maandag 16 mei 2016

Red een taal – red een mens

De Oost-Friezen in het noorden van Duitsland dreigen hun eigen taal te verliezen of actief de rug toe te keren. Vooral jongeren kiezen voor Nederduits waarmee ze in de hele streek, Hoogduits waarmee ze in het hele land, of Engels waarmee ze in de hele wereld terechtkunnen, zo las ik. En dat probleem – want dat is het; dat leg ik zo meteen uit – speelt niet alleen in Oost-Friesland, maar in de hele wereld. In Afrika, Azië, Amerika en Australië geven mensen hun stamtaal op ten gunste van de landstaal. En die landstaal kan tegelijkertijd een wereldtaal zijn, zoals Arabisch, Spaans, Frans of Engels. Het gevolg is dat plaatselijke talen in rap tempo verdwijnen, zelfs zo dat als de ontwikkeling geen halt wordt toegeroepen het gros van het aantal kleine talen binnen drie generaties verdwenen kan zijn, in streken als Paoea-Nieuw-Guinea wellicht binnen twee generaties, denkt Marian Klamer. Wij leven, zo stelde een groep Utrechtse taalwetenschappers vorig jaar, in de tijd van het "grote sterven der talen".

Ik noemde dat een "probleem". Lees eerst eens dit bericht, dan begrijp je het wellicht. Een taal laten uitsterven is zonde. Ann DeCraemer schrijft (met betrekking tot Vlaamse dialecten, maar het is universeel toepasbaar): "Het verlies van die variatie maakt ons als taalgebruikers allen een pak armer."
Ginny Naish schrijft in haar boek Kwetsbare talen dat bij indianen in de VS het besef begint door te dringen "dat verlies van de taal niet alleen maar verlies van erfgoed betekent, maar ook verlies van de essentie van hun bestaan". Helaas is dat besef op de meeste plaatsen nog niet doorgedrongen, of zijn tegenkrachten vele malen sterker. Zo schrijft Naish verder:
Er bestaan vele bedreigingen voor de talen in Zuid-Amerika. Hoewel er verscheidene programma's in het leven zijn geroepen ter bevordering van tweetaligheid en ter bescherming van de cultuur van deze inheemse groepen, is er door economische en sociale factoren nog steeds sprake van een grote migratiestroom van het platteland naar de stad.
Hierdoor vervreemden inheemse bevolkingsgroepen van hun thuis en hun tradities, en zijn ze geneigd een taal te gaan spreken die beter bij de sociale en mentale inrichting van hun nieuwe stedelijke omgeving past. Sommigen stappen over op een grotere inheemse taal zoals het Guaraní en het Aymara, maar vele anderen gebruiken het Spaans of Portugees nog als enige taal, keren hun inheemse wortels de rug toe en laten hun culturele identiteit voorgoed achter zich.
Het artikel waarnaar ik in de eerste alinea verwees sluit af met een overzicht van de vijf factoren voor taalbehoud of taalverlies: economisch, status, demografisch, steun en culturele verwantschap. De meeste komen in het bovenstaande citaat (over verstedelijking) terug.

Her en der, in alle werelddelen, strijden eenzame laatste sprekers voor het behoud van hun taal, slechts zelden met succes. Kwetsbare talen beschrijft een aantal aansprekende voorbeelden, zoals dit: De laatste twee sprekers van het Ayapaneco in Mexico hebben vanwege een ruzie al jaren geen contact meer met elkaar.
Maar er is één ontwikkeling die ik nog niet heb genoemd en die kan helpen voor ten minste een aantal talen het tij te keren.

Bijbelvertalers van Wycliffe en verscheidene andere organisaties zijn hard bezig mensen in afgelegen gebieden de gelegenheid te bieden de Bijbel in hun moedertaal te lezen of te horen.
-          ongeveer 7000 talen zijn er wereldwijd;
-          in 554 talen is de volledige Bijbel beschikbaar;
-          in 1333 talen alleen het Nieuwe Testament;
-          in 1045 talen slechts gedeelten van de Bijbel.
Dat betekent dat er maar liefst nog 3955 talen zijn waarin geen enkel Bijbelgedeelte beschikbaar is; het gaat om een half miljard mensen. Wel is er voor vijf miljard mensen de gehele Bijbel in hun moedertaal, maar voor 57% van het aantal taalgroepen wereldwijd bestaat nog geen enkel bijbelgedeelte en in de meeste gevallen evenmin andere teksten. Vaak gaan bijbelvertaling en alfabetisering namelijk hand in hand. Nu ga ik geen lans breken voor alfabetisering op zich, maar je had misschien al in de gaten dat dit stukje niet toevallig op Tweede Pinksterdag is geplaatst; misschien zag je al de verwijzing naar 2013.
Kijk, bijbelvertalers begrijpen ook wel dat het niet uitkan de Bijbel te vertalen in het Tuscarora, het Júma of het Ngawun, maar ze zien wel in hoe belangrijk het is mensen te kunnen aanspreken in hun moedertaal. Een pastor op het eiland San Andrés zei onlangs: Het feit dat we nu het Nieuwe Testament in onze taal hebben, betekent dat we ons niet langer tweederangs mensen hoeven te voelen. En daarom dit: 
Door bijbelvertalen worden talen levendgehouden en mensen (in geestelijke zin) levendgemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen