maandag 30 maart 2015

De alfabetweter

Een alfabetweter is iemand die beweert betere woorden te weten dan tot nu toe met het alfabet zijn gemaakt – zoals ik, want ik heb bijvoorbeeld al jaren een schetsontwerp klaarliggen voor een bungelo, een kubuswoning hangend aan een zware staander-met-lift-en-overdekte-loopbrug of een woordenboek met dergelijke woorden. De alfabetweter van Ronald Snijders en Fedor van Eldijk is zo'n voorslagwerk, zoals het alfabetweterig heet. Dit boekje bevat teveel flauwe, beledigende en schunnige termen dan dat ik het u zou aanraden. Vooral die laatste categorie stoort me, want die geeft blijk van gebrek aan beschaving, zo niet intelligentie. Desondanks, op het gevaar af dat mij hetzelfde wordt verweten, wijd ik, eclectisch als ik ben, een bijdrage aan De alfabetweter, aangezien het ruim voldoende geniale nieuwe woorden en betekenissen biedt voor een boeiende selectie.

asymptootliegen, (asymptootloog, h. asymptootgelogen), heel dicht bij de waarheid komen.
bedremsel, (o.) -s, residu van het bedremmelproces.
beverkalmte, (v.), -s, aanwezigheid van een minder dan gemiddelde hoeveelheid bevers op een bepaalde plek: Er heerst ~ in mijn huiskamer, er zijn hoegenaamd geen bevers.
bijnaderinzichtelijk, (bn.), iets ~ maken, iets schrijven dat pas na twee keer lezen begrepen kan worden.
diurtyorschap, (uitdr.) het ~ uit handen geven, even niet meer de controle hebben over het ~.
driekwartsmaart, (m.) g.mv., 23 maart, 6 uur ’s ochtends.
eenspalt, (o.) -en, overeenstemming.
hirki-hirki, (m.) -‘s, hele slechte volksmenner. ‘Zo men je het volk niet, Enrico!’
illucifer, (m.) -s, is geen lucifer. Lijkt maar zo. →misverstandenstoker
ipap, (v.) -s, mobiele Brinta die je met je vingers moet roeren.
karnemachteld, (v.) -s, karnemelkmeisje, schilderij uit de zure periode van Johannes Vermeer.
keftehekker, (m.) -s, onbetaald schroefje of moertje.
kevertijd, (m.) -en, zeer kort moment, maar net lang genoeg om over de vloer onder je bed te schieten.
kinderlakker, (v.) -s, iem. die doffe kinderen glans geeft. →babylak
lampenkapvergunning, (v.) -en, toestemming voor het omhakken van lantaarnpalen.
moordnilap, (o.) nemordnilap, palindroom.
mozeseend, (v.) -en, eendensoort die niet kan zwemmen, omdat het water steeds opzijgaat.
natrapleuning, (v.) -en, vier meter [kan toch ook een andere lengte zijn? – Evert] leuning die voor de zekerheid doorloopt nadat de trap al is afgelopen, of opgelopen (in geval van resp. een trap omlaag of trap omhoog).
nooitblaffer, (m.) -s, (Vlaams) kat.
ossemptator, (m.) -en, voorwerp, zaak of situatie van voorbijgaande aard. →illatoriek
parasitamol, (v.) -len, ondergronds knaagdier dat teert op andermans medicijnen.
rijmwee, 1. (o.) g.mv., dichtregel waarin zowel de hoofdpersoon als de eindplank terugkeert, bijv.: ‘Hij ging naar huis / dan was hij weer thuis’, 2. (v.) -‘s, extra letter W om een niet-rijmende dichtregel toch te laten rijmen. Bijv.: ‘We gingen naar de zee / om lekker uit te waaien W’.
stopdonker, (o.) -s, kapot verkeerslicht.
trampolineair, (bijw.), sinusgolf[vormig – Evert].
vierkantredenering, (v.) -en, redenering die via vier haaks op elkaar staande en even ver uit elkaar liggende argumenten, terugvoert naar het uitgangspunt.
vuilnisbakfiets, (v.) -en, dat krijg je ervan als je de bakfiets voor neerzet, rij ‘m voortaan even achterom.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen