maandag 4 november 2013

Dankdag



Is onze welvaart een zegen van God en dus reden tot dankbaarheid?

Deze week wordt traditiegetrouw in vele kerken Dankdag gevierd. Dankdag voor gewas en arbeid, heet het voluit. Op zich een goede traditie, gezien de geschiedenis. Maar wat is de betekenis ervan vandaag de dag?

Goed, boeren zijn nog min of meer afhankelijk van het weer, althans de akkerbouwers. Verkeerd weer veroorzaakt slechte oogsten en dat inkomstenderving. Vroeger maakte het welslagen van de oogst echter het verschil uit tussen rijkdom en armoede; misschien zelfs tussen overleven en verhongeren. Bovendien, hoeveel Nederlanders zijn er nog boer? En "arbeid", wat moet je je daarbij voorstellen? Het is ongetwijfeld al toegevoegd omdat een dankdag voor het gewas aan belang heeft ingeboet, inzonderheid om iets toe te voegen voor de velen die andere arbeid verrichten dan boerenwerk. Dan zou je dus moeten danken voor je baan en voor de gezondheid om je werk te doen; maar ook voor onze gezondheid zijn we lang niet meer zo sterk afhankelijk van God en de natuur.
Zulke overwegingen doen vele dominees besluiten het gewas en de arbeid te laten voor wat ze zijn en de dankdienst te wijden aan het geestelijke aspect: de vrijheid om de Bijbel te lezen en elke zondag samen te komen in de kerk om het Evangelie te verkondigen dan wel te horen. En wie ben ik om de waarde van deze dingen te ontkennen?

Hebben wij nog reden om een dankdag te houden? Reden te over, zou je zeggen: zie eens hoe goed wij het hebben, in vergelijking tot onze voorouders en tot de arme meerderheid van de wereldbevolking. Zeker, het is in ons geval niet realistisch om de nadruk te leggen op kleine narigheden. Hoewel ook ons leven geenszins geheel verlucht wordt door meidoorngeur en zonneschijn, is er reden genoeg om dankbaar te zijn, zo kun je uit de Bijbel wel opmaken.
Maar nu de vraag: is God de laatste eeuw ineens zoveel barmhartiger geworden, nu hier de meeste jonge kinderen blijven leven (althans na de geboorte) en er bijna geen vrouwen meer sterven in het kraambed? En aan wie hebben wij onze welvaart te danken? Aan God? Neen. Aan onze voorouders, aan ons gunstige klimaat en bovenal aan onze schandalige uitbuiting van de natuur en de Derde Wereld.
Sicco Mansholt vernachelde het platteland (en daarmee de natuur. Toen hij zijn vergissing inzag was het te laat). Het IMF houdt de rijke landen rijk en de arme arm. Houtkappers verwoesten de regenwouden omdat wij hardhout en palmolie willen. Supermarkten en consumenten (u dus!?) gooien een derde deel van het kostbare voedsel, voortgebracht ten koste van de natuur, weg. We zijn niet alleen bezig de natuur en de Derde Wereld de vernieling in te helpen, maar ook onszelf, zoals ik eerder betoogde. Niet bepaald een reden tot dankbaarheid.

Waar hebben we dan nog wel reden toe? Recht en gerechtigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God, leert de profeet Michajahoe. En Asaf roept ons op: "Doet recht geringe en wees; gebukte en verkommerde, rechtvaardigt die! Laat vrij geringe en arme; de hand van boosdoeners, redt ze daaruit!"
Dankbaarheid is een goede levenshouding, maar laat die dan vooral tot uiting komen in vrijgevigheid, in weldoen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen