maandag 18 november 2013

Paddenstoelen en hun naam (Eerste bedrijf)

Herfst is paddenstoelentijd. Dat is niet helemaal waar, want ook in lente en zomer en zelfs in de winter zijn er paddenstoelen; maar het najaar is toch wel het jaargetijde bij uitstek voor deze geheimzinnige wezens. De grote hoeveelheden gevallen loof moeten wel door schimmels afgebroken worden. Daar komt bij dat er in de herfst bijna altijd meer regen valt dan in de zomer, en nu de temperaturen nog redelijk zijn kunnen de zwammen zich voortplanten. Een paddenstoel is immers het vruchtlichaam van de ondergrondse schimmel.

Paddenstoelen zijn spreekwoordelijk voor de snelheid waarmee ze verschijnen. Dit, samen met hun eertijds onbekende leefwijze en herkomst en de geheimzinnige sfeer van een herfstbos heeft hen verdacht gemaakt, zodat zwammen eeuwenlang in verband werden gebracht met duivelswerk. Niet toevallig ontstaat een stinkzwam uit een duivelsei, groeien champignons in heksenkringen (denk aan heksendansen op 31 oktober, aan de vooravond van Allerheiligen) en kennen we heksenboleten, het Heksenschermpje, Heksenboter (een slijmzwam) en de weer daarop groeiende Heksenboterkorrelwebzwam (een woord voor Galgje, een spel met een al even duistere herkomst). Er bestaan zelfs een Duivelsbroodrussula en de (gelukkig zeldzame) Satansboleet.
Bovendien houdt het woord "paddenstoel" zelf verband met de hekserij. De vooral in het donker actieve pad met zijn giftige huid werd beschouwd als een dienaar van een heks, zelf een dienares van de duivel.
Iets vriendelijker zijn de sprookjes over paddenstoelbewonende kaboutertjes; en niet te vergeten de vriendelijke elfjes, die elfenbankjes benutten als zitplek en elfendoekjes om hun hals dragen. Kortom: vooral bij wat mistig weer waan je je in een herfstbos vol Nevelzwammen in een door goede en kwade geesten bezielde sprookjeswereld.


Toch zijn zwammennamen niet alleen boeiend voor sprookjesliefhebbers, maar ook voor taalliefhebbers. De Heksenboterkorrelwebzwam is niet de enige met een bijzondere naam. Denkt een sprookjeslezer bij het Kronkelsteeltjesmosschijfje misschien nog aan kaboutertjes, de Dennenvlamhoed wekt heel andere associaties. De Bosbrandvlamhoed maakt het zelfs nog een tikkeltje heftiger. Nog even en het hele bos staat in lichterlaaie, aangewakkerd door de Dennenvuurzwam. Niet alleen de dorre dennennaalden, maar ook de bloemen – Boterbloembrand! Zelfs de paddenstoelen branden, ook het Vlammend franjekelkje. Toch is het een fascinerend schouwspel, meent de Prachtvlamhoed. Maar dan doven de vlammen en op de geblakerde bosgrond blijven het Brandplekpunthoofdje, de Brandplekvaalhoed, de Brandplekfranjehoed, de Aangebrande kluifzwam, de Brandplekknotszwam, het Brandplekspikkelschijfje, de Kleine brandplekbekerzwam, de Zwarte vuurzwam en het Aangebrand hazenoor achter als stille getuigen. Met de Aangebrande gordijnzwam valt het doek en begint het tweede bedrijf.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen