maandag 30 november 2015

Schepping en evolutie (7): Natuurlijke selectie

,,Maar vergeet je in je hele betoog over de volgens jou onmogelijkheid van het spontaan ontstaan van leven en nieuwe levensvormen niet de rol van natuurlijke selectie? Dat was wat Darwin al in zijn On the Origin of the species scherp opmerkte: toeval moet gestuurd worden door natuurlijke selectie, anders wordt het inderdaad niet wat. In de strijd om het bestaan overleven immers de best aangepasten.”
,,Darwin was niet de eerste. Borger schrijft:
Het selectieprincipe dat Darwin postuleerde was dus niet nieuw en ook niet opmerkelijk. Wells en Blyth hadden het al uitvoerig bestudeerd inzake de vorming van rassen en variëteiten. Wat nieuw en uitzonderlijk was, was Darwins extrapolatie van dit concept ter verklaring van de soorten.
,,Niet voor niets zagen biologen uit Darwins tijd aanvankelijk niets in zijn ideeën. Professor A. van den Beukel schrijft daarover:
De eerste reacties van vooraanstaande vakgenoten op de publikatie van de Origin waren ijzig en afwijzend. Bijna alle grote biologen van de late achttiende en het begin van de negentiende eeuw waren overtuigde aanhangers van een discontinu model van de natuur. (…) Louis Agassiz bijvoorbeeld schrijft in 1863:
‘Ik ben ervan overtuigd dat naturalisten die op zoek zijn naar een patroon van geleidelijkheid dat levende wezens met elkaar verbindt, waardoor het dierenrijk afgeleid zou zijn uit één of meer zaden via een proces van geleidelijke ontwikkeling, een spook najagen.’
Later hebben Darwinisten het verhaal verspreid dat deze wetenschappers allemaal van een religieus vooroordeel uitgingen en derhalve niet serieus genomen hoefden te worden, maar dat is een fabeltje. Ze beriepen zich uitsluitend op hun waarnemingen, op empirie. Ze deelden eenvoudig mee dat ze niet zagen wat ze verondersteld werden te zien. Ze hielden zich eenvoudig aan de feiten. Wie dat niet deed was Darwin, die slechts hoopte dat de feiten die hij nodig had nog tevoorschijn zouden komen. In een brief aan Asa Grey schrijft hij dat ‘de verbeelding de zeer brede gaten moet opvullen’. Als twintig jaar na het verschijnen van de Origin Darwins inzichten onder biologen grote aanhang hebben verworven is er aan de feiten sinds 1859 nog weinig of niets toegevoegd. Dan is de enig mogelijke conclusie, om met Darwin zelf te spreken, dat sinds 1859 de verbeelding zich van grote groepen biologen heeft meester gemaakt. Op de vraag hoe zoiets kan kom ik later terug; de Deense sprookjesschijver Andersen heeft er een verhelderend verhaal over geschreven.
,,Op de tussenvormen kom ik later terug, maar wat betreft de natuurlijke selectie: ze verklaart lang niet alles. Om te beginnen helpt natuurlijke selectie niet bij het allereerste begin, om organische moleculen te vormen, waarover we het twee weken geleden hadden. Als we vervolgens kijken naar de levende wezens van nu blijkt dat natuurlijke selectie soms een erg onwaarschijnlijke verklaring is – bijvoorbeeld als het gaat om neutrale genen; om zogeheten redundante genen (als verklaring daarvan is de onzinterm "neutrale selectie" bedacht); bij planten als Flaveria die zowel een C3- als een C4-systeem hebben; ingebouwd kompas en kaart bij vogels; het roofvogelachtige uiterlijk en de partnerkeuze van de Koekoek; en bij mensen: het ontstaan van muzikaliteit en amusia, de zwemreflex (als verklaring daarvan is de "wateraaptheorie" bedacht) en het feit dat wij toch niet ontworpen blijken voor wisselende seksuele contacten. Voor sommige eigenschappen kan natuurlijke selectie zelfs geen verklaring zijn, zoals dat bij salamanders een nieuwe ooglens groeit als de eerste operatief wordt verwijderd, terwijl regeneratievermogen bij de meeste ‘hogere organismen’ is ‘verdwenen’. Daar komt bij dat er in het genoom wel erg veel belemmeringen blijken te zijn voor natuurlijke selectie, zoals redundancy of compensering, recessieve mutaties en tal van barrières en evolutionaire ‘omwegen’, maar dat wordt wat al te technisch voor dit bestek.
,,Verder blijken de meeste mutaties zeer beperkt ongunstig, waardoor NS er niet op werkt. Bovendien moeten genetische veranderingen invloed hebben op de geslachtsorganen, anders kan natuurlijke selectie er niks mee. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar je begrijp nu misschien al waarom doctor John Davison schrijft:
Ik (…) kom tot de conclusie dat het primaire effect van natuurlijke selectie het voorkomen van wijzigingen is. Dat betekent niet dat ik de realiteit van de natuurlijke selectie in twijfel trek; ik wijs er slechts op dat het heeft gefaald als instrument dat een progressief evolutionair proces zou kunnen verklaren.
– en Colin Reeves, evenmin een creationist:
Wat we geleerd hebben sinds de dagen van Darwin werpt twijfel over het vermogen van natuurlijke selectie om complexe biologische systemen te creëren.

,,Eén ding mag duidelijk zijn, gezien het besprokene van de afgelopen weken en de vele nog niet genoemde feiten. Dat het evolutiemodel, zo lang het op kritieke punten niet sluitend is, als onderzoekskader door een aantal wetenschappers in stand gehouden wordt om erachter te komen of er misschien uiteindelijk toch een zinnig verhaal van is te maken, dat valt te respecteren. Maar dat dit slecht onderbouwde verhaal maatschappijbreed wordt gepropageerd als onomstotelijke waarheid en op scholen als enig mogelijke verklaring wordt onderwezen, dat is je reinste waanzin. Volksverlakkerij die met wetenschap niets uitstaande heeft.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen