maandag 30 maart 2015

De alfabetweter

Een alfabetweter is iemand die beweert betere woorden te weten dan tot nu toe met het alfabet zijn gemaakt – zoals ik, want ik heb bijvoorbeeld al jaren een schetsontwerp klaarliggen voor een bungelo, een kubuswoning hangend aan een zware staander-met-lift-en-overdekte-loopbrug of een woordenboek met dergelijke woorden. De alfabetweter van Ronald Snijders en Fedor van Eldijk is zo'n voorslagwerk, zoals het alfabetweterig heet. Dit boekje bevat teveel flauwe, beledigende en schunnige termen dan dat ik het u zou aanraden. Vooral die laatste categorie stoort me, want die geeft blijk van gebrek aan beschaving, zo niet intelligentie. Desondanks, op het gevaar af dat mij hetzelfde wordt verweten, wijd ik, eclectisch als ik ben, een bijdrage aan De alfabetweter, aangezien het ruim voldoende geniale nieuwe woorden en betekenissen biedt voor een boeiende selectie.

asymptootliegen, (asymptootloog, h. asymptootgelogen), heel dicht bij de waarheid komen.
bedremsel, (o.) -s, residu van het bedremmelproces.
beverkalmte, (v.), -s, aanwezigheid van een minder dan gemiddelde hoeveelheid bevers op een bepaalde plek: Er heerst ~ in mijn huiskamer, er zijn hoegenaamd geen bevers.
bijnaderinzichtelijk, (bn.), iets ~ maken, iets schrijven dat pas na twee keer lezen begrepen kan worden.
diurtyorschap, (uitdr.) het ~ uit handen geven, even niet meer de controle hebben over het ~.
driekwartsmaart, (m.) g.mv., 23 maart, 6 uur ’s ochtends.
eenspalt, (o.) -en, overeenstemming.
hirki-hirki, (m.) -‘s, hele slechte volksmenner. ‘Zo men je het volk niet, Enrico!’
illucifer, (m.) -s, is geen lucifer. Lijkt maar zo. →misverstandenstoker
ipap, (v.) -s, mobiele Brinta die je met je vingers moet roeren.
karnemachteld, (v.) -s, karnemelkmeisje, schilderij uit de zure periode van Johannes Vermeer.
keftehekker, (m.) -s, onbetaald schroefje of moertje.
kevertijd, (m.) -en, zeer kort moment, maar net lang genoeg om over de vloer onder je bed te schieten.
kinderlakker, (v.) -s, iem. die doffe kinderen glans geeft. →babylak
lampenkapvergunning, (v.) -en, toestemming voor het omhakken van lantaarnpalen.
moordnilap, (o.) nemordnilap, palindroom.
mozeseend, (v.) -en, eendensoort die niet kan zwemmen, omdat het water steeds opzijgaat.
natrapleuning, (v.) -en, vier meter [kan toch ook een andere lengte zijn? – Evert] leuning die voor de zekerheid doorloopt nadat de trap al is afgelopen, of opgelopen (in geval van resp. een trap omlaag of trap omhoog).
nooitblaffer, (m.) -s, (Vlaams) kat.
ossemptator, (m.) -en, voorwerp, zaak of situatie van voorbijgaande aard. →illatoriek
parasitamol, (v.) -len, ondergronds knaagdier dat teert op andermans medicijnen.
rijmwee, 1. (o.) g.mv., dichtregel waarin zowel de hoofdpersoon als de eindklank terugkeert, bijv.: ‘Hij ging naar huis / dan was hij weer thuis’, 2. (v.) -‘s, extra letter W om een niet-rijmende dichtregel toch te laten rijmen. Bijv.: ‘We gingen naar de zee / om lekker uit te waaien W’.
stopdonker, (o.) -s, kapot verkeerslicht.
trampolineair, (bijw.), sinusgolf[vormig – Evert].
vierkantredenering, (v.) -en, redenering die via vier haaks op elkaar staande en even ver uit elkaar liggende argumenten, terugvoert naar het uitgangspunt.
vuilnisbakfiets, (v.) -en, dat krijg je ervan als je de bakfiets voor neerzet, rij ‘m voortaan even achterom.

maandag 23 maart 2015

Een man is een gedegenereerde vrouw

Een man is een gedegenereerde, dus een verslechterde, versimpelde, mislukte vrouw. Een boude stelling, voorwaar.
Maar er zijn argumenten voor.

Vanuit de biologie bezien is het zo dat man en vrouw genetisch verschillen doordat mannen in plaats van twee X-chromosomen (vrouw) een X- en een Y-chromosoom hebben; en dat Y-chromosoom is veel korter dan het X-chromosoom, dus er lijkt het grootste deel van een X-chromosoom te zijn weggevallen.
Verder uiterlijk: een man heeft geen borsten, alleen nog nutteloze tepels.
Bij bijen is het zo dat uit een onbevrucht eitje een dar (mannetje) ontstaat.

In de taal zien we een vergelijkbaar gebeuren. Een voorbeeld. Zoals ik eerder heb betoogd heeft (gesproken) taal de neiging tot vereenvoudiging. Zo is de 'stomme e' ontstaan uit de "a" in werkwoordsuitgangen op -en (in het Germaans "-an"). Kijk nu naar het Frans: het vrouwelijk lidwoord is "la", het mannelijk lidwoord "le".

Nu wordt duidelijk dat een vrouw die broeken draagt en in de bouw, het leger, de politiek of bedrijfdirectie werkt, kortom: zich mannelijk gedraagt, zichzelf degradeert. En dat een samenleving die vrouwen tot dergelijk gedrag oproept vrouwonvriendelijk is.

Grote kans dat jij, lezeres, althans een deel van het bovenstaande glimlachend heb gelezen, terwijl jij, mannelijke lezer, het las met kromme tenen en gebalde vuisten of ten minste met opgetrokken wenkbrauwen. En beiden verbaas je je erover dat ik als man dit schrijf. Dat doe ik dan ook met de nodige zelfspot.
Maar het is niet waar en het zou niet eens wenselijk zijn. Hoewel het waar schijnt te zijn dat het vrouwelijke brein ingewikkelder in elkaar zit dan dat van de meeste mannen, kan ik tegenover de argumenten die ik noemde voor de stelling dat de vrouw 'hoger ontwikkeld' is dan de man genoeg argumenten geven voor het tegendeel; bijvoorbeeld dat het niet waar kán zijn dat een man een gedegradeerde vrouw is, omdat de eerste man er eerder was dan de eerste vrouw.
Ik vond het echter verrassend de zaak eens vanuit dit gezichtspunt te bekijken.

Maar, vraag je wellicht, wat is de zin van dit hele betoogje als je zelf al toegeeft dat de onderstellingen niet kloppen?
Wel, dit blijft staan: een pseudoman is een gedegenereerde vrouw.

maandag 16 maart 2015

Red de kostwinner!

Ik heb er al eerder een bijdrage aan gewijd, maar wat de afgelopen week in de krant stond over dit onderwerp noopt me er opnieuw op in te gaan. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) maakt zich namelijk zorgen over de financiële positie van eenverdienersgezinnen met een inkomen tot vijfendertigduizend euro per jaar. En terecht, denk ik.

Door stijgende huurprijzen en door de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting – vaak denigrerend "aanrechtsubsidie" genoemd – komen de nog pakweg 87.000 betreffende gezinnen in de moeilijkheden: "Zij krijgen geen kwijtschelding van lokale lasten en krijgen geen zorg- of huurtoeslag. Als zij in een duurdere huurwoning wonen, een auto hebben, met het gezin op vakantie willen of als de kinderen lid zijn van een sport- of muziekvereniging, komen ze maandelijks al snel honderden euro’s tekort."
Voor de regering en D666 is de oplossing eenvoudig: geef het eenverdienersmodel op en ga als ouders beiden een betaalde baan zoeken. Of dat wel zo goed is voor de kinderen – althans in niet-materieel opzicht – doet er niet toe. Alleen de economie telt. Nee, ik vergis me – niet alleen de economie, maar ook en vooral de vrouwenemancipatie. Vrouwen mogen niet langer onderdoen voor mannen in de betaalde samenleving. Dat veel vrouwen die houding inmiddels moe zijn, dat de meeste vrouwenbladen inmiddels een veel vrouwelijker vrouw als ideaal hebben en dat steeds meer jongeren heil zien in een traditionele rolverdeling van man en vrouw is in de politiek kennelijk nog niet doorgedrongen. En áls het eenmaal zal doordringen kan het wel eens te laat zijn voor de gezinnen waar het oude ideaal hooggehouden wordt, waarin de man nog echt man en de vrouw nog voluit vrouw kan zijn. En dan zal waarschijnlijk blijken dat de klok helaas niet meer kan worden teruggedraaid.

Er is nóg een overweging die aandacht verdient. Door al die vrouwen op de arbeidsmarkt is het niet denkbeeldig dat je als man niet aan de bak kom. En zo kan het gebeuren dat je vrouw buitenshuis werkt en jij thuiszit om het huishouden te doen en op de kinderen te passen. Dat zijn beslist geen minderwaardige taken, maar ze passen van nature minder bij een man. Kijk naar de rolverdeling van man en vrouw wereldwijd alle eeuwen door, te beginnen bij natuurvolkeren waar de mannen jagen (en oorlogvoeren) en de vrouwen verzamelen en de kinderen verzorgen. De natuur – waar wij in het Westen veel te veel van vervreemd zijn geraakt – heeft de beide geslachten bedeeld met een verschillend talentenpakket. En maak mij niet wijs dat het voor de maatschappij in het algemeen en de opvoeding van de kinderen in het bijzonder niet uitmaakt als we dat negeren.
Juist in deze tijd, waarin kinderen steeds jonger via allerlei (digitale) kanalen uit hun beschermde omgeving worden gehaald, is een goede opvoeding in hun eerste jaren belangrijker dan ooit. En aandacht schenken aan de scheppingsorde zou de rusteloze samenleving wat van de broodnodige rust kunnen bieden.
Nu moet ik hierbij wel opmerken, dat, aangezien zorgtaken typisch vrouwelijk zijn, ik begrip kan opbrengen voor een moeder die ook een dag per week in de zorg werkt. Maar het zou wenselijk zijn als ze hiertoe niet werd gedwongen door van overheidswege veroorzaakte financiële omstandigheden, maar de vrijheid had zich als vrijwilligster in te zetten.

Jongere, als je nog waarden en normen heb raad ik je aan je te verzetten tegen de verloedering die de overheid ons opdringt. Jonge man, zoek desnoods een goed betaalde baan en leef sober, maar sta niet toe dat je lieve vrouw zich verlaagt tot pseudoman en de dingen waarin ze als vrouw bij uitstek goed is naar de tweede plaats schuift.

maandag 9 maart 2015

Bezuinigen op de zorg

Wie werkt als verpleegster of in een soortgelijke zorgfunctie herkent de zorgen van de onzekerheid over het voortbestaan van haar of zijn baan (of salaris) waarschijnlijk wel, al was het maar in haar dan wel zijn omgeving.

De verzorgingsstaat is veel te ver doorgeschoten en is onbetaalbaar geworden; we moeten toe naar een participatiesamenleving. Dat is de nieuwe leus. Het is waar, het aspect van naastenliefde en zorgen voor de medemens is door de individualisering van de laatste halve eeuw wel tamelijk ver naar de achtergrond gedrongen en het is goed dat mensen hun verantwoordelijkheid in dezen weer leren nemen. Maar als dit gelanceerd wordt door een bezuinigingskabinet word ik toch sceptisch. Het doet me denken aan de houding van Rutte en consorten ten opzichte van de natuur.

Een groot pakket aan basiszorg is gedecentraliseerd en van de centrale overheid naar de gemeenten gegaan. Die krijgen daar dan een potje met geld voor, maar een veel te klein potje. Het gekke is dat ondanks alle bezuinigingen de totale uitgave aan de zorgsector juist groter is geworden. Waar gaat dat geld dan naar toe? Kort door de bocht: naar onderzoek, ontwikkeling en toepassing van peperdure behandelmethoden.
Aspirant-verpleegsters met een hart voor mensen krijgen geen baan of niet de kans op omscholing. Techneuten daarentegen krijgen volop kansen nieuwe 'zorg'-machines te ontwikkelen.

Je zul maar kanker hebben en er blijkt maar één behandeling nog kans op een jaar levensverlenging te geven. Alleen kost die behandeling wel honderdduizend euro. Ach wat, de verzekering betaalt.
Maar als je bedenk hoeveel mensenlevens er (in binnen- of buitenland) gered kunnen worden met honderdduizend euro, weet je zeker dat je het dan nog wil? Is het misschien toch een beetje egoïstisch die dure behandeling te ondergaan als je weet dat er maar een beperkte hoeveelheid geld te verdelen is? En hoe zwaar weegt dat jaar levensverlenging? Misschien zou de regering een bovengrens moeten stellen aan behandelingskosten en -apparatuur. Of zou het een prestigekwestie zijn?

Ik wil hier geen definitieve uitspraken doen, maar wil je wel aansporen over deze vragen na te denken.


maandag 2 maart 2015

Toekomst van de Nederlandse landbouw

Het kabinet-Rutte heeft de zoveelste dwaze beslissing genomen: met ingang van dit jaar is het melkquotum opgeheven. In het vervolg wordt aan een boer geen beperking meer opgelegd in het aantal liters melk die hij per jaar mag leveren. Een vervanging in de vorm van dierrechten, waarover werd gespeculeerd, is er niet gekomen; milieurechten kunnen nu beperkend zijn, maar zijn minder scherp.
Dit is overigens geen verwijt aan het kabinet alleen, maar aan de hele politiek: als ik me niet vergis heeft de Kamer vorig jaar een prachtig voorstel afgestemd van ik meen GroenLinks om het aantal grootvee-eenheden (gve) per bedrijf te beperken. Dat was namelijk de beste oplossing voor zowel natuur en landschap (en daarmee de hele samenleving) als voor de boeren. Nu er geen bovengrens is wordt de concurrentie moordend (soms zelfs letterlijk: het zelfmoordpercentage onder boeren ligt hoog). Door de lage vlees-, zuivel- en groenteprijzen wordt schaalvergroting de enige oplossing.
Maar de Kamer kiest er nu voor om grondloze groei aan banden te leggen. Misschien begrijpelijk, maar onrechtvaardig ten opzichte van de boeren met weinig grond, zoals vele in onder meer Gelderland en Noord-Brabant. Niet het aantal gve per hectare, maar aantal gve per bedrijf zou bindend moeten zijn. Willen we hier Amerikaanse toestanden met bedrijven van 2000 melkkoeien, 10.000 hectare bouwland, 50.000 meststieren, 100.000 varkens of 3.000.000 slachtkuikens?
 
Waarom is de regering er voortdurend opuit alle meerwaarde van de landbouw kapot te maken? In plaats van subsidie voor agrarisch natuurbeheer (SAN) te geven wordt de boeren een steeds zwaarder eisenpakket opgelegd. Het gevolg is dat alleen de grootste boeren die hun bedrijf zo efficiënt mogelijk hebben georganiseerd hun bedrijfskosten kunnen terugverdienen en zo nog een inkomen kunnen overhouden. Het gevolg is megabedrijven met grote stallen en grote kavels, zonder houtwallen en zonder koeien in de wei. De bedrijfjes met een meerwaarde voor natuur en landschap gaan kapot.
En het gezinsbedrijf gaat kapot, want steeds meer zie je grote ondernemers bedrijven opkopen en daar een werknemer op te zetten als 'filiaalleider'. Dat krijgen we ervan als we de VVD te hulp roepen om de zogenaamde crisis te bestrijden.
 

maandag 23 februari 2015

Zuurstofgebrek door te harde kozijnen (slot)

De tropische regenwouden moeten én kunnen worden gered

Het Northern Sierra Madre Natural Park op de Filippijnen is één van de vele oerwoudreservaten wier bescherming onder de maat blijft. "Er worden bomen gekapt en stukken bos platgebrand om er landbouwgrond van te maken. Dat heeft gevolgen voor kwetsbare soorten, waarvan er vele alleen op de Filippijnen voorkomen. Duurzamere landbouw buiten het park kan ervoor zorgen dat bosgebied behouden blijft en voor veel soorten geschikt blijft om er te leven," aldus Jan van der Ploeg en Merlijn van Weerd in het tijdschrift Weet enige tijd geleden. Maar dat gebeurt niet zolang de overheid zegt dat ze de illegale houtkap in de gebieden niet kan stoppen omdat het voor arme boeren de enige bron van inkomsten is. Van der Ploeg: "In werkelijkheid zitten er rijke zakenlieden en corrupte politici achter. Veel plattelandsmensen willen dat er een eind komt aan ontbossing. De oplossing ligt vooral bij de aanpak van corruptie bij de overheid."

"Waarom die voortdurende bemoeienis van westerlingen die menen alles beter te weten?" vraag je misschien. Wel, zolang de invloed vanuit het Westen in de vorm van vraag naar tropisch hardhout blijft bestaan moet ook de westerse invloed in de vorm van beschermingsmaatregelen blijven bestaan. Die laatste dient zelfs zeer versterkt te worden zolang de eerste niet sterk afneemt, wil het kostbaarste ecosysteem van deze planeet behouden blijven.
Niet minder belangrijk is echter bewustwording in de westerse landen zelf. Onlangs ondertekenden enkele grote bedrijven een internationaal contract waarmee ze onder meer toezegden geen palmolie meer te zullen gebruiken waarvoor oerwoud was gekapt. Dat is een goed begin, maar nog niet zoveel meer dan dat. Misschien zouden we voorlopig helemaal geen producten met palmolie moeten kopen. Ook soja en tapioca zijn vaak van twijfelachtige herkomst.
Tropisch hardhout is in Europa een veelgevraagd product. Maar tot voor kort was het meeste afkomstig uit gekapt oerwoud. Het tij begint te keren, want intussen is er ook ‘Europees hardhout’, Robinia, te koop, en heeft veel tropisch hardhout dat in Nederland wordt gebruikt inmiddels het FSC-keurmerk voor hout dat gekapt is met zorg voor het bos, bijna even natuurvriendelijk als de houthakkers van Knysna ooit werkten. Maar blijf scherp en vraag de aannemer die bij jou hardhouten kozijnen plaatst of het inderdaad FSC-hout is en let erop bij de bouwmarkt. Voor ons gezamenlijke bestwil.

De Keniaanse natuurbeschermer Colin Jackson zegt: “Het is een vaak nieuw idee: dat een boom een intrinsieke waarde heeft. Waarom? Omdat God hem geschapen heeft. Toch heeft Hij hem ons gegeven om te gebruiken, maar dat moeten we doen met wijsheid.”
De Amerikaanse natuurbeschermer wijlen John Muir schreef: "God heeft voor deze bomen gezorgd. Hij heeft ze gered van droogte, ziekte, lawines, en duizend stormen en overstromingen. Maar hij kan ze niet redden van dwazen – alleen Uncle Sam kan dat doen."

Natuurbescherming is vaak een zaak van de rijken, die er het geld voor hebben. Maar juist de armsten zijn afhankelijk van hun natuurlijke omgeving en dus is het voor hen in het bijzonder zaak de natuur waarin zij wonen te beschermen. Daarvoor is vaak hulp van buitenaf nodig – van de rijken, van ons, die er het geld en de opleiding voor hebben. Een mooi voorbeeld is het Arabuko-Sokoke Forest Reserve in Kenia, het enig overgebleven stuk van het kustbos dat zich ooit uitstrekte langs het grootste deel van de Afrikaanse oostkust. De plaatselijke bevolking kapt bomen en vangt dieren, voornamelijk om schoolgeld te verdienen voor de kinderen; basale levensbehoeften kan deze armste gemeenschap van Kenia nog met moeite uit de landbouw halen. Daarom besloot de christelijke natuurbeschermingsorganisatie A Rocha deze gemeenschap te steunen met schoolgeld en begeleiding van de schoolkinderen en hun familie; en door de mensen bewust te maken van de bijzondere waarde van het woud, één van de waardevolste en soortenrijkste van heel Afrika. Het gevolg is dat de vele bedreigde diersoorten die hier leven dat kunnen blijven doen én dat de Kenianen – en inmiddels ook ecotoeristen – kunnen blijven gebruikmaken en genieten van deze prachtige natuur.

maandag 16 februari 2015

Zuurstofgebrek door te harde kozijnen (inleiding)

De longen van de wereld worden weggevreten

Knysnabos, Zuid-Afrikaanse zuidkust, negentiende eeuw. Na dagenlang hakken heeft een kleine houthakkersploeg een zorgvuldig uitgekozen woudreus geveld. Na nog eens een week zwoegen is de boom verzaagd, opgeladen en door de ossen het bos uit gesleept, naar de werf van de houthandelaar. Die keurt de zware vracht eersteklas geelhout, besluit dan dat er geen vraag meer is naar geelhout maar naar stinkhout en keert het loon uit: tegoedbonnen voor een beetje meel, suiker en koffie.
Het lijkt het slechte begin van een sprookje, maar het is historisch. De Afrikaanstalige houtkappers die vele generaties in het bos gewoond hadden en er hun bestaan uit haalden, die elk paadje, elke diersoort en elke houtsoort in het oerwoud kenden, werden tegen het einde van de negentiende eeuw door de machtige houthandelaren zover uitgeknepen dat ze meer bomen moesten kappen dan goed was voor het bos, en nog honger leden. Intussen werden hen door een nieuw opgezette natuurbeheersinstantie steeds meer beperkingen opgelegd. Tot overmaat van ramp werd er midden in het woud een houtzagerij gebouwd die geen enkel respect had voor het bos en het gekke was dat die door het bosbeheer geen strobreed in de weg werd gelegd. Uiteindelijk werden de houthakkersgezinnen die nog in het bos overleefden verbannen naar het blikplaten kampdorp Karatara, vertelt schrijfster Dalene Matthee, omdat ze het bos heetten te verwoesten.

Heel wat medicijnen, specerijen, eetbare planten en vruchten en bijvoorbeeld rubber komen oorspronkelijk uit tropische oerwouden. Hoewel ze nog geen 7% van het aardoppervlak bedekken zijn tropische regenwouden goed voor een derde deel van onze zuurstofvoorziening, en voor de helft van het aantal planten- en diersoorten.

Per jaar wordt vijf- tot zesduizend vierkante kilometer van het Zuid-Amerikaanse Amazonewoud gekapt. In Afrika en Azië staat het er niet veel beter voor, zodat er wereldwijd per jaar een oppervlakte van drie keer Nederland aan tropisch regenwoud wordt gekapt; dat komt neer op meer dan veertigduizend hectare per dag.
De gevolgen laten zich raden. Steeds meer planten en dieren sterven uit, sommige nog voordat ze ontdekt zijn – dat wil zeggen door westerlingen, want de indianen en andere oerwoudstammen kennen hun leefgebied door en door. Ze halen er hun gereedschappen en bouwmaterialen uit, hun voedsel én hun geneesmiddelen. En toch helpen velen van hen tegenwoordig mee hun oerwoud te vernietigen.
Waarom deze verwoestingen? Heel eenvoudig: It’s all about the money… Arme inboorlingen zien de westerse spullen en gemakken van hun buren en willen die ook hebben. Westerse bedrijven zien goedkope grond om geld op te verdienen; bijvoorbeeld om palmen te verbouwen voor goedkope palmolie. Westerse burgers willen hardhouten kozijnen en dat hout groeit eigenlijk alleen in de tropen, en bepaald langzaam.
En dus gaat de houtkap door. Met alle gevolgen van dien. De dunne bovengrond op hellingen waar eens oerwoud groeide spoelt weg door erosie en de landbouwgrond wordt onbruikbaar. Een door ontbossing veroorzaakte vampierenplaag in Peru kost inmiddels vele mensen het leven: in dezelfde nacht door bloedverlies of enkele dagen later door hondsdolheid.

Hoe lang kan dit nog voortduren?
 

maandag 9 februari 2015

Tweetaligheid en dialect (2)

Het belang van dialect

Het gevolg van het feit dat een dialect, zoals we vorige week zaken, taalkundig niet onderdoet voor een taal is dat dialect niet remmend werkt op de taalontwikkeling van een kind, zoals nogal eens wordt gedacht, maar die juist bevordert; als het maar al heel jong het onderscheid tussen die twee leert.
Het misverstand wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat ouders van dialectsprekende kinderen, zeker in gebieden waar het dialect bedreigd wordt zoals in de Gelderse Vallei, in de meeste gevallen minder hoog opgeleid zijn en meer praktisch werk doen dan kinderen van ouders die het dialect – wellicht omdat ze het "te min" vinden – hebben verleerd, en dus veelal minder ‘talig’ zijn. Maar hardwerkende bouwvakker of boer, geef je kinderen de kans om de ‘rijkeluiskinderen’ op taalgebied te evenaren door hen hun dialect grondig in te prenten, en later zo snel mogelijk meer talen te laten leren.
Dus Barrevelder, Lunteraon, Sjaarpezeêler, Renswouwenaor, Bunschoôter, Zwaartebroeker, Eêreveêner, Kotiker, Koôtjebroeker, Niekaarker, Gaardereên, Otterloër, Harskaamper of wat je ok bin: leer joe kiender Veêluws! Wie naost Hollaands z’n Veêluws kent het meer reejen um groôts te wezen op z’n taolenkennis as êên die niks as Hollaands kan, wat veur baon of z’n ouwers ok hên.

Bovendien is het behouden van streektaal niet alleen voor de taalontwikkeling van belang. Er zijn nog twee andere, minstens even belangrijke en met elkaar samenhangende, overwegingen.
Ten eerste is het dialect één van de cultuurdragers van een streek, naast bijvoorbeeld streekproducten, historische landschapskenmerken – denk bijvoorbeeld aan de aan- of afwezigheid van houtwallen en het verkavelingspatroon – en (boerderij)bouwstijlen.
In een tijd van globalisering en verstedelijking wordt het streekeigene dat er nog over is steeds belangrijker. Maar terwijl streekproducten in steeds meer winkels een plaats krijgen verliezen de streektalen terrein.

Ten tweede is het voor jongeren van deze tijd van groot belang een eigen identiteit te ontwikkelen. Vroeger gebeurde dat bijna automatisch: je was deel van een dorpsgemeenschap en je ging zodra je van de lagere school af kwam aan het werk en stichtte een gezin, net zoals iedereen. Identiteitscrises kwamen nauwelijks voor, want je identiteit was bepaald door woonplaats en geschiedenis. Vandaag de dag zit de maatschappij veel ingewikkelder in elkaar, zijn gemeenschappen – áls ze nog bestaan – veel minder hecht en worden jongeren aangemoedigd een eigen identiteit te zoeken. Maar dat laatste blijkt moeilijk, met als gevolg een nieuw soort kuddegedrag.
Door de invloed van massamedia dreigen hedendaagse jongeren losgeslagen te worden van hun wortels en stuurloos rond te tollen op de woelige zee van een rusteloze cultuur. Wat pubers nodig hebben is een ijkpunt, een houvast voor het ontwikkelen van een eigen identiteit als volwassene. De oplossing is niet het na-apen van populaire figuren als pop- en filmsterren en het overnemen van (Rand)stadse modeverschijnselen, maar het weer ontdekken van je wortels.
Dus, jongere wiens ouders geboren en getogen zijn in een Veluws dorp of het platteland van de Gelderse Vallei of in welke andere prachtige streek in Nederland dan ook: verdiep je in de unieke kenmerken van je geboortestreek, met zijn natuur en boerenland, zijn streekproducten en volksverhalen, plaatselijke gebruiken én dialect. Ga dat weer beschouwen als onmisbaar onderdeel van je eigen identiteit en wees er trots op te midden van kleurloze leeftijdsgenoten, en ik voorspel je: je zul winnen aan geestkracht en zelfvertrouwen.

Hoe moet je je kinderen dan tweetalig opvoeden? Dat kan op twee manieren. De eerste is dat, zeg, de moeder altijd dialect met hem spreekt en de vader Nederlands. De andere is om ze aanvankelijk alleen het dialect aan te leren en zodra ze in contact komen met leeftijdsgenootjes en naar een school gaan waar het dialect niet langer gangbaar is, in te zetten op het Nederlands. Dat moet wel zo vroeg mogelijk gebeuren, maar het gevaar van de eerste methode is in een streek waar het dialect onder druk staat dat wanneer het kind op school alleen Standaardnederlands hoort en thuis ook deels, het dialect wordt weggedrukt. Kortom: voor Tukkers, Zeeuwen, Brabanders en Limburgers – en Vlamingen wellicht, maar daar weet ik te weinig van – verdient mijns inziens methode 1 aanbeveling, voor Veluwenaren, Drenten, West-Friezen en Alblasserwaarders methode 2.

Ik kan nauwelijks genoeg benadrukken hoe belangrijk het is het Nederlands grondig te beheersen. Maar bijna even belangrijk is het om daarnaast een dialect te spreken, zowel om taalkundige als om psychologische en culturele redenen. Buitenlandse talen kunnen later nog wel worden aangeleerd – hoe meer hoe beter.

maandag 2 februari 2015

Tweetaligheid en dialect (1)

Het belang van tweetaligheid

De meeste onderzoekers zijn het erover eens: tweetaligheid heeft belangrijke voordelen voor de verstandelijke ontwikkeling. Het werkgeheugen verbetert. Doordat je hersenen voortdurend moeten kiezen tussen de twee taalsystemen leren ze snel schakelen en de belangrijkste gegevens naar voren te halen. Dit vermogen werkt zelfs door tot op hoge leeftijd en helpt zo dementie te vertragen.
Kortom: genoeg redenen om je kinderen een meertalige opvoeding te geven.

Het is namelijk wel van belang wannéér je tweetalig word: als je pas op latere leeftijd nieuwe talen aanleer is het gunstige effect veel minder, zo blijkt uit onderzoeken.
Desalniettemin blijft het aanleren van nieuwe talen een goede manier om je hersenen soepel te houden en biedt het natuurlijk grote voordelen die het beheersen van vreemde talen nu eenmaal meebrengen, of het nu gaat om het lezen van literatuur of informatie op het internet of om het vergemakkelijken van de communicatie in een exotisch vakantieoord.

Je zou echter kunnen tegenwerpen: maar dan moet je met een buitenlander trouwen of ontzettend goed onderwezen zijn in een tweede taal om je kind een tweetalige opvoeding te kunnen geven. En dat heb ik er niet voor over dan wel is voor mij niet haalbaar.
Terecht opgemerkt. Maar ik heb goed nieuws: ook je streektaal kan dienstdoen als ‘vreemde’ taal naast het Standaardnederlands. Een kind dat opgevoed is met dialect en Standaardnederlands naast elkaar (niet een mengelmoesje van die twee) heeft dezelfde cognitieve voordelen als iemand die bijvoorbeeld is opgevoed met Nederlands en Papiaments. Hoe groot het voordeel precies is, daarnaar loopt op dit moment een onderzoek met Limburgse kinderen; maar het is er, daarover zijn de taalkundigen het eens. Want taalkundig beschouwd is een dialect vaak niet te onderscheiden van een standaardtaal.

Want wat onderscheidt een taal van een dialect? De mate van taalkundig verschil is één aspect, maar historische en culturele overwegingen spelen evenzeer een rol. Dít was de reden om Fries tot taal te promoveren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zeeuws of Gronings. Om een voorbeeld te noemen: Zeeuws en Limburgs verschillen waarschijnlijk meer van het Standaardnederlands en zeker van elkaar dan Deens en Bokmål-Noors, terwijl de laatste twee als afzonderlijke taal worden erkend. Zodoende bestaat er volgens taalkundigen geen enkel verschil tussen "taal" en "dialect", hoewel dat niet helemaal zal opgaan voor dialecten die zozeer zijn verwaterd dat ze nauwelijks meer verschillen van de standaardtaal – reden temeer om het dialect te beschermen tegen de oprukkende invloed van het Standaardnederlands (en dat evenzo tegen het Engels).
(Wordt vervolgd)

maandag 26 januari 2015

Onv’rtaolbaor Veêluws

,,Wat zei je?”
,,Boônestaokzaod.” Oftewel: Luuster dan beter! Of: Bemeui je mit j’neige!
Dit kan alleên in ’t Veêluws, waant in ’t Hollaands is de v’rleeje tied van "zèggen" niet ‘tzelfde as de tegewoordige tied van "zeien".

Een week of wat ‘eleeje havve ’t over onv’rtaolbaore woorde in een heêle kwak taole. Mer bie onv’rtaolbare woorde kun je evegoed denken an streektaol. Waant in een ‘dialect’ (zoas ze ‘t hete) zitten woorde die je in de staandaordtaol nie trugvienen, veur dinger waorveur of ’t eigelijk best haandig wezen zou um d’r een naom veur te hên. Kiek n’r ons Veêluws (’t West-Veêluwse dialek). Zo mer wat veurbeelde. Ik geef ’t Veêluwse (Barreveldse) woord en p’rbeer um een Hollaandse v’rtaoling d’rbie te v’rzinnen.

§       bestreekselen      een loer draaien
§       gaoperd                nieuwsgierig mens
§       haanden               goed in de hand liggen
§       vreeën                  de omheiningen nazien
§       gaonderig             graag en vaak uitgaand
§       podden                 te veel kniezend in huis zitten
§       verpodden            ziek worden door te veel kniezend in huis zitten
§       verspochten         door vocht uitslaan met weerplekken
§       jutteren                (los)rammelen van iets dat slecht vast zit
§       gups                      twee handen vol (in een kommetje gehouden)

En dan de uutdrukkings die-ve hier kennen. Veur "een beetje veel" zeggen wulie: "An de veule kaant" of "veulachtig". Net iets aanderst. En hoeveul uutdrukkings wulie beveurbeeld hen veur as 't regent:
-        Gien rege van beduui.
-        Daor regent 't weer heên!
-        't Is slördig weer.
-        't Regent neindig.
-        't Houdt op mit zachjes regenen.
-        't Regende en niet zo zeut.
Mer 't aordigste vien 'k haost nog wel… sja, hoe zèg je da? Zukke vaste anvullings as een aander een opmaarking maokt, of die je geliek zelf mer zèggen:
o      “Krek pas…” – “… hooi op, koe doôd.”
o      “A'k 't al nie 'edocht ha…” – “… de kiep niks aarg dik, en mer êên kuuk.”
o      “As-t-ie de gang mar het…” – “… zei de boer, en hie ging op een doôd peerd zitten.”
o      “Aarg geschrouw, mer weinig wol…” – “… zei de boer, en hie had ’t vaarken onder ’t mes.”

Noe snap jie wel wurrum of ’t zo’n iezige zund is dat de jongeluu d’r eige dialek nie meer leren. Waant wat veur ’t Veêluws waor is, is evezogoed waor veur alle streektaol. En van een paor weken-‘eleje weet je mêschiejn nog wel wat die buutelaandse keêl zei: Wie z’n moerstaol kwietraokt, die raokt z’n ‘identiteit’ kwiet. En da’s nie best, mer da’s wavve op ’t heden overal gebeuren ziejn. Hoe komt ’t dat ’t zo laang duurt veurdat de jonges en deres volwasse bin, ’t mêschiejn wel nooit wörre? Onder aandere deurdasse d’r wörtels kwietraoke, en daormee d’r eigenheid. Durum nog êên keer, veur de jongeluu die d’r moerstaol al v’rgete bin:
Herontdek je wortels en je vind je identiteit.


maandag 19 januari 2015

Voedselveiligheid

Onlangs werden er weer eens enkele duizenden gezonde kalveren geruimd door de vondst van het stofje furazolidon in voer en één van de afbraakproducten ervan, 3-amino-2-oxazolidon (AOZ) in urine van de kalveren. De partijen zijn het erover eens dat de aangetroffen hoeveelheden giftige stof dermate laag zijn dat vlees van de kalveren geen aantoonbaar gevaar voor de volksgezondheid zou opleveren, maar er geldt nu eenmaal een nultolerantie voor deze stoffen: er mag niets van in de voedselketen terechtkomen. Dus werden de kalveren vernietigd. En zoiets gebeurt herhaaldelijk, want niet alleen komt er wel eens furazolidon in veevoer terecht, maar er zijn meer stoffen waarvoor een nultolerantie geldt, zowel synthetische als natuurlijke zoals radioactief-vervalproducten.

Is deze strenge regel billijk? Nee, stelt de sector; er moet een discussie over op gang komen. Want de nultolerantiewetgeving is verouderd omdat ze is gegrond op oude, grove meetmethodes waarmee kleine hoeveelheden giftige stof niet konden worden aangetoond.
En daar is veel voor te zeggen. Naar de consument toe wordt het argument gegeven dat voedselveiligheid voorop staat. Daarbij zijn echter twee kanttekeningen te maken. Ten eerste zijn we in ons veilige Nederland wel een beetje doorgeslagen met onze bezorgdheid over voedselveiligheid; hoe vaak gebeurt het niet dat hier één of ander 'vervuild' product uit de schappen gehaald moet worden en vernietigd terwijl we een groot deel van de wereld laten creperen? Ten tweede ligt de ondergrens van toelaatbare stoffenconcentraties vaak onrealistisch laag en heeft vaak weinig te maken met gezond verstand.

De oplossing lijkt simpel: overtuig de politiek hiervan opdat de wet wordt aangepast en in plaats van een nultolerantie voor bepaalde stoffen een redelijke ondergrens vastgesteld wordt.
Zo eenvoudig is het echter niet, betoogt Dirk Strijker in de Boerderij.
"Het gaat vaak om internationaal vastgelegde afspraken, en die zijn niet maar zo te veranderen. Dat heeft soms een beetje met bureaucratie te maken, en veel meer met iets anders. Niet iedereen heeft namelijk belang bij zo'n aanpassing. In het algemeen gaat het dan om 'concurrenten'. Sectoren die op de vleesmarkt met kalfsvlees concurreren zullen het best vinden dat de kalverhouderij een extra probleem heeft. En clubs die tegen kalfsvleesproductie zijn zullen het ook best vinden. En producenten die een heel andere productiewijze hanteren waardoor bij hen zo'n stofje niet gevonden kan worden, die hebben evenmin belang bij een aanpassing. Landen die nauwelijks kalfsvlees produceren, en wel concurrerende vleessoorten, of die een andere productiewijze hebben, zullen een aanpassing van de norm proberen tegen te houden."

Vooral door dat laatste lijkt er voor Nederlandse boeren nog nauwelijks toekomst te zijn, doordat de Nederlandse regels veel strenger zijn dan die in de meeste andere landen, ook die waarvandaan levensmiddelen worden ingevoerd; zonder dat daar wat tegenover staat.
Toch zou de overheid het belang van de in-standhouding van de Nederlandse boerenstand moeten inzien en voorkomen dat er over vijftig jaar nog slechts een handjevol megabedrijven over is – die misschien wel "veilig" voedsel produceren maar op gespannen voet staan met natuur en landschap – en behoort een zichzelf respecterende landsregering in staat te zijn de druk van het bedrijfsleven te weerstaan als het in het belang van het recht is. Kortom: dit zou wel eens een lakmoesproef kunnen worden voor hoe onpartijdig de politiek is.


maandag 12 januari 2015

Beledig Mohammed niet!

Een moorddadige aanslag annex gijzeling hield Parijs en de rest van West-Europa vorige week in de ban. Voor de tweede keer in zijn bestaan was het kantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo het doelwit. De reden: publicatie van oorspronkelijk in het Deense Jyllands-Posten gepubliceerde spotprenten over de grote profeet Mohammed. Die riepen destijds al verontwaardiging op, maar Denemarken ligt vermoedelijk iets te ver naar het noorden om verdere gevolgen van de beledigingen te ervaren. Dat dat voor Parijs ook zou gelden bleek een misvatting – Les temps sont changées!
Mohammed is machteloos, maar vele van zijn volgelingen zijn levensgevaarlijk; niet langer alleen in het Midden-Oosten. En Charlie Hebdo riep om een wraakactie.
Het was een goede les: vrijheid van meningsuiting heeft zijn grens. De grens van het fatsoen. Wie opzettelijk en voortdurend beledigt vraagt om vergelding.

Omdat ze toch bezig waren overviel de bende moslimterroristen ook meteen maar een Joodse supermarkt. Niet dat de Joden iets te maken hadden met de spotprenten, maar de bijna even onverklaarbare als onuitroeibare jodenhaat zocht ook hier een uitweg. Door de eeuwen heen en tot in de toekomst klinkt hetzelfde misselijkmakende refrein:
In welk conflict ook op het wereldrond / de Joden blijven de gebeten hond.
Tja, dat kan veilig, Joden te grazen nemen. Of christenen. Maar kijk uit met moslims, want daar zitten linkmichels tussen; als je die tegen je in het harnas jaag zijn de rapen gaar.
Daarom wil ik iedereen die graag anderen beledigt de volgende raad geven: beledig christenen; dat kan ongestraft. Hooguit klagen en mopperen ze wat, maar erger zullen de gevolgen voor jou niet zijn. Zelfs als ze afgeslacht worden slaan christenen nog niet terug. En hun overtuiging dat aan het einde der tijden een wrekende God het voor hen zal opnemen valt voorlopig nog niet te bewijzen…

maandag 5 januari 2015

De kleuren van de week

Synesthesie


zondag
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag

Er bestaan mensen voor wie de dagen een bepaalde kleur hebben; misschien de bovenstaande, misschien een andere*. Ook maanden worden soms met een bepaalde kleur geassocieerd, of letters, of cijfers:

1             2             3             4             5             6             7             8             9             10

Dit is een voorbeeld van synesthesie: koppeling of vermenging van zintuigen. Dit is iets dat gebeurt in de hersenen. Bij kleine kinderen zijn in de hersenen nog allerlei dwarsverbanden tussen verschillende hersendelen aanwezig die later verdwijnen omdat ze niet nuttig (zouden) zijn. Volgens de theorie blijven bij synestheten enkele van deze verbindingen bestaan. Of het zou kunnen dat bepaalde informatie in de hersenen op een 'verkeerde' manier wordt teruggekoppeld. Het gevolg is dat letters en cijfers worden waargenomen met een bepaalde kleur of dat die kleur er op meer indirecte wijze mee wordt geassocieerd. Of dat muziek een bepaalde kleur heeft; niet alleen de figuurlijk bedoelde klankkleur van de instrumenten, maar meer dat de klanken letterlijk bepaalde kleuren voor de geest roepen. Zo moest de Hongaarse componist Liszt tijdens een repetitie het orkest soms toeroepen: "Wat meer blauw in deze episode, alstublieft!"
Er bestaan echter ook allerlei andere vormen van synesthesie, die niets met kleuren te maken hebben. Zo hebben voor sommige synestheten dagen, maanden of getallen een bepaalde positie in de ruimte. Voor anderen zijn de cijfers mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Voor weer anderen zijn de letters van het alfabet of de dagen van de week even of oneven. Vaak heeft een persoon met synesthesie meerdere van deze associaties.

Er zijn maar weinig mensen die synesthesie kennen. Hoewel de vroegere schatting van één op de twee- tot vijfduizend een onderschatting lijkt, heeft toch hooguit één op de twintig mensen één of andere vorm van synesthesie. Voor sommigen hebben de dagen bijvoorbeeld geen unieke kleur, maar zijn alleen donker of licht; of auto's hebben een gezichtsuitdrukking. De meesten van hen zijn tevens hooggevoelig, hoewel omgekeerd lang niet altijd opgaat – ongeveer één op de zes mensen kan gerekend worden tot de hoogsensitieve personen (hsp's) – en het verbaast me niet als er een verband tussen deze twee eigenschappen bestaat: een hgp (hsp) is bovengemiddeld gevoelig voor zintuiglijke indrukken en kan dus vaak scherp waarnemen maar kan slecht tegen een overmaat aan prikkels.

O ja, mijn mening. Wel, deze: synesthesie is een waardevolle eigenschap. Ze geeft grauwe dagen kleur.



* Het kan bijvoorbeeld ook zo:
zondagmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdagzaterdag

… maar dat heeft minder met synesthesie van doen

maandag 29 december 2014

De zin van het leven

Alweer zowat een jaar voorbij. Het hoeveelste al? Hoevele zullen er nog volgen? En hoe zinvol was het – waarom leef je eigenlijk? Misschien heeft bijbelschrijver Qohèleth ('Prediker') wel gelijk met zijn stelling dat alles zinloos is. Doet het er wel toe of jij er ben of niet? Wat maakt je gelukkig, en is je leven zinvol als je gelukkig ben?
Vroeger waren er allerlei zekerheden, zoals dat God de wereld bestuurde en met alles een bedoeling had. Maar die gedachte is in de wijsbegeerte en het dagelijks leven verdrongen naar de uithoeken. Voor de meeste mensen die nadenken is het leven als het erop aankomt zinloos: de mens is een toevallig product van de evolutie, een verwaarloosbaar klein deeltje in een onmetelijk heelal, en dood is dood.
Deze gedachte zien we terug in de muziek – waar komt de pure wanhoop in de ‘muziek’ van God’s Tower en tal van andere groepen anders vandaan? – maar doordesemt niet het minst de moderne literatuur, reeds sinds de aanvang van de twintigste eeuw. Onlangs las ik enkele werken van Arthur van Schendel, geschreven tussen 1905 en 1938. Hoewel in die tijd de meeste mensen nog in God geloofden, is Die in Van Schendels werk nagenoeg afwezig. Nu heb ik niet de gewoonte om hier aan boekbesprekingen te doen; ik noem deze schrijver slechts als illustratie van wat ik bedoel.
Het is waar, ik ben soms sceptisch ten aanzien van het geloof. Maar werken als Een zwerver verliefd en Een zwerver verdwaald en vooral Het fregatschip Johanna Maria en Het leven een dansfeest schreeuwen voor mijn gevoel om zingeving die het geloof kan bieden.

Want wat is de moderne levenshouding en zijn gevolg in de literatuur?
o      Liefde maakt niet gelukkig. Een paar geliefden wordt door omstandigheden uiteen gehouden; liefde van een man voor een meisje of omgekeerd blijft onbeantwoord, de ander bedroefd en ongelukkig achterlatend.
o      Vrolijkheid maakt niet gelukkig. Rijke mensen sterven in kommer en gebrek door in hun jeugd onbekommerd geld uit te geven aan vermaak; zelfs degenen die van dansen hun beroep maken worden niet gelukkiger dan anderen en sterven vroegtijdig en als ontheemd.
o      Zelfs het nastreven van een levensdoel maakt niet gelukkig. Sommigen bereiken hun doel nooit; sommigen die het doel wel bereiken vereenzamen als het doel eenmaal bereikt is en zij oud en versleten zijn.
o      Het slot is dat men, aan het zorglijke einde van een gelukkig of ongelukkig leven gekomen, zich afvraagt wat het bestaan voor zin heeft gehad. Een zinvolle toekomst in het hiernamaals ligt zelfs volledig buiten het gezichtsveld.

Het einde is grauw, uitzichtloos, verdrietig om wat had kunnen zijn. Het biedt slechts uitzicht op een zwarte leegte die "dood" heet. "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". Qohèleth verwoordt het als volgt: "De uitnemendheid van de mensen boven de beesten is geen; want alle zijn zij ijdelheid. Zij gaan alle naar één plaats; zij zijn alle uit het stof en zij keren alle terug tot het stof. Wie merkt dat de adem van de mensenkinderen opvaart naar boven en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?"
Maar zijn we helemaal vergeten dat wij méér zijn dan stof? Want de mens bezit een ziel, een geestelijk aspect dat hem onderscheidt van de dieren, waardoor hij zelfs contact kan maken met het bovennatuurlijke.
Daarom is er toch hoop voor degenen voor wie de aarde een hel is. Geloof in Jezus Christus en de hemel wacht je. Het spijt me, scepticus, ik kan het niet anders zeggen.
En dan kan het leven toch zinvoller zijn dan slechts het vervullen van je taak in de maatschappij. Zorgen voor je medemens, op welke waardevolle wijze dan ook, staat dan in een groter perspectief en zou er zelfs toe kunnen leiden dat die ander ook een hoopvolle, zinvolle eeuwige toekomst tegemoet gaat. En zorg dragen voor de natuur is dan niet alleen omwille van de komende mensengeslachten – wat op zich al reden genoeg is – maar het krijgt een meerwaarde omdat het gebeurt in opdracht van de Schepper, als was je rentmeester.


maandag 22 december 2014

XMAS

De kerstdagen zijn zoals gebruikelijk alweer ruim van tevoren aangekondigd: door reclameblaadjes van supermarkten, afgezaagde jonge sparren ('kerstbomen') en kerstverlichting alom, kerstkaarten, nauwelijks meer als zodanig herkenbare kerstliedjes in de winkelstraat, en, de nieuwste mode: een blok van vier houten letters "XMAS" voor het kamer- of keukenraam.

Wat is 'xmas'? Het Engels-Nederlands woordenboek geeft het antwoord: een synoniem voor "Christmas", oftewel Kerstmis, de Christus-mis – kennelijk een begrip van rooms-katholieken huize, wat in protestantse landen als Nederland, Engeland en de VS overigens de pret niet mag drukken.
Maar hoezo "Xmas"? Wel, de X is eigenlijk de op dezelfde wijze geschreven Griekse letter chi, de beginletter van Christos. Zo is "Xmas" een afkorting van "Christmas"; en zou dus moeten worden uitgesproken als [chi-mas], maar geen hond die dat doet, want bijna niemand weet wat het eigenlijk betekent. Dat krijgje, als je een vreemd woord leen uit een buitenlandse taal. Het enige dat overblijft is na-aperij.
En een vermoeden van iets onbekends, want "mister X" is immers "meneer de onbekende". Typerend voor het kerstfeest van velen – wie weet nog over Wie het gaat? Over de kerstman, toch? Santa Claus, ofzo…

Voor mij persoonlijk getuigt het XMAS-plankje van domheid – meelopen met de mode van een fantasieloos strak interieur en een inhoudsloos kerstfeest. Objectief gezien getuigt het van oppervlakkigheid; die overigens nog ruim voorbijgestreefd wordt door plastic kerstmannen-op-een-schommel en soortgelijke prullaria, 'versieringen' die ik te stompzinnig acht om er meer woorden aan vuil te maken.

Kerst is een christelijk feest – met tal van heidense elementen, zoals de tijd van het jaar waarin het wordt gevierd – met een goede boodschap: God werd mens, om de tot hopeloze armoede vervallen mens weer de kans te bieden om bij de hemelse God terug te komen. Met tussen haakjes een ironische bijklank: dat God om dit wonder te verwezenlijken een arm meisje uitkoos in plaats van een trotse machthebber.
Een ster heeft – vanwege de geschiedenis van de Wijzen uit het Oosten – nog een symbolische waarde, maar ons houten "XMAS"? Misschien is het bij u anders, maar voor de meesten is (de aankondiging van) het kerstfeest nogal leeg, met stijlloze kaartjes in de trant van "Dinner! We do the cooking, you do the eating" alsof het kerstfeest uitsluitend draait om eten. Werkelijk, zonder Christus is je kerst mis. Ik ben niet de eerste die dat opmerkt, maar evenmin de laatste, want het wordt hoe langer hoe nodiger. Xmas, de mis – wie weet nog wat dat is? – voor de Onbekende. Wacht even – daar hadden de Grieken een altaar voor…


maandag 15 december 2014

Onvertaalbaar (slot): Uitstervende talen

Het Arabisch wordt wel beschouwd als de meest onvertaalbare taal. Toch komen de onvertaalbaarste woorden niet uit deze taal, maar meer uit het Japans – en uit tal van andere talen, van bekende tot de meest exotische. Door de rangschikking naar betekenislengte is duidelijk te zien wie met de prijs gaan strijken.
De derde prijs gaat naar het Japanse "aware" (niet te verwarren met het Engelse woord).
De tweede prijs krijgt "ilunga", een woord uit D.R. Kongo, dat door vertalers is uitgeroepen tot "meest onvertaalbare woord ter wereld".
De eerste prijs is natuurlijk voor de absolute winnaar en dat is het woord dat het Guinness Recordboek heeft gehaald als het bondigste woord ter wereld. Het woord "mamihlapinatapai" is zó onvertaalbaar dat ik met één omschrijving niet meende te kunnen volstaan. Dit woord komt uit het Yaghan, de taal van het Yámana-volk, een indianenstam die leefde op Vuurland, het uiterste zuiden van het Zuid-Amerikaanse continent.
Leefde, ja. Want de heldhaftige Yámana, die van generatie op generatie de kou trotseerden en wier vrouwen dagelijks naar schelpdieren doken in het ijzige water rond Vuurland, en dat schiereiland zijn Nederlandse naam gaven, zijn uitgeroeid door de blanken; deels met het geweer, deels onbedoeld door meegebrachte ziekten. Uitgeroeid, op eentje na: er is nog één volbloed-Yámana-vrouw in leven, de 86-jarige Cristina Calderón, de laatste moedertaalspreekster van de taal waarin het "bondigste woord ter wereld" voorkomt. Maar de kans dat zij het nog zal gebruiken is klein, want voor mamihlapinatapai zijn twee personen nodig…

Ik denk dat de boodschap inmiddels duidelijk is: het uitsterven van talen betekent een verlies, voor de hele mensheid. De Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky zegt:
“Als een taal verdwijnt gaat er veel verloren. Een taal is een schatkamer van culturele rijkdom. Elke taal is een manier om de wereld te begrijpen en te verklaren.”
Hij stelt zelfs dat als mensen hun moedertaal kwijtraken, ze hun identiteit verliezen; als individu of als volk – of het land waar het volk woonde. Tom Scott verwoordt het zo:
“Al deze fantastische kenmerken vormen één van de redenen waarom het belangrijk is kleine talen levend te houden. Als het Engels de wereld volledig zou overheersen (…) zouden we niet alleen deze rijke talen verliezen, maar we zouden het wezen kwijtraken van waartoe het menselijk brein in staat is.”

Exotische talen bezitten waardevolle eigenaardigheden die het Nederlands en andere (grote) Europese talen missen. Zo zijn er verscheidene talen waarin onderscheid gemaakt wordt tussen 2 soorten "wij": met en zonder inbegrip van de aangesprokene. Nog een paar voorbeelden.
     Het Aymara (een taal uit de Andes; 2,8 miljoen sprekers) ziet de toekomst als achter je en het verleden voor je – dat kun je immers zien.
     In het Wayana (indianentaal uit Suriname; ± 1000 sprekers) is het moeilijk om te liegen, doordat je bij een bewering moet kiezen voor een grammaticale constructie die aangeeft of je bijvoorbeeld het verhaal van een ander gehoord heb of dat je het zelf heb gezien.
     Het Guugu Yimidhirr (de inheemse taal in Australië waaruit het woord “kangaroe” komt; minder dan 20 sprekers) gebruikt absolute plaatsbepaling  in plaats van relatieve; dus geen "voor", "achter", "links van" en "rechts van", maar "ten noorden van", "ten oosten van" enz.

Hoe groot het probleem is, hoeveel talen er eigenlijk dreigen te verdwijnen, bracht het project Endangered Languages onlangs in kaart. Elk rood bolletje staat voor een taal met hooguit nog een paar honderd maar vaak nog slechts één of twee sprekers, in het nauw gebracht door een dominante (Europese) taal. En bijna elk jaar sterven er talen uit; dit jaar het Klallam (Canada) en vorig jaar het Lijfs (Letland).
De Nederlandse geoloog Salomon Kroonenberg merkt op:
“Eén van de dingen die ik ben gaan beseffen terwijl ik dit boek [De binnenplaats van Babel] schreef, is dat er niet alleen talen verdwijnen, maar dat ook het proces dat er steeds nieuwe talen bij komen, misschien wel voorgoed is stopgezet. Die talen ontstonden door isolatie (…). Door mondialisering gebeurt dat waarschijnlijk niet meer.”
Toch is er hier en daar een lichtpuntje te zien, want de mondialisering heeft ook zijn gunstige keerzijde. Zo stelde de laatste spreekster van het Wukchumni (VS) onlangs een woordenboek van die taal samen, wat anderen de mogelijkheid biedt de taal te leren.

Toegegeven: de talenrijkdom heeft ook zijn nadeel. Volgens de Bijbel was het een straf van God met als doel de mensheid over de aarde te verspreiden. Maar als de Heilige Geest op de Pinksterdag zelfs dialect sprak, dan is geen enkele taal te min. De talenrijkdom weerspiegelt de rijkdom van de schepping. Kroonenberg:
“Waarom zijn de mensen ooit uit Afrika [lees: Babel] weggetrokken? Uit nieuwsgierigheid naar wat er elders te vinden is. Waarom zijn al die talen versplinterd? Onder andere omdat al die nieuwe ervaringen op een nieuwe manier moesten worden uitgedrukt. Hoeveel deuren naar andere mensen kunnen we openen door hun taal te leren?”


maandag 8 december 2014

Onvertaalbaar (2): De mooiste onvertaalbaarheden

chen (Bodo) =                 iemands hart raken
menudear (Spaans) =    vaak hetzelfde doen
taradien (Arabisch) =     win-win-compromis
ivaluktaktolý (Inuit) =    geluid van kruiend ijs
aporia (kl. Grieks) =       zich geen raad weten
koyaanisqatsi (Hopi) =  leven dat uit balans is
sikuliagezoah (Inuit) =  decimeters dik jong ijs
gobram (Bodo) =           schreeuwen in de slaap
gulun (Bodo) =               buigen na ontworteling
bejaka (Zweeds) =         positief staan tegenover
ramai (Maleis) =            drukke sociale bezigheid
hai (Japans) =                "Ja, ik begrijp wat je zeg"
agapè (kl. Grieks) =       onvoorwaardelijke liefde
zum (Bodo) =                 het bovenlichaam kleden
imeros (kl. Grieks) =      een verlangen naar liefde
onsra (Bodo) =               voor het laatst liefhebben
chonsay (Bodo) =          zeer  voorzichtig oppakken
jati (Hindi) =                   gespecialiseerde subcultuur
gobray (Bodo) =            onbedacht in een put vallen
qualia (Latijn) =             onverwoordbare ervaringen
nunchi (Koreaans) =      intrinsiek inzicht in de ander
lagom (Zweeds) =          niet te veel en niet te weinig
schmuzen (Jiddisch) =   vertrouwelijk contact maken
ganga (Yidiny) =            geluid van naderend persoon
temulentia (Latijn) =      vergevorderde dronkenschap
samizdat (Russisch) =   ondergronds verzetsschrijven
shibui (Japans) =           schoonheid door veroudering
nyurrugu (Yidiny) =      geluid van gepraat in de verte
char (Bodo) =                 ruiken naar urine of rauwe vis
gabchron (Bodo) =        bang zijn een avontuur te zien
derti (mod. Grieks) =     voortdurend gevoel van gemis
salagok (Inuit) =             enkele cm dik nieuwgevormd ijs
kaloagasitols (Inuit) =   vorming van een dubbele ijslaag
n/um (!Kung) =               geheimzinnige genezende kracht
merzavets (Russisch) = laag persoon die walging oproept
helal  (Turks) =               verdiend(e  toestemming (geven))
jung (Koreaans) =          liefde die niet meer over kan gaan
agiaktok (Inuit) =           evenwijdige barstbeweging van ijs
duende (Spaans) =         'magisch' (gevoel voor) creativiteit
anzray (Bodo) =             buiten bereik van de vijand houden
serrom (Bodo) =            onderzoeken door zacht te drukken
podlets (Russisch) =      laag persoon die minachtig oproept
gagrom (Bodo) =           trappelend iets zoeken onder water
ivoaksizu´ (Inuit) =        toestand van ijs dat begint te kruien
egthu (Bodo) =               knellend gevoel in oksel veroorzaken
posjlost (Russisch) =     minderwaardige zaak of karaktertrek
mochrob (Bodo) =         woede uitdrukken met zijwaartse blik
talkin (Maleis) =            instructies voor stervende/ gestorvene
yuyurngal (Yidiny) =     geluid van slang die door het gras glijdt
muwallik (Inuit) =          vaster wordende ijs-watermengselrand
eidolon (kl. Grieks) =    leeg beeld van een (gestorven) persoon
rodnje (Russisch) =       naaste familieleden en intieme vrienden
zapoj  (Russisch) =        meerdaagse vlucht in delirium van vodka
yakamoz (Turks) =        weerspiegeling van de maan in het water
myo (Japans) =              geheimzinnige kracht in ware schoonheid
honne (Japans) =            werkelijkheid die je diep vanbinnen geloof
negodjaj (Russisch) =    laag persoon die verontwaardiging oproept
nagual (Yaqui) =            onzichtbare, onverwoordbare werkelijkheid
pogazak (Inuit) =           ijs-watermengsel  langs schurende ijsranden
yokomeshi (Japans) =    ongemak van communicatie in vreemde taal
akèdia (kl. Grieks) =      rusteloze treurnis en volslagen lusteloosheid
bialag (Gaelisch) =         persoon die vóór iemand anders op paard zit
kiasu (Hokkien) =           angstvallig streven naar het beste voor jezelf
Drachenfutter (Duits) =  verzoeningsgeschenkje voor boze echtgenote
asusu (Bodo) =                zich ongemakkelijk voelen op een nieuwe plek
pohoda (Tsjechisch) =   (gemoeds)toestand vrij van pijn en problemen
hozh'q (Navajo) =          gecreëerde en ervaren schoonheid van het leven
guanxi (Mandarijn) =     sociaal krediet opgebouwd door verleende gunst
taarof (Perzich) =           aanvaarden van gastvrij aangeboden eten/ drinken
thambos (kl. Grieks) =   verwondering en ontzag bij onbevattelijke ervaring
lítost (Tsjechisch) =        gekweldheid door plotseling besef van eigen misère
mokita (Kiriwina) =        bekende waarheid die niemand wil/ durft uitspreken
makoto (Japans) =          spreken met inachtneming van andermans gevoelens
yugen (Japans) =            mysterie en subtiliteit onder de oppervlakte der dingen
kvetch (Jiddisch) =        aanhoudende verzuchting over alle zorgen van de wereld
e-ma-ho (Tibetaans) =    verwondering en ontzag bij doorzien van de werkelijkheid
tatemae (Japans) =         realiteit waarvan iedereen verklaart dat het de waarheid is
sisu (Fins) =                     trotse, volhardende weigering zich op de kop te laten zitten
saudade (Portugees) =   diep weemoedig verlangen naar wie en wat er niet (meer) is
Weltschmerz (Duits) =  droefgeestig meevoelen met nood en ellende van de wereld
dao (tao) (Mandarijn) =  alomvattende, uit zichzelf bestaande, oneindige, tijdloze kosmische                    eenheid
aware (Japans) =            bewustzijn van en waardering voor de voorbijgaande schoonheid der                 wereld
ilunga (Tsjiluba) =         persoon die overtreding 1e  en misschien 2e keer wil vergeven, 3e keer niet meer
mamihlapinatapai (Yaghan) =   blik uitgewisseld bij wederzijdse overeenstemming, of:
blik uitgewisseld tussen twee mensen die geen initiatief willen nemen en hopen dat de ander het doet

maandag 1 december 2014

Onvertaalbaar (1): Inleiding

Wellicht herken je het: de bijzondere gewaarwording toen je erachter kwam dat het Engels een woord heeft voor "opdat niet" (lest), en voor "in staat stellen" (allow) maar dat het juist geen woord heeft voor "buurvrouw" of voor "inhoudelijk". En dan blijken er ineens heel veel van dergelijke gevallen te zijn van woorden waarvoor een andere taal geen woord heeft of waarvoor zelfs de meeste andere talen geen woord hebben. Hierdoor ontstaat het bewustzijn dat talen niet woord voor woord in elkaar over te zetten zijn en dat er 'onvertaalbare' woorden bestaan. Soms blijken die verdraaid handig te zijn en bijgevolg worden ze ontleend. Zo komt het Nederlands aan zijn vele leenwoorden uit het Latijn, Grieks, Frans, Engels, Duits, Arabisch en andere talen. Ook andere talen doen aan 'woorden lenen zonder teruggeven'; vaak betreft het dezelfde begrippen, waardoor dat internationale woorden worden. Denk aan de vele begrippen met een Latijnse oorsprong, maar bijvoorbeeld ook religieus getinte termen uit het Mandarijn-Chinees (jin/jang) of Sanskriet (goeroe, nirvana, yoga, mantra).
Toch blijven er nog tienduizenden onvertaalbare woorden over, verdeeld over duizenden talen, die nooit ontleend worden. Soms zijn dat woorden die typisch zijn voor de cultuur van het land; zo kent Italië tig soorten koffie, waarvan de meeste inmiddels ook elders bekend zijn. In het Russisch worden familie- en andere verhoudingen anders beschreven dan bij ons. Zo is er de reeks droegpriyatelznakomi om steeds minder nabije graden van "vriend" te beschrijven.
Sommige onvertaalbare begrippen beschrijven een  gebruik dat buiten het betreffende taalgebied onbekend is, zoals:
-        alfreka (IJslands) = het wegjagen van de elfjes (waardoor land spiritueel dood achterblijft)
-        cèilidh/ céilí (Schots- resp. Iers-Gaelisch) = verteltraditie met muziek
-        halca (Arabisch) = verteltraditie met zang en dans
-        nidstang (Noors) = met runen versierde paal waarmee de Noormannen onheil en verwoesting afriepen over vijanden
-        potlach (Chinook Jargon) = groot ceremonieel feest waarbij bezittingen worden weggegeven of vernietigd  om rijkdom van bezitter te tonen
-        rèiteach (Gaelisch) = samenkomst waarin man formeel hand van meisje vroeg aan haar vader
Of zaken uit 's lands mythologie:
-        Doppelgänger (Duits) = spookachtige schaduwgestalte
-        ngarong (Dyak) = 'droomhelper'
-        sian (Iers-Gaelisch) = betoverende zachte, treurige muziek
-        sluagh (Gaelisch) = geest van overledene
Soms betreft het een woord voor een bepaald gebaar, bijvoorbeeld:
-        nop (Laotiaans) = hartelijke begroeting (handpalmen gebedsgewijs tegen elkaar)
-        quine-mine (Frans) = beledigend handgebaar (duim tegen wang, hand wapperen)
Of een klanknabootsing:
-        froufrou (Frans) = geritsel van bladeren en kleren (klanknabootsing van klassieke damesjurk; het best uit te spreken met tongpunt-r)
Daarnaast heeft elke taal zijn eigen zegswijzen, uitdrukkingen en spreekwoorden; zeker de laatste zijn per definitie 'onvertaalbaar'. Maar er bestaan wel heel herkenbare uitdrukkingen waarvan je denk: "Hé, ja!" –
-        esprit d'escalier (Frans, uitdr.) =gevat weerwoord, pas bedacht op de trap naar beneden
-        métro-boulot-dodo (Frans, uitdr.) = alles waaruit het lege leven van velen bestaat (oorspr.: Métro – boulot – bistrots – mégots – dodo – zéro: metro – werk – kroegen – peuken – bedje – niks)
-        lêhavdiel (Hebreeuws/Jiddisch) = "Vergeef me dat ik het vergelijk" of "denk om het verschil"

De mooiste onvertaalbaarheden zijn echter woorden die overal herkenbaar, maar nergens dan in die ene taal in één woord gevat zijn. Veelal betreft dit abstracte zelfstandige naamwoorden, soms werkwoorden, af en toe bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden.
In het boekje Onvertaalbaar! van C.J. Moore zijn er heel wat bijeengebracht. Vele fraaie woorden die althans in het Nederlands en het Engels (waaruit Onvertaalbaar! op gebrekkige wijze is vertaald), maar waarschijnlijk ook in vele, zo niet alle andere talen bijna niet te vertalen zijn, die ik voor volgende week bewaar, heb ik daar gevonden.