maandag 16 januari 2017

Jood onder de naties (12): Kan er vrede komen? [a]

Geen woord werd er gerept over de tienduizend doden vorige week in Noord-Syrië en Irak. Geen woord over de bruutheid van eigenlijk alle Arabische regimes in het Midden-Oosten. Nee, alles werd ondergeschikt gemaakt om Israël te kunnen veroordelen. Want als de Joden maar toegeven en hun land opgeven dan zou de echte vrede voor het Midden-Oosten, wellicht voor deze hele aardbol komen. (Roger van Oordt, juli 2016)

In de hele discussie rond het Palestijnse conflict dreigt één ding te worden vergeten: dat het slechts één, en misschien wel het kleinste, van de zes conflicten is die op dit ogenblik in het Midden-Oosten worden uitgevochten, naar een analyse van Yochanan Visser in De Tijden. Het belangrijkste is de oorlog tussen het Soennitische en het Sjiïtische blok, met een front in Irak (waar het Sjiïtische Iran invloed probeert te verwerven), in Syrië en in Jemen. Intussen spelen de oorlog tegen ISIL, het conflict tussen het Assad-regime en zijn tegenstanders, tussen soennitische rebellengroepen onderling en de strijd tussen Turkije en de Koerden. De Arabische lente is overgegaan in een islamistische winter, of liever: een bloedhete zomer.

Het conflict tussen Israël en de Arabieren, zo schrijft Visser, “verkeert al jaren in een status quo-situatie nadat de Oslo-akkoorden in feite waren opgeblazen door Yasser Arafat die de Tweede Intifada begon in september 2000.” En nu? Wil Israël vrede? Ja, betoogt Hans Jansen, vrede is reeds sinds 1948 het doel. Hoewel er ook onder de Israëli’s duiven en haviken zijn, benadrukt Ouweneel. Volgens velen is Netanjahoe zo’n havik; maar ik geef hem geen ongelijk. Al te velen van zijn voorgangers hebben, met de beste bedoelingen, de Israëlische positie uitgehold door toe te geven aan een vijand die niet op vrede uit is.
Wat het Israëlische regeringsbeleid ook is, het is altijd fout. Ouweneel:
(…) wie zou hier graag in de schoenen van de Israëlische minister-president willen staan? Als Israël de bezette gebieden niet zal teruggeven, zal uiteindelijk bijna de hele westerse wereld zich tegen Israël keren. Als Israël die gebieden wel zal teruggeven, zal het als het ware een moordzuchtige buurman uitnodigen de helft van het eigen huis te komen bewonen.
Voor mij is het een belangenafweging: heilige islamitische grond versus thuishaven voor Joden; en het laatste weegt me zwaarder.

Willen de Arabieren vrede? Nee, bewijst Hans Jansen. “Geen erkenning, geen onderhandelingen, geen vrede.” Slechts onder één voorwaarde kan er volgens orthodoxe moslims vrede komen: als heel de wereld tot dar-al-islam is gemaakt. Hoe die vrede eruitziet kun je nu zien in Irak, Syrië en Jemen.
Kinderen in Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Syrië, Egypte en de Palestijnse gebieden krijgen meer les in jihad dan in vrede, zo maken de daar gebruikte schoolboeken duidelijk. Hen wordt vroeg geleerd dat elke moslim bereid moet zijn om te doden en gedood te worden voor Allah.
Gelukkig zijn er gunstige uitzonderingen, lichtstraaltjes van hoop. De Palestijnse onderwijzeres Hanan al-Hroub leert kinderen het geweld dat ze zien niet over te nemen maar juist vriendelijk met anderen om te gaan. Hiervoor won ze vorig jaar de Global Teacher Award, een geldprijs voor onderwijsverbetering.

Vrede komt er voorlopig niet en omwille van de rechtvaardigheid moet Netanjahu de omstreden gebieden niet opgeven. Zo lang de EU doorgaat met het bouwen van illegale nederzettingen in die gebieden moet Israël doorgaan met het (legaal) bouwen van nederzettingen. Er zit niet anders op dan de status quo te handhaven en een nieuwe oorlog – die vanwege oorlogsmoeheid en ongemotiveerdheid van steeds meer Israëliërs wel eens ongunstig zou kunnen uitpakken voor Israël – te voorkomen en te wachten op de terugkeer van de Masjiach. Dat klinkt voor een buitenstaander misschien naïef, maar dat is het bepaald niet. De toekomst zal het bewijzen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen