maandag 7 december 2015

Schepping en evolutie (8): Dateringsmethoden

,,Maar denk je nu ook dat de aarde pas zesduizend jaar oud is?”
,,Pas? Weet je hoe lang dat is, zesduizend jaar? Maar je heb natuurlijk gelijk, dat dat maar een fractie is van de vierenhalf miljard jaar die de gangbare wetenschap nodig heeft.”
,,Nodig heeft? Het is gewoon gemeten.”
,,Fout. Wat er gemeten wordt, dat zij geen leeftijden, maar isotopenconcetraties. Radioactieve elementen vervallen met een bekende snelheid; als nu de verhouding tussen moeder- en dochterelement in een gesteente gemeten wordt, dan kan de ouderdom van dat gesteente berekend worden, is de redenering. Daarbij moet je echter drie vooronderstellingen maken. Eén: de vervalsnelheid moet gelijk gebleven zijn; twee: de beginverhouding moet bekend zijn; en drie: het systeem moet altijd gesloten geweest zijn, dus moeder- of dochterelement mag niet intussen ontsnapt zijn. Alle drie deze vooronderstellingen zijn twijfelachtig.
,,Maar eerlijk is eerlijk: in 90 tot 95 procent van het aantal gevallen komt de datering min of meer overeen met de theoretische ouderdom van de betreffende laag. Hoe dat komt? Misschien een grapje van de natuur, stel ik me zo voor; wie zal het zeggen? Een vermoeden van sommige creationisten is dat de radioactieve ouderdommen een maat zijn van de diepte onder water waarop de afzetting werd gevormd tijdens de Zondvloed, aangezien vervalsnelheid mogelijk samenhangt met druk en afkoelingssnelheid. Of het komt doordat één van de vragen die je moet invullen voor het laboratorium is hoe oud je verwacht dat het monster ongeveer is; misschien worden monsters met een afwijkende uitkomst wel vernietigd.”
,,Dat is een complottheorie.”
,,M… zou kunnen; maar ik heb geen familielid die op zo’n laboratorium werkt die dat kan controleren. In elk geval schijnt dat van die vragenlijst wel echt zo te zijn. Voor ‘foute’ dateringen worden allerlei verklaringen bedacht, onder andere dat het geen gesloten systeem betrof of dat de beginverhoudingen anders lagen. Let wel: alleen voor ‘fout’ geachte uitkomsten. Maar hoe verklaar je dan dat een lavalaag in het Grand Canyon, die een miljard jaar jonger zou moeten zijn dan de onderliggende basaltlaag, als 270 miljoen jaar ouder werd gedateerd? Dat enkele jaren na de uitbarsting van Mount Saint Helens ontstane lagen werden gedateerd op 350.000 tot 2,8 miljoen jaar? Dat lavagesteente van de Ngarahoe in Nieuw-Zeeland, die uitbarstte in 1949, ’54 en ’75, gedateerd werd op 0,27-3,5 miljoen jaar? En zo zijn er tientallen voorbeelden te noemen. Nu vraag ik je: als gesteenten waarvan de leeftijd bekend is veel te hoge ouderdommen opleveren, kun je de dateringen voor gesteenten waarvan de leeftijd niet bekend is wél vertrouwen?
,,Waarom werd voor een basaltlaag met als ‘gemeten’ ouderdom 23 miljoen jaar, waarin overblijfselen van Australopithecus ramidus gevonden waren, een ouderdom van 4,4 miljoen jaar gekozen? Waarom ‘mocht’ het gesteente waarin een primatenschedel gevonden werd geen 212-230 miljoen jaar oud zijn, maar ‘slechts’ 2,9 – wat later nog werd bijgesteld naar 1,9? Hoe kan het dat koolstof-14, dat een vervaltijd heeft van ruim 5700 jaar en zodoende niet meer gemeten kan worden na pakweg 75.000 jaar, gevonden is in alle bekende steenkoollagen (‘ouderdom’ tot 100 miljoen jaar), en zelfs in precambrisch grafiet? Hoe kan het dat een stuk hout dat volgens de koolstof-koolstof-methode 45.000 jaar oud was, voorkwam in een rotslaag die met kalium-argon gedateerd was op 45 miljoen jaar, dus een factor duizend verschil? En hoe is het mogelijk dat Australisch uraniet met thorium-lood berekend werd op 0-276 miljoen jaar (let ook op de spreiding), met neodymium-strontium op 1550-1650 miljoen en met lood-lood-isochroon op 841 miljoen (met een onzekerheid van 140 miljoen)?”
,,Maar jouw paar duizend jaar worden evenmin ondersteund door radioactieve datering.”
,,Klopt. Radioactief verval beschouw ik, gezien de sterke schommelingen en uitschieters in uitkomst, ook niet als een betrouwbare dateringsmethode. De geschiedkunde doet dat trouwens evenmin; die acht geschreven bronnen betrouwbaarder dan de koolstof-14-methode. Terecht, denk ik; en ik heb tevens een geschreven bron voor de ouderdom van de aarde. Hoewel ik er nog niet uit ben of de geslachtsregisters in de Bijbel de volledige tijdlijn omvatten of dat er gaten in zitten, de orde van grootte blijft dezelfde: duizenden jaren. Als het aan mij ligt geef ik de komende weken nog andere aanwijzingen dat dit meer recht doet aan de werkelijkheid dan de miljarden jaren van hoofdstroomwetenschappers.”
,,Ik ben benieuwd.”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen