hun kweekproeven, waarvoor hen patent werd verleend (tot 1999), maar na een paar jaar verdween om onduidelijke redenen de aandacht voor het verschijnsel. Toch bleven de opvolgers van Ebner en Schurch hun ontdekkingen zien als veelbelovend en verantwoord alternatief voor genetische manipulatie en gewasbeschermingsmiddelen.
Borger verklaart de bevindingen als "epigenetische regulatie van genexpressie": de DNA-sequentie zelf verandert niet, maar de wijze waarop die tot uitdrukking komt verandert; simpel gezegd: er komt een andere verdeling van welke genen 'aan' staan (dus invloed uitoefenen) en welke 'uit' staan. Vermoedelijk zijn transposons (kleine stukjes DNA die kunnen verspringen) of vergelijkbare variatie-inducerende genetische elementen hiervoor verantwoordelijk. Hoe de activiteit van transposons precies wordt beïnvloed door elektrische velden is nog niet bekend, maar wel weten we dat hun activiteit wordt verhoogd door UV en andere straling, wellicht ook door straling van een magnetron. Tot zover Borger.

Een vrij lange uitweiding, maar een ook voor het graancirkelfenomeen interessante, omdat die een verklaring kan bieden voor de kweekproeven van Sjaak Damen en daarmee een elektromagnetisch element in het gebeuren bevestigt, een verklaring die (zoals gezegd) door Haselhoff werd aangedragen en aansluit op het werk van Burke, Levengood en Talbott (BLT Research Team, Michigan), de eersten die wetenschappelijk onderzoek deden naar biofysische afwijkingen van graancirkelplanten.

Er is echter nog een andere verklaring, die wordt verdedigd door Terence Meaden en anderen van het BLT Research Team: de plasmavortextheorie. Plasma is de vierde fase naast vast, vloeibaar en gasvormig: geïoniseerd. "Vortex" is het Engelse woord voor "werveling". Onder bepaalde omstandigheden kan plasma (elektrisch geladen lucht) in de atmosfeer (bijvoorbeeld in de ionosfeer) gaan wervelen, en naar beneden stoten. Dit gaat gepaard met sterke energie: een magnetisch veld en een soort microgolven. Volgens de theorie zou deze energie, wanneer zo'n wervelende plasmakolom naar het aardoppervlak stort, in een graanveld de gevonden veranderingen teweegbrengen: in het klein de buiging van graanstengels, vergrote of ontplofte knopen en soms verschroeide aren en andere sporen van hitte, alsmede een middels een redoxtest meetbare hoge concentratie vrije radicalen in de ('getraumatiseerde') planten; en in het groot de cirkels en andere structuren. Ook de vaak in graancirkels gevonden hoge concentraties meteorietstof (tot een factor 800 van wat gebruikelijk is) kunnen zo verklaard worden als meebracht vanuit de ionosfeer.

Janet Ossebaard combineert de twee theorieën als volgt:
Samenvattend kan gesteld worden dat – volgens de huidige wetenschappelijke theorie – het overgrote deel van de graancirkels worden gevormd door elektromagnetische puntbronnen die vrijkomen op het moment dat een plasmavortex (met een sterk elektromagnetisch veld en andere energievormen verwant aan microgolven maar tot op heden ongeïdentificeerd) vanuit de ionosfeer het aardoppervlak raakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen