zaterdag 21 april 2018

De kannibaal

Hij heeft een wat vreemde liefhebberij, waar hij niet mee te koop loopt. Hij is namelijk kannibaal, en dat wordt in zijn omgeving tamelijk weinig gewaardeerd.

Hij heeft echter één probleem, en dat is dat hij zijn liefhebberij maar zelden kan uitoefenen. Een heel enkele keer krijgt hij een stukje toegestuurd van een vriend die moordenaar is. Maar die moet daar erg voorzichtig mee zijn, omdat zijn hobby zo mogelijk nog minder op prijs wordt gesteld.
Doorgaans moet hij dus watertandend genoegen nemen met wat filmpjes en dergelijke, maar erg veel bevrediging schenkt dat niet, dat kun je begrijpen. Met afgunst kan hij soms lezen over Paoeaanse koppensnellers of andere menseneters. Die konden hun liefhebberij ten minste uitleven.
Bij zomerdag, als hij op het strand komt, staat hij soms te gunzen als hij daar tonnen mensenvlees ziet sudderen in de zon, als in een spetterende braadpan. Je snap wel dat zo’n liefhebber het water in de mond loopt bij de aanblik van zoveel heerlijks dat daar gaargestoofd wordt. Maar ja, hij kan er niks mee. Per slot is hij geen moordenaar, dat is zijn vak niet.

Maar nu heeft hij een geniale inval gekregen: hij moet eens gaan kijken bij een abortuskliniek. Het schijnt dat daar per week heel wat jonge mensjes worden doodgemaakt en weggegooid. Vaak heel klein, en dat is makkelijk om mee te nemen. Alleen is hij er nog niet achter hoe hij daar ongezien aan kan komen. Gaat het in vuilniszakken in de afvalbak, of met spoelwater het riool in? Hij zal nog wat onderzoek moeten doen, maar stellig kan hij in deze richting verderkomen. Een mens moet zijn lievelingsgerecht ten slotte vaker dan eens in de tien jaar kunnen proeven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten