maandag 23 mei 2016

Handelsovereenkomst met Amerika (1)

Monsterverdrag

Misschien heb je het al gehoord of gelezen: er is een groot handelsverdrag tussen de EU en de VS in de maak, Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) geheten. De onderhandelingen daarover geschieden trouwens achter gesloten deuren.

Wat houdt het plan in?
TTIP moet het grootste handelsverdrag ooit worden; sinds 2013 wordt erover onderhandeld. Reguleerden eerdere handelsverdragen vooral im- en exportheffingen, TTIP en de Canadese overeenkomst Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) moeten naast het afschaffen van handelstarieven de verschillen in wetgeving en standaarden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan gelijktrekken. Het moet dus gemakkelijker worden goederen te verschepen die totnogtoe aan de overkant van de grote plas niet of nauwelijks mochten worden ingevoerd vanwege specifieke eisen.
Met TTIP zullen de EU en de VS de grootste vrijhandelszone ter wereld vormen.

Wie hebben er belang bij?
Onder de voorstanders bevinden zich in de eerste plaats overheden: de Amerikaanse resp. de Canadese en anderzijds de Europese, waaronder die van Nederland. Overigens zijn er onderlinge verschillen; zo is Duitsland vóór (o.a. om auto-export) en Frankrijk vooralsnog tegen. De belangen zijn van economische aard. Handel is winstgevend en in dit geval kunnen de verdragen miljarden euro’s opleveren aan beide kanten van de oceaan. Geld dat in de overheidskassen vloeit als inkomstenbelasting van grote bedrijven.
Die bedrijven vormen namelijk de andere groep belanghebbenden. Vooral multinationale, maar ook nationale ondernemingen zullen garen spinnen bij de slechting van in- en uitvoerbarrières. En dan moet je denken aan firma’s uit allerlei sectoren, hoewel de ene sector meer zal profiteren dan de andere. Zo kunnen baggeraars, scheepsbouwers en rederijen kansen verwachten – reden voor CU-SGP om vóór te stemmen – maar ook bedrijven die nu last hebben van belemmerende regels op ethisch gebied, zoals gentechnologiebedrijven. De vrees bij tegenstanders bestaat dat die grote, machtige firma's het Europese verbod op genetisch gemanipuleerd voedsel zullen laten opheffen doordat er dan toch al GM-spul uit Amerika komt; en ze zouden in geval van belemmerende regels torenhoge schadevergoedingen kunnen gaan eisen.

Voor wie is het minder gunstig?
Burgers kunnen via overheidsinkomsten een graantje meepikken van TTIP. Desondanks zijn het onder andere consumentenbonden die protesteren. Een veelgehoord bezwaar tegen de overeenkomst is voedselveiligheid; dat is echter een kwestie waarover ik me persoonlijk niet erg druk kan maken, zie dit bericht.
De tweede groep protesterenden wordt gevormd door derde-wereldorganisaties die vrezen dat landen in onder meer Afrika te lijden zullen hebben van Europees-Amerikaanse vrijhandel, tot een verliesfactor 5 ten opzichte van de grote winnaar, de VS.
De derde groep critici bestaat uit milieubeschermers. "Een beter milieu eindigt bij TTIP", luidt de slagzin van Milieudefensie. Decennialang hebben zij gestreden voor strenge milieu- en dierenwelzijnseisen in Europa, en met succes. In de VS gelden vele van die eisen echter niet, en Amerika lijkt ook niet bereid daar veel aan te veranderen. Milieudefensie wil daarom een referendum en organiseert een landelijke actiedag tegen de handelsverdragen.
Ten slotte zijn het boerenorganisaties die tegen het handelsverdrag zijn. Is de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) als geheel vóór vanwege de vergroting van de afzetmarkt voor zuivelproducten, zowel belangenverenigingen van melkveehouders als andere sectoren zijn tegen. Volgens de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en Dutch Dairymen Board (DDB) zal de handelsovereenkomst de definitieve nekslag voor gezinsbedrijven in de melkveehouderij betekenen. Zijn dus de meningen onder melkveehouders verdeeld, sectoren als de varkenshouderij zijn eendrachtig huiverig voor het verdrag. De varkenshouderij wordt namelijk al lange tijd gekweld door steeds strengere milieu- en dierenwelzijnseisen en daartegenover de laatste jaren verminderde belangstelling voor varkensvlees bij de consument die de prijzen dramatisch laag maakt; bedenk daarbij dat de boer zelf nauwelijks macht heeft en grote bedrijven als Ahold des te meer – en u begrijpt het al: steeds meer boerenbedrijven moeten het veld ruimen. Als daar nu ook nog concurrentie vanuit Amerika bij komt, dan is het einde in zicht, is de vrees.

"De vrees bestaat dat door hun goedkopere productiemethoden Amerikaanse producenten de Europese markt overspoelen met voedingsmiddelen die in Nederland niet mogen worden geproduceerd." Goedkopere productiemethoden – eindeloze lappen grond die ooit van de indianen en de Bizons zijn afgepikt.
Milieu- en dierenwelzijnsorganisaties enerzijds en boerenbelangengroepen anderzijds hebben een soort monsterverbond gesloten dat doet denken aan wat er gebeurt als een door twist verscheurd land door een buitenlandse mogendheid wordt aangevallen, zoals in 1345 toen graaf Willem IV van Holland optrok tegen Friesland. Even zetteden Schieringers en Vetkopers hun strijd opzij om gezamenlijk te vechten tegen de indringers; maar meteen na de nederlaag van de Hollanders laaide de Friese burgeroorlog weer op, heviger dan ooit tevoren. Het is te hopen dat de dreigende handelsovereenkomst een duurzame eensgezindheid tussen de boeren en de milieumensen zal bewerkstelligen; laten we lering trekken uit de geschiedenis.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen