maandag 11 januari 2016

Schepping en evolutie (13): Zondvloedverhalen

,,De oude Mickie Bungunie kondigt zijn verhaal aan met de woorden: “Dit is een oude geschiedenis, verteld door onze vroegste voorouders die zeer diepzinnige kennis bezaten.” En dan verhaalt hij hoe kinderen de spot dreven met de Knipogende Uil en hem pijnigden totdat Ngadja, de hoogste godheid, boos werd en Gajara waarschuwde een dubbel vlot te bouwen voor zichzelf, zijn vrouw, zijn zoons en zijn schoondochters alsmede voedsel en enige dieren omdat er een overstroming op komst was. Gajara deed dat, waarna het begon te stortregenen en de aarde zich opende om alles en iedereen buiten het vlot te verdrinken. Nadat het vlot lange tijd had rondgedreven op het woeste water stuurde Gajara een koekoek uit, die niet terugkwam omdat het water was gezakt en er droog land tevoorschijn was gekomen. Toen de overlevenden aan land waren gegaan offerde Gajara een kangoeroe en de geur bereikte Ngadja, die tevreden was en een regenboog in de lucht plaatste om de regenwolken tegen te houden.
,,Bijzonder verhaal, niet? En dit is maar één van de pakweg driehonderd verhalen wereldwijd over een grote overstroming. Dat feit en de vele overeenkomsten die je kunt aantreffen met het zondvloedverhaal in Genesis wijst wel sterk in de richting van een wereldwijde overstroming als oergeschiedenis van de mensheid.”
,,En waarom zou van al die verhalen nu juist het bijbelverhaal het echte zijn en de rest daarvan afgeleid?”
,,Om een aantal redenen. De belangrijkste is dat je dat kunt nagaan aan de hand van de onderdelen van het verhaal. Neem een willekeurige overstromingslegende uit de lijst en kijk hoevele van de details ook in andere verhalen voorkomen. Het verhaal dat bijna alleen maar unieke trekken bevat is het minst waarschijnlijk het oorspronkelijke. Het verhaal waarvan alle punten ook elders voorkomen is waarschijnlijk het oudst. Laten we een willekeurig voorbeeld nemen, een verhaal van de Lakota-indianen. Van de verhaalelementen komen de volgende ook elders voor: onwetende mensen; vertoornde schepper; zingen brengt regen; overstromende rivieren; stampen op aarde doet die openbarsten; alle mensen verdrinken; allerlei dieren gered; duiken naar modder; kraai; ijsduiker; otter; bever; schildpad; dieren verspreid over nieuw land; regenboog als teken; waarschuwing voor nieuwe straf indien nodig. En de volgende niet: gedroogde bizonvlaaien; heilige pijp; schepper is zelf vloedoverlevende; drijven op pijpzak; land herverschijnt door zingend modder op water verspreiden; water wijkt terug door waaien met arendsveren; waterpartijen uit tranen; dieren komen tot leven als schepper op aarde stampt; uit rode, witte, zwarte en gele aarde mensenrassen geschapen. En dan het verhaal uit Genesis: mensen goddeloos; vertoornde schepper; waarschuwing voor overstroming; opdracht bootbouw; groot houten vaartuig, dichtgesmeerd met pek; regen; openbarsten ondergrondse waterbronnen; enkele overlevende mensen; allerlei dieren gered; plantenzaden mee in vaartuig; vogels uitgezonden bij zakken water; raaf; duif; groen takje; berg; offer; regenboog als teken; tevredengestelde godheid – al deze elementen zie je elders terug; en ook de naam Noach: over de hele wereld komt die in allerlei vormen voor als naam van vloedoverlevende of watergod – een afgeleid thema – zoals Noë, Nu, Noj, Anu, Manu enz. Tussen haakjes, een aardig detail in verscheidene indiaanse verhalen is dat ze hoog in de bergen aanwezige schelpen aan de wereldwijde overstroming toeschrijven.
,,Een andere aanwijzing is het feit dat als er sprake is van een vaartuig, dat indien er melding gemaakt wordt van de plek waar het strandde, die plek bijna altijd in de nabijheid is. Voor zover ik weet zijn – afgezien van de Mandan, die spreken van een berg in het westen – het Hebreeuwse en het Babylonische zondvloedverhaal de enige die er een buitenlandse berg voor aanwijzen, het gebergte van Urartu.”
,,Je bedoelt het Gilgamesj-epos? Dat is aantoonbaar ouder.”
,,Wel wat betreft de oudst bekende tekst ervan. Niet wat betreft de brontekst. Volgende week wil ik er nog meer over zeggen, maar nu één punt, en dat betreft de boot van Utnapisjtim vergeleken met die van Noach. De eerste was een kubus; uit proeven blijkt dat dat zo’n beetje de meest instabiele bootvorm is. Noachs ark daarentegen had juist de meest zeewaardige verhoudingen voor een niet-aangedreven vaartuig. Die kennis was overigens bij volken in de oudheid nog niet bekend en mijn conclusie is derhalve, ook vanuit overwegingen die volgende week aan bod komen, dat Noach zijn opdracht uit bovennatuurlijke bron kreeg en hij en zijn zonen de details van alles zeer zorgvuldig opschreven en doorgaven; pas na enige generaties verloren nakomelingen die niet beschikten over de schriftelijke gegevens hun grip op de bijzonderheden van het verhaal en gingen er fantastische elementen aan toevoegen; zo ook in Babylon.
,,Over Babylon gesproken: het verhaal van de torenbouw van Babel is ook bewaard gebleven onder verscheidene volken. Is bij vele indianenstammen de overstroming de oorzaak van de verspreiding van de volken over de aarde en de verschillende talen, bij de Babyloniërs, de Grieken, de Miao, Mikir, Elema, Ghaikos, Azteken, Choctaw en andere volken is (of was) sprake van de bouw van een trotse hoge toren in een ver verleden, en, vaak door de toorn van de godheid, verstrooiing en spraakverwarring. Ook het bijbelse paradijsverhaal met een tuin, bomen, een slang, ongehoorzaamheid en straf, leeft voort in alle werelddelen. En dit zijn dan de drie verhalen die volgens de Bijbel, én blijkens de volkerenmythen – zo besluit ook Tjarko Evenboer in De wereldwijde vloed –, de oergeschiedenis vormen van de hele mensheid.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen