maandag 16 juni 2014

Taalclassificatie

Een nieuw taxonomisch systeem voor de taalkunde

Hoe komt het dat Nederlands, Duits en Deens zoveel op elkaar lijken? Doordat we gemeenschappelijke voorouders hebben, de Germanen. Hebreeuws en Arabisch lijken wel op elkaar, maar in niets op de Germaanse talen; die behoren tot een andere taalfamilie. Boeiende materie; wil je taal begrijpen, dan moet je je in de verwantschap van talen verdiepen.
De wetenschap die zich in deze kwestie heeft gespecialiseerd is de vergelijkende taalkunde. Deze heeft zo'n beetje alle talen van de wereld ondergebracht in een classificatiesysteem, waarin elke taal onderdeel uitmaakt van een groep en die weer van een grotere groep, tot uiteindelijk – afhankelijk van de taalkundige school – zo'n 50 hoofdgroepen overblijven. Eén daarvan, de nummer 1 met de meeste sprekers en de nummer 3 of 5 van de meeste talen, is het Indo-Europees, waartoe ook het Nederlands en bijna alle andere Europese en enige Aziatische talen behoren. Dit niveau wordt meestal de taalfamilie genoemd.

Er is echter één probleem. In de biologie is een vergelijkbaar stelsel opgezet, van verwante organismen, uitgesplitst volgens het logische principe domein – rijk – stam – klasse – orde – familie – geslacht – soort, waarbinnen nog verfijningen mogelijk zijn. Kijk nu echter naar de taalkunde. Neem een taal als het Zoeloe; dat behoort tot de familie van de Bantoetalen die zelf weer onderdeel is van de Niger-Congofamilie. Niet erg duidelijk. Bovendien bestaan er voor de tussenstappen geen eenduidige aanduidingen.
Dat is niet alleen in het Nederlands zo, maar bijvoorbeeld ook in het Engels. Het woord "phylum" wordt soms gebruikt voor een groep van taalfamilies (dus een verzameling min of meer verwante hoofdgroepen), soms als synoniem voor "taalfamilie" en soms als subgroep daarvan (zoals de Germaanse talen). Begrijpelijk dat er pogingen gewaagd zijn hierin enige orde aan te brengen. Zo maakte ene Syndney Lamb de volgende indeling (van groot naar klein): phylum – class – order – stock – family – genus – language – dialect. Rasmus Rask rangschikte de talen als volgt (van klein naar groot): dialect – language – branch – stock – class – race. Een goede poging, maar nog niet overtuigend. Bovendien heeft het Nederlands dringend behoefte aan een classificatiesysteem, al was het alleen maar om de informatie op Wikipedia te verhelderen.

Welnu, we kunnen de biologische taxonomie als uitgangspunt nemen; wat in de levenswetenschap een soort is, is in de taalkunde een taal, en een taalfamilie is te vergelijken met een stam in de biologie. "Stam" is tegelijk een zeer geschikt woord om een hoofdgroep mee aan te duiden, en omdat we niet tweemaal hetzelfde woord gebruiken moeten we "familie" verderop in het schema zetten. Mijn voorstel is als volgt:
domeinstamsuperklasseklassesuperordeordesubordesuperfamiliefamiliesubfamilietaksectiegroeptaalstreektaalregiodialectgebiedsdialectdorpsvariant
Vetgedrukte woorden vormen de basis, cursieve woorden de tussenstappen die niet altijd nodig zijn.
Het zal even wennen zijn dat een taalfamilie voortaan "taalstam" heet, maar het wordt er vele malen duidelijker op.

Passen we het nu toe, dan krijgen we bijvoorbeeld de volgende analyses:
* (domein: Nostratisch)
           stam: Indo-Europees
                   (superklasse: Centum-talen)
                           klasse: Germaans
                                   orde: West-Germaans
                                           familie: Ingveoons
                                                   (tak: Anglo-Fries)
                                                           groep: Fries
                                                                  taal: Westlauwers Fries
                                                                          (streektaal: Woudfries)
                                                                                  (dialect: Gaasterlands)
* stam: Niger-Congo
           klasse: Atlantisch Congo
                   orde: Benue-Congo
                           (suborde: Bantoid-Cross)
                                   (superfamilie: Zuidelijk Bantoïde)
                                           familie: Bantoe
                                                   (subfamilie: Narrow Bantu)
                                                          (tak: Zuidelijk Bantoe)
                                                                  sectie: Nguni
                                                                          (groep: Zunda)
                                                                                  taal: Zoeloe
                                                                                          (dialect: Natals)

Zoals er in de biologie soorten zijn (bv. de Visarend) die een eigen familie vormen zijn er in de vergelijkende taalwetenschap talen die een eigen familie vormen; denk aan het Grieks. Er zijn zelfs talen die in hun eentje een eigen taalstam vormen; het Baskisch is zo'n geïsoleerde taal oftewel isolaat.

Men moet wel bedenken dat deze indeling gaat over levende talen; een historische taal als het Oud-Nederlands valt er daarom buiten. Zo komt ook het Afrikaans, dat voortgekomen is uit het Nederlands, op hetzelfde niveau te staan, dat van taal.


maandag 9 juni 2014

Het Kornalijnen Boekje

Spelling verandert voortdurend. Vanaf 1804 werden daar officiële regels voor uitgevaardigd, in 1954 voor de derde keer veranderd en meteen vastgelegd in het eerste Groene Boekje (eigenlijk: Woordenlijst Nederlandse Taal). In 2015 moet het Groene Boekje IV verschijnen. Daarin verandert niet veel ten opzichte van zijn voorganger, maar dat was bij II en III wel anders.
Neem de beruchte tussen-n-regels. Die werden in 1995 dusdanig onlogisch en riepen dermate veel weerstand op dat er tien jaar later twee nieuwe spellingsgidsen verschenen: het Groene Boekje III, waarin onder meer de tussen-n-regel werd bijgewerkt, en het Witte Boekje, een alternatieve spellingsgids die inmiddels ook als zodanig wordt erkend. Het Witte Boekje was ook een protest tegen alweer een spellingswijziging – het onderwijs kon het onderhand niet meer bijbenen, laat staan de gewone man.

Ik verwacht dat u van mij nu goede raad verlangt: welk van de twee moeten we volgen? Nu, wat je zeker van mij kunt verwachten is een tegendraadse opvatting, dus daar past het Witte boekje wel bij. Maar als het erop aankomt valt die tegen. Wat de tussen-n-regel betreft heeft het min of meer vastgehouden aan de onlogische regel uit 1995, terwijl een werkelijke verslechtering uit het Groene Boekje III wel werd overgenomen: het verdwijnen van het koppelteken uit drievoudig samengestelde zelfstandige naamwoorden. Zo behoorde je een gids voor wilde planten te schrijven als "wilde-plantengids" en een lid van de Tweede Kamer als "Tweede-Kamerlid". Nu is dat "wildeplantengids" respectievelijk "Tweede Kamerlid". Niet erg logisch.
Daarom wordt het hoog tijd voor een nieuwe spellingsgids, met logische regels die tenminste te leren zijn voor een buitenstaander. Gezien de kleuren die u omringen zou een oranje boekje misschien voor de hand liggen, maar dat zou niet erg oorspronkelijk zijn: er zijn al minstens drie verschillende Oranje Boekjes in omloop of in de maak. Daarom alvast het betere titelvoorstel voor de betere spellingsgids: het Kornalijnen Boekje. Kornalijn is de oude naam van Carneool, een prachtige oranje of rode variant van de edelsteen Chalcedon.

Aan welke regels moeten de woorden in het nog te schrijven Kornalijnen Boekje (dus niet "het Kornalijnenboekje") dan voldoen? Wel, kortweg: aan de officiële spellingsregels, maar met de volgende uitzonderingsbepalingen:

  1. samengestelde zelfstandige naamwoorden: met koppelteken, bijv. "lange-afstandsloper"; ook bijv. middelbare-scholier, ter-beschikkingstelling; samenstellingen met een hoofdletterwoord met kleine letter of koppelteken, bv. Bijbel – bijbelverhaal, Zoeloe – Zoeloe-vrouw 
  1. taalnamen en topografische namen: aanduidingen als "Vlaams Nederlands" en "Zeeuws Vlaanderen" zonder koppelteken (in tegenstelling tot bijv. "Oost-Pruisisch") 
  1. redengevend en oorzaakaanduidend voegwoord: de ten onrechte afgeschafte regel in ere herstellen: "omdat" bij reden, "doordat" bij oorzaak (bijv. "Het is licht in huis doordat de zon schijnt"; met "omdat" zou je suggereren dat je omdat de zon schijnt de lampen aangedaan heb, wat vreemd is) 
  1. het telwoord 1: altijd als "één", ter onderscheiding van het onbepaald lidwoord (in samenstellingen, zoals "opeen" geen accenttekens, want "een" kan niet in samenstellingen voorkomen) 
  1. stam+t bij tweede persoon enkelvoud: afschaffen de regel van "jij hebt" – "heb jij"; in beide gevallen zonder t is logischer 
  1. voornaamwoorden voor God: niet alleen persoonlijke, maar ook andere voornaamwoorden met hoofdletter (bijv. "De Eeuwige beloofde Zijn volk een land van melk en honing") 
  1. enkele bijzondere woorden: bijv. "rassisme" i.p.v. "racisme"

maandag 2 juni 2014

Psycho-analyse

of  De twaalf elementen van de menselijke geest


De menselijke geest is een zeer ingewikkeld verschijnsel, waarop de onderzoekende mens desondanks, of juist daarom, tracht vat te krijgen. Het is inzonderheid de psychologische wetenschap die zich hiermee bezighoudt. Deze wetenschap, die verscheidene vertakkingen telt, stelt zich tot hoofdtaak het menselijk gedrag te verklaren door algemeen geldende beginselen in de menselijke psyche (geest), de menselijke persoonlijkheid (karakter), te ontdekken.
Eén van de mogelijkheden hiertoe, in feite een psychoanalytische benadering, hoewel in deze vorm ook in die tak van wetenschap weinig toegepast, is verdeling in onderdelen. Een opzet.

Bewustzijn
Lichamelijk in-/uitschakelingsmechanisme van alle bewuste geesteswerkzaamonderdelen

1.     Persoonlijkheid
Bestaat uit twee gedeelten: 1. zelfbewustzijn; 2. karakter: a. samenhangend met instinct, omvat o.a. moed, ijver, luiheid, (on)afhankelijkheid, zelfbeheersing, idealisme, voorkeur; b. samenhangend met gevoel, omvat o.a. gezindheid/ welwillendheid, schaamte, ootmoed, eerzucht, achterdocht, jaloezie, (on)zekerheid, schuldgevoel (samenhangend met geweten)

2.     Gevoel
Eén van de belangrijke onderdelen van de geest; 1. innerlijk gevoel, omvat o.a. intuïtie, emotie, hartstocht, liefde, haat, angst, verdriet, medelijden, heimwee, weemoed, verlangen, depressie, verliefdheid, eenzaamheid, bezieling (bet. 2); 2. gevoeligheid, omvat o.a. spanning, mensenkennis en het "zesde zintuig": buitenzintuiglijke waarneming (samenhangend met ziel)

3.     Verstand
Tweede belangrijke geesteselement; gebruikt de hersenen, omvat denkvermogen, leervermogen, inzicht

4.     Geweten
In werking onafhankelijk, richtinggevend orgaan; deels aangeboren, deels gevormd

5.     Wil
Duidelijk onderscheidbaar onderdeel van de geest: het vermogen om keuzen te maken; uitvoerend orgaan, samenhangend met persoonlijkheid, beïnvloed door gevoel, verstand, geweten. Te onderscheiden in 1. theoretische wil (veelal werkend op lange termijn, samenhangend met verstand, geweten) en 2. praktische wil (veelal werkend op korte termijn, samenhangend met gevoel, waarneming (zintuiglijk))

6.     Sprekers
Uitvoerend denkvermogen (bewuste, onder woorden gebrachte gedachten), waarschijnlijk bestaand uit drie 'personen': (I). "prima" (m.n. gevoed door gevoel); (II). "reacta" (vnl. gevoed door gevoel); (III). "considérus" (m.n. gevoed door verstand)

7.     Instinct
Aangeboren 'gegevensbank', verantwoordelijk voor erfelijk bepaald gedrag, reacties, vaardigheden; ook karakter

8.     Ervaring
Of Herinnering. Geestelijk deel van het geheugen, samenhangend met gevoel; verwerking ofwel opslag van indrukken

9.     Associatievermogen
Door de hersenen werkende koppeling tussen zintuigen en geheugen

10.  Fantasie
Een gedeeltelijk onafhankelijke bron, in twee onderdelen bestaand: 1. ideeën en inspiratie ("bezieling" (bet. 1) in abstracte zin, "ingevingen" in 'concrete' zin), in nauwe samenwerking met gevoel, onderbewustzijn, verstand en herinnering, alsmede met de zintuigen (vgl. ook ziel); 2. voorstellingsvermogen (m.n. beeldend vermogen)

11.  Ziel
Geestorgaan waarmee contact kan onderhouden worden met het bovenzintuigelijke; in die zin kan de ziel een bron van inspiratie ('bezieling') zijn, zoals de fantasie, maar dan als tussenorgaan voor invloed van buitenaf

12.  Onderbewustzijn

Waarschijnlijk breed, zowel verstand-, gevoel-, persoonlijkheids- als geheugenkenmerken behelzend
_     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _     _

            Gemoed
Een enigszins vaag begrip, onder andere en met name in de betekenis van "tedere aandoeningen" (en dan synoniem met "hart"), voor de overzichtelijkheid liever onder te brengen onder gevoel en persoonlijkheid

            Hart
Nog breder en dus vager dan "gemoed" en bovendien (ten onrechte) associërend met het orgaan. Een achttal onderscheiden geestelijke betekenissen in te delen bij gevoel (3x), persoonlijkheid (3x), verstand (1x) en ziel (1x)


maandag 26 mei 2014

Kleren maken de vrouw

Bestaan er nog aantrekkelijke meisjes?

Kleren maken de vrouw. Op de deur van de dameskleedkamer staat een poppetje met een rokje – een vrouwtje.
"Kleren maken de vrouw" gaat tegenwoordig eerder op dan "kleren maken de man"; zeker voor wie het letterlijk opvat. Eerder heb ik hierover al het één en ander geschreven, maar omdat het toen zijdelings ter sprake kwam moesten er dingen blijven liggen.

“Waar kijk jij dan het eerste naar bij een vrouw?”
Deze vraag van mijn ploeggenoten bij de plantsoenendienst beantwoordde ik destijds tamelijk naïef, waarschijnlijk. “Nou… het hoofd, denk ik.” ‘t Gezicht, het haar. De kleren misschien ook.
Maar de meeste meiden en jonge vrouwen geven duidelijk te kennen dat er verder gekeken moet worden.
Die ziet er wel leuk uit. Alleen die spijkerbroek is jammer, maar verder is 't de moeite waard: lange blonde haren, mooie brede heupen, stevige benen… fraaie tekening, goed uier… tja, zo gaat dat.

Ergens op het internet vond ik een dubbelfoto van een aantrekkelijke vrouw van tweehonderd jaar geleden en eentje van nu. De eerste was een lieftallig meisje in een lange jurk van het kenmerkende model dat eeuwenlang geliefd was: met een strak bovenlijfje en een wijde rok. De tweede een hitsige hoer op naaldhakken, met geverfde lippen, een geruite panty en een kort rokje of broekje (dat was op de foto niet goed te zien).

Het valt me op dat vele, zo niet de meeste moeders hun dochtertje(s) leuker kleden dan zichzelf. Vanaf de tienerleeftijd wordt de kleding saai, nietszeggend, onvrouwelijk. In grote delen van Nederland komen dan ook geen echte meisjes meer voor; het spijt me dat ik het schrijven moet. En van de weinige meisjes die er nog zijn draagt vandaag de dag de helft – zeker de vijftien- tot twintigjarigen in het winterhalfjaar – zo'n zwarte legging met bijpassend ik-schaam-me-ervoor-dat-ik-een-meisje-ben-rokje.
Bestaan er eigenlijk nog aantrekkelijke meisjes? Ja, maar ze zijn uiterst zeldzaam geworden. "Eén uit een stad, twee uit een geslacht" in het gunstigste geval.
Kleding (en haardracht) bepaalt of iemand man, vrouw of twijfelgeval is, dat is mijn standpunt.

Er zijn de twee uitersten: enerzijds onthullende kleding die de aandacht op het lichaam richt en anderzijds kleur- en vormeloze, verhullende kleding. Maar er is ook een middenweg, die de twee deugden zedigheid en schoonheid verenigt, namelijk sierlijke kleding: zwierige lange rokken, folkloredansjurken… de mogelijkheden zijn er, alleen de moed ontbreekt.


maandag 19 mei 2014

Mannelijke geurtjes

Wie kent ze niet, de reclames voor deodorant, parfum, aftershave en dergelijke? Stoere kerels die trots zijn op dure geurtjes. Klinkt voor mij als een tegenstrijdigheid. Alsof je net zo'n flinke vent wordt als de reclameman door zijn merk luchtjes te kopen. Daar zit een luchtje aan…
Een man die parfum gebruikt – net zoiets als een adelaar die bosbessen eet.

Bovendien zijn die zogenaamd mannelijke luchtjes ook nog eens vreselijk chemisch. Misschien komen zulke luchtjes mannelijk over voor de vrouw van een chemisch fabrikant, maar voor mij in elk geval niet. Mannelijke geuren, dat zijn bijvoorbeeld sigaren- en pijprook, smeerolie, zaagsel, koeienmest, de geur van het vrije veld; en zelfs zweetgeur (al behoor ik ook niet bij de liefhebbers daarvan). Onder andere aan zulke natuurlijke geuren moet je een echte man kunnen herkennen.

Kortom, wat de reclame en de belhamels van de groep je ook mogen voorspiegelen, geurtjes uit een flesje of spuitbus zijn vrouwelijk. Of verwijfd.


maandag 12 mei 2014

Israël en de Palestijnen (slotopmerkingen)

Einde Palestijnen?

De bijdrage van vorige week zorgde voor een flinke discussie op Refoweb. Naar aanleiding daarvan een kort vervolg op het betoog; eigenlijk niet meer dan een paar opmerkingen, want het laatste woord is over deze ingewikkelde kwestie voorlopig niet gezegd en dat pretendeer ik dan ook niet te doen.

"Ik zou zeggen: Als het zo eenvoudig is, vertaal het in het Engels en mail het naar Kerry; Bibi en Abbas.
Of is deze blogspot wellicht toch een uitermate amateuristische symplificatie van het M.O.-probleem?"
Elke beschouwing van de kwestie in minder dan 10.000 woorden is noodzakelijk een simplificatie. Verregaande vereenvoudiging, dat is zeker de oplossing van Andrew Klavan, hoe schitterend fantastisch ook.
Ik blijf van mening dat de oplossing die ik uiteenzette één van de meest kanshebbende is, ware het niet dat het geboortecijfer van Arabieren beduidend hoger ligt dan van (verwesterde) Israëli's en dat de eersten zodoende in een verenigde staat binnen afzienbare tijd het numerieke overwicht kunnen hebben en dus de macht kunnen overnemen. Om dit te voorkomen moeten de Israëlische vrouwen zich minder richten naar westerse maatstaven, en geboortebeperking afwijzen. Goed. Intussen heeft Israël dan wel de kans te bewijzen het beste voor te hebben met ál zijn onderdanen, zoals nu de Israëlische Arabieren reeds ervaren.

Alleen de westerse wereld staat voor de zoveelste keer in de geschiedenis vijandig tegenover de Joden; het lijkt een wetmatigheid. Jy staan alleen in die land van melk en heuning – dat geldt misschien de Afrikaner, maar zeker de Israëli.
Het is me werkelijk een raadsel hoe dat komt; dat bijvoorbeeld de schuld van de armoede in de Palestijnse gebieden bij Israël wordt gelegd, ondanks de onophoudelijke stroom hulpgoederen vanuit het ook niet rijke Israël naar Gaza.
Voor een deel zou het als volgt te verklaren zijn, meent ene Timon Dias…
"Wat mijn studiegenoten betreft, kan ik hier toch altijd wel begrip voor opbrengen. Feit is nu eenmaal dat het bekritiseren van Israel de kans veel groter maakt op een date met die links-leunende moreel superieure mooie meisjes waaruit je sociale antropologie klassen bestaan, dan te suggereren dat het voortduren van het conflict in zijn essentie wellicht toch niet Israel’s schuld is. Een kwestie van prioriteiten."

Misschien evenwel zit er werkelijk meer achter – een andere dimensie, een hogere macht die partij gekozen heeft. Als dat zo is haalt politiek, in welke vorm dan ook, weinig uit en is de kans op een vreedzame oplossing nihil, want een oorlog in de geestelijke dimensie zal, zo voorspellen de oude profeten, zijn parallel hebben in de drie-dimensionale wereld.

Toch kan het nog interessant worden als de vermoedens dat de meeste Palestijnen van Joodse afkomst zijn juist blijken. Want "it is extremely revolutionary to tell people that their worst enemies are actually their brothers". Maar Israël mag gewoon niet bestaan. Een kwestie van prioriteiten.

maandag 5 mei 2014

Oplossing voor het Palestijnenprobleem

4 mei. Salafistische moslims komen samen voor herdenking van de slachtoffers van de "schaduwholocaust" die door Israël gepleegd zou zijn; de slachtoffers: Palestijnen. Die arme tweede-rangs-Arabieren zitten al tientallen jaren bijna letterlijk in de verdrukking, dicht opeengepakt in Gaza, weggeschopt door de Arabische wereld en Israël, veelal levend onder armoedige omstandigheden en bovendien stelselmatig volgestopt met Israël-haat, van thuis tot op school tot op straat en in de media.

4 mei. Europeanen komen samen voor herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog: soldaten, burgers, communisten, homo's, zigeuners (of worden die vergeten?) en ja, ook Joden; miljoenen. Dat zijn we moreel nog wel verplicht, maar daar houdt de sympathie voor het Joodse volk voor de meeste moderne Europeanen wel mee op. Want zoals Israël die arme Palestijnen onderdrukt, dat lijkt nergens op…

± 1040 v. Chr. Koning Sja'ul sticht de eerste staat Jisraëel, die door zijn opvolger Davied wordt uitgebreid en versterkt, met Jerusjaleem als nieuwe hoofdstad. Tot tweemaal toe wordt aan het bestaan van deze staat een einde gemaakt, de laatste in 70 n. Chr., maar in het land blijven Israëlieten wonen.
1920. Op de Conferentie van San Remo wordt de basis gelegd voor de nieuwe staat Israël, die in 1948 in het leven wordt geroepen.
1967. Egypte, Jordanië en Syrië vallen Israël binnen; dat slaat terug en verovert Sinaï, Golan, Gazastrook en Judea + Samaria ('Westelijke Jordaanoever'; zoiets als "Utrecht aan zee"). In daaropvolgende akkoorden stemt Israël ermee in deze gebieden weer op te geven, in ruil voor vrede. Israël voldoet in de komende jaren voor een groot deel aan die verplichtingen, maar de Palestijnen blijken niet bereid tot concessies. Israël is en blijft het enige land ter wereld (en het Joodse volk het enige volk) dat voortdurend met volledige vernietiging wordt bedreigd.
1993. In Noorwegen vinden onderhandelingen plaats tussen Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers, die uitmonden in de Oslo-akkoorden, die onder meer het betwiste deel van Judea en Samaria verdelen in verschillende zones en bepalen dat kwesties als grenzen, vluchtelingen, nederzettingen en Jeruzalem enkel via onderhandelingen mogen worden beslecht. Maar vervolgens eisen de Palestijnen dat Israël stopt met de bouw van nederzettingen (in zone C: Onder bestuur van de regering van Israël) alvorens te willen onderhandelen. Intussen nemen de VN de ene anti-Israëlresolutie na de andere aan, terwijl anderzijds het seculiere Israël zich beroept op bijbelse landbeloften. En elke keer lopen de onderhandelingen weer vast.

Plotseling wordt de oplossing voor het conflict op een presenteerblaadje aangereikt: Abbas dreigt de Palestijnse Autoriteit op te heffen; eind april 2014. Overigens niet voor het eerst. Maar Israël aarzelt. Durft het de verantwoordelijkheid niet aan?
Natuurlijk, de eerste tijd zal het er niet rustiger op worden en de voortdurend door Palestijnse raketten bedreigde Israëlische bevolking zal niet meteen rust krijgen. Maar dit is de kans van je leven, Israël! Maak er geen misbruik van en neem de verantwoordelijkheid ook de Palestijnse bewoners een goed bestaan te bieden een stap te zetten in de richting van blijvende vrede in het heilige land.
Ben ik zo'n idealistische dromer als ik me een Israëlische staat voorstel zonder happen eruit en zonder dreiging van Palestijnse terroristenorganisaties omdat de Palestijnen, Arabieren, Druzen, samaritanen, joden, christenen, negers en wie er allemaal nog meer mogen wonen, in vrede samenleven? De enigen die dit ideaalbeeld in de weg staan zijn uiteindelijk de Arabische fanatici die met hun onbegrijpelijk buitenproportionele jodenhaat velen in ieder land in het Midden-Oosten en daarbuiten ophitsen dit niet toe te staan.
En daarom moet er nog heel wat gebeuren; onder de Palestijnen moet een Ghandi of Mandela opstaan die jodenhaatzaaiende schoolboeken, radio- en tv-programma's en terreurnetwerken de wereld uit helpt. En in Europa mensen die hier het antisemitisme (wie weet nog dat daar strikt genomen ook Arabierenhaat onder valt?) tot bedaren brengen en ook de Nederlandse media zuiveren van jodenhaat.
Het zou me niet verbazen als Israël dan bereid is de 'Palestijnen' als volwaardige staatsburger te aanvaarden (zoals nu al het geval is met Arabieren in andere delen van Israël), inclusief hun godsdienst en alles wat daarbij hoort – alles, behalve de vorm van godsdienstfanatisme die pas doet rusten als de gehele wereld, en in het bijzonder een heilige plaats als Jeruzalem, met geweld vrij gemaakt is van alles wat niet mohammedaans is.

dinsdag 29 april 2014

Economie-kabinet komt met Natuurvisie

De "schijnbare tegenstellingen tussen natuur, landbouw en wonen" moeten worden doorbroken, meent staatssecretaris Sharon Dijksma van het ministerie van Economische Zaken. "Natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet alleen in beschermde gebieden. Mensen kunnen zelf meer doen om hun omgeving 'groen' te houden." Dit is zo'n beetje de rode draad in de onlangs gepubliceerde Natuurvisie.

Het klinkt sympathiek: het moet afgelopen zijn met de strikte scheiding tussen natuur en economie. Natuur in Nederland is bijna per definitie door de mens gevormd of op zijn minst beïnvloed, en een boer is bijna per definitie een "groene ondernemer" die dus werkt met de natuur. Mee eens. Nederland is te klein voor een strikte scheiding van functies, de casco-benadering. De Natuurontwikkelingsvisie heeft enkele waardevolle grote natuurgebieden opgeleverd, maar het lijkt me niet wenselijk als deze zienswijze het Nederlandse landschap gaat bepalen.
De lijn van de regering is al jaren, maar met de nieuwe Natuurvisie duidelijker dan ooit, de Functionele Natuurvisie: natuur is overal, en iedereen kan eraan bijdragen. En dat klopt, tenminste voor een deel: boeren zijn als ze willen en er de mogelijkheden voor hebben in staat niet onbelangrijk bij te dragen aan de natuur. Dat blijkt uit het concept Boeren voor Natuur: boeren krijgen een vergoeding om het productieniveau van hun bedrijf te verlagen ten gunste van natuurwaarden; en dat lijkt te werken.
Maar om eerlijk te zijn: ik ben wat sceptisch ten opzichte van de natuurvisie van een kabinet dat landbouw en natuurbeheer ondergebracht heeft bij het ministerie van Economische Zaken. Van een bezuinigingskabinet dat de economie uit het slop moet trekken verwacht ik eerlijk gezegd niet zo veel op natuurgebied. Zo hoefde het geen verbazing te wekken dat de uitvoering van de Ecologische Hoofdstructuur (nu Nationaal Natuurnetwerk) werd uitbesteed aan de provincies en dat de SAN werd afgeschaft. Gelukkig is daarvoor in de plaats een landbouwtoeslagenstelsel gekomen, maar ik betwijfel of dat de natuur evenveel oplevert als de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer deed. De tijd zal het leren. En dan nu een extra stimulans voor boeren, burgers en bedrijven om wat aan natuur te doen. Daarvoor wordt voor de komende vier jaar – niet schrikken! – wel tien miljoen euro gereserveerd. Gemiddeld ruim zestig cent per persoon. Mooie woorden ("duurzaamheid", "groen ondernemerschap" enz.) die de armoede moeten verhullen.
Het lijkt me een slecht teken dat ook Natuurmonumenten de burger meer wil inschakelen bij de inrichting van natuurgebieden.

Wat levert de Functionele Natuurvisie op? Wat meer paardenbloemen en koolwitjes, maar geen orchideeën en parelmoervlinders. Die voor Nederland te behouden is het doel van de derde grote natuurvisie: de Klassieke Natuurbeschermingsvisie. In die zienswijze zijn soortenrijke biotopen met veel zeldzame soorten het waardevolst. Het streefbeeld is een halfnatuurlijk landschap dat lijkt op Nederland van rond 1850: kleinschalige landbouw zonder overbemesting, vervuiling en verdroging, afgewisseld met bos en hei. Goed, ik ben realistisch genoeg om te zien dat we niet terug kunnen naar de negentiende eeuw en ook de armoede van toen niet terug willen, maar met onze huidige middelen moet er toch een flinke stap in de goede richting mogelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de Drentsche Aa en tal van andere kleine natuurgebieden die in oude staat zijn behouden of hersteld. Puur genieten voor de natuurliefhebber. Voor het overige moet de boer zelf (aan wiens grootouders wij die juweeltjes te danken hebben) het beheren van de natuur 'herontdekken', bijvoorbeeld middels een concept als Boeren voor Natuur. En dan is "continuïteit" ("duurzaamheid" voor mijn part) het sleutelwoord, omwille van zowel landbouw als natuur.

maandag 21 april 2014

Opstaan uit de dood… kan dat?

Het verhaal van Pasen

De Passionen en The Passion hebben Nederland zich helpen herinneren wat ook alweer het verhaal achter Goede Vrijdag was: het lijden en sterven van Jezus. Maar Pasen? Wie gaat je dat vertellen? Wel, in een paar woorden: Pasen is de herdenking van de opwekking/ opstanding van Jezus uit de dood. Hè, kan dat, opstaan uit de dood?

>>Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft.<< (Mattheüs 28, het vervolg op Bachs Passion)

,,Wetenschappers en moderne theologen beweren dat de Opstanding niet echt gebeurd kan zijn,” zegt de dominee. ,,Je moet het psychologisch zien, zeggen ze. Maar wij geloven dat Jezus wel lichamelijk is opgestaan. Laten wij vasthouden aan het lege graf.” Kortom: het verstand zegt dat het niet kan, maar de gelovige moet het verstand opzij zetten en domweg geloven. Wat een zwaktebod.
Voor een kind dat opgevoed is met het geloof is het voldoende het opstandingsverhaal en andere bijbelverhalen te geloven omdat ze in de Bijbel staan, omdat vader, moeder en de predikant zeggen dat ze echt gebeurd zijn. Maar een volwassen eenentwintigste-eeuwse westerling mag daarmee niet volstaan. Wie iets gelooft moet in deze tijd om ernstig genomen te worden kunnen uitleggen waarom.
Welnu, kun je opstaan uit de dood? In de Bijbel staan negen gevallen van iemand die uit de dood werd opgewekt; Jezus (Jesjoea) was de zevende (opgewekt door God; en omdat Hij volgens de Bijbel zelf ook God was wordt ook wel gesproken van opstanding). Daarnaast voorspelt de Bijbel dat aan het einde der tijden alle mensen die ooit zijn gestorven uit de dood zullen opstaan ("sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd", Daniël 12). Kletspraat? Wie een beetje thuis is in de Bijbel zal dat niet zo snel zeggen. De Bijbel is namelijk een doorwrocht geschrift dat overal toetsbare feiten vermeldt (waarvan vele in onze tijd worden geverifieerd) en tal van voorspellingen bevat die eeuwen later (bv. in de tijd van Jesjoea) zijn uitgekomen. Dus als iets in de Bijbel staat is er reden om belang te hechten aan de historische juistheid ervan.
Maar opstaan uit de dood? Het hele biologische afbraakproces dat in gang gezet is weer om te keren? Hier ligt een denkfout op de loer: "Als iets niet verklaarbaar is kan het ook niet" – een tamelijk kortzichtige bewering, want "niet verklaarbaar" is volslagen afhankelijk van de stand van de wetenschap op het bewuste tijdstip. Is een natuurverschijnsel als bolbliksem pas in de twintigste eeuw mogelijk geworden? Stel je voor – dan was er vóór 1600 geen zwaartekracht!

En de opstanding van Jesjoea dan? Zelfs al zouden dergelijke wonderen in theorie kunnen gebeuren, is het aannemelijk dat het in dit geval ook echt gebeurd is? Ja; het is aannemelijker dat het echt gebeurd is dan dat het een verzinsel is.
Welke bronnen zijn er over het leven van Jesjoea? Om te beginnen vier biografieën, als "evangelie" opgenomen in de Bijbel (wat ze niet minder betouwbaar maakt); daarnaast enkele opmerkingen in brieven van o.m. de apostel Paulus en Romeinse schrijvers. Ruben Jorritsma analyseerde de gegevens en besloot dat het feit dat Jezus werkelijk is opgestaan de beste verklaring biedt voor de volgende reeks feiten:
  1. Jesjoea werd gekruisigd.
  2. Jesjoea werd begraven door Josef van Arimathea.
  3. Het graf was leeg.
  4. Jesjoea's discipelen (leerlingen) zagen verschijningen van Jesjoea na zijn dood.
  5. De discipelen kwamen tot de overtuiging dat Jesjoea was opgestaan (waardoor ze er zo nodig de marteldood voor over hadden).
Hiervoor zijn de volgende verklaringen aangedragen:
  1. De discipelen hebben het lichaam gestolen en gelogen over de verschijningen – verklaart feit 3, maar niet 5;
  2. De verschijningen waren een hallucinatie – verklaart feit 3 niet en 5 weinig beter;
  3. Jesjoea heeft de kruisiging overleefd – op alle punten (misleiding van de soldaten, overleven in een graf zonder verzorging, ontsnappen uit bewaakt graf) onwaarschijnlijk
  4. Jesjoea is opgewekt uit de dood – verklaart alle feiten en sluit aan bij de Oud-Testamentische profetieën.
>>Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde.<<
– Zou jij die bewakers geloven? Ik niet, zeker met wat ik nu weet.

Ergo – wie goed nadenkt gelooft in de opstanding. Van Jesjoea, maar dan waarschijnlijk ook van onszelf…

maandag 14 april 2014

Kerksnoep

In bevindelijke kerken bestaat de merkwaardige gewoonte om één, twee of drie keer tijdens de preek rollen snoep rond te delen. Zoals we vorige maand zagen neemt dit gebruik af als de preek minder somber wordt en zodra de preekduur onder de vijfenveertig minuten duikt verdwijnt het.

Wanneer dit gebruik is ontstaan heb ik niet kunnen achterhalen, maar het zal ongetwijfeld bedoeld zijn geweest om wakker te blijven tijdens een lange preek. Jarenlang werd dan ook uitsluitend pepermunt gebruikt; King is er groot door geworden. De laatste tijd is het pepermuntje slechts één van de vele kerksnoepjes. Maar nog altijd worden vooral rollen snoep gebruikt omdat die gemakkelijk door te geven zijn door de kerkbank. Kerksnoep vervult daarmee een sociale functie die in gemeenten die dit gebruik niet meer kennen vervuld wordt door begroetingen en gesprekken vóór en koffiedrinken na de dienst.

Maar waarom moesten er pepermuntjes geslikt worden om wakker te blijven? Kennelijk wist de prediker zijn boodschap niet goed meer over te brengen en/ of had de boodschap de hoorder niet veel meer te zeggen.
Je kun niet zeggen dat het aantal verslonden snoepjes tijdens de preek een maatstaf is voor de kwaliteit van de preek, want zoals we vorige week zagen is het één van de wetmatigheden binnen het Nederlandse protestantisme; dus een dominee in een 'zware' kerk kan preken wat hij wil, maar de kauwende kaken krijgt hij niet stil. Toch zegt het wel iets. Als de prediker zo welsprekend is dat je de tijd vergeet, dan vergeet je ook je snoepjes; als de behoefte aan de boodschap (Gods Woord) zo groot is als ten tijde van de Hervorming of onder opwekkingen, dan is er geen behoefte aan kerksnoep. Dus snoepen in de kerk is welbeschouwd een verwerpelijke gewoonte.
De oplossing is niet gelegen in het verkorten van de preek, zoals in de lichtere kerken gebeurt; de aanpak in evangelische kringen, boeiender preken, komt meer in de buurt. Maar ik zie vooral heil in de benadering van evangelist Jacques Brunt: "Een prediker moet prikkelend spreken, zodat mensen uitgedaagd worden het Woord te herontdekken." Druk bladerend in je bijbeltje, mooie gedachten en nieuwe inzichten opschrijvend en aan de lippen van de spreker hangend vergeet en veracht je snoepjes ten enenmale. Waarschijnlijk hopen de kosters er (tegen beter weten in?) nog altijd op dat dit gebeurt, want dat zou de overmatige kerkverlichting verklaren en, als het werkelijkheid wordt, nuttig maken. En zo wordt kerkgaan een zinvolle bezigheid.

maandag 7 april 2014

'Freegans', de moderne vrijbuiters

Is het nodig om goede etenswaren uit afvalbakken te halen?

Het is werkelijk een gedrocht van een woord; maar de inhoud is loffelijk. 'Freeganisme' – een samentrekking (kofferwoord) van "free" (vrij) en "veganism" (levenswijze zonder gebruik van dierlijke producten) – is een vorm van verzet tegen de westerse consumptiemaatschappij, in het bijzonder tegen de verspilling van voedsel die in onze samenleving gewoon is geworden.
Wat doet een freegan? Wel, 'dumpster diven' – weer zo'n waardeloze pseudo-Engelse term. Afvalbakduiken, letterlijk. Het Duits gebruikt 'Containern', ook een waardeloze term. Het Deens heeft er wel een eigen woord voor bedacht: "skraldning", afgeleid van "skrald", afval. Maar het is intussen duidelijk geworden: een freegan duikt in afvalbakken – en waarom? Om daar zijn levensonderhoud uit te halen. Ajakkes…

Maar stel je gerust. Het is meestal niet zo smerig als het lijkt. Je moet niet denken aan half opgegeten boterhammen uit de prullenbak op straat, maar aan zo'n grote afvalbak achter de supermarkt, waar dozen vol wijn, zuivel, groente, fruit en tal van andere puike levensmiddelen zijn te vinden. Alleen het is over de datum, of bijna. Nou en? Over de datum betekent meestal niet "overstuur" (volg de snelkoppeling en overtuig jezelf).
Zo doende is een freegan goedkoop uit; net als zo'n zeeschuimer van vroeger. Een "vrijbuiter" heet zo'n piraat ook wel. Tegelijkertijd staat "vrijbuiter" ook voor iemand die zich niet zoveel gelegen laat liggen aan wat 'hoort', aan hoe men meent dat het moet, aan maatschappelijke regels. Aansluitend aan deze twee betekenissen wil ik er nog een derde aan toevoegen: "iemand die weggegooid goed voedsel uit afvalbakken rooft". Een vrijbuiter is dus wat men tot nu toe nog noemt een freegan en freeganisme is moderne vrijbuiterij. Want een vrijbuiter is letterlijk iemand die vrije buit behaalt. In dit geval gratis voedsel.

Dat deze 'buit' door zijn vorige bezitters werd versmaad is een schande voor de samenleving, een kwade uitwas van het kapitalisme. Het schijnt dat ongeveer een derde van al het voortgebrachte voedsel ongebruikt wordt weggegooid (in Amerika is het nog erger, maar daar hebben we het vandaag niet over). Een deel gebeurt al in de industrie, een deel bij de handel en een deel bij de consument. Het gaat om voor het overgrote deel goed voedsel, met een totale waarde van miljarden euro's per jaar. Dit is wel erg zonde van het geld, maar ook van de milieubelasting die met de voedselbereiding gepaard gaat en bovendien kunnen we het niet verantwoorden tegenover de Schepper en de hongerlijdende medemens.
Het goede nieuws is dat de overheid er nu aandacht aan besteedt en de voedselverspilling bij industrie en supermarkten probeert terug te dringen. Zo is er een documentaire gemaakt over het weggooigedrag van supermarkten. De grootste verspiller van allemaal, Jumbo, heeft zich dit aangetrokken en zoekt nu contact met de voedselbank. Een goed begin.
Maar de situatie is nog steeds schrijnend. Restaurants en evenementen die na 23:00 uur sluiten kunnen moeilijker hun overtollige voedsel kwijt bij voedselbanken (die sluiten eerder) en dus worden er tonnen kostbaar eten in de vuilnisbak gekieperd. En de gemiddelde consument gooit nog evenveel weg als vijf jaar geleden. Kortom: het is goed dat vrijbuiters aandacht schenken aan dit probleem, op hun eigen onconventionele wijze. Eigenlijk smaakt een vruchtensalade van ooft uit de vuilnisbak zelfs lekkerder dan eentje uit de supermarkt, want het is eerlijk voedsel, gered van de verspilling.

Dus, ja: het is nodig om goede etenswaren uit afvalbakken te halen. Dat blijft het zolang Nederland zijn verantwoordelijkheid niet neemt, bang is voor een minder mooi plekje op een appel en niet door heeft dat de datum op een verpakking niet de uiterste, maar de minimale houdbaarheid aangeeft.


dinsdag 25 maart 2014

1 april

1 april 1944 – Volgens de Barneveldse Krant zal er deze dag op het station met de trein uit België een bijzonder paard aankomen, Lirpa 1, een kruising tussen een Belgisch trekpaard en een Nijlpaard, met een buitengewone lengte, kracht en uithoudingsvermogen. Honderden paardenliefhebbers trekken naar Barneveld.

1 april 1969 – Het journaal meldde dat op deze dag een landelijke actie zou worden gehouden om 'zwartkijkers' op te sporen. Controleurs zouden een scanner gebruiken die alleen niet werkte bij een in aluminiumfolie verpakte tv. De volgende dag is in de meeste winkels het aluminiumfolie uitverkocht.

1 april 1981 – Volgens de Britse krant Daily Mail missen de organisatoren van de Londense marathon een Japanse deelnemer. De oorzaak is waarschijnlijk dat in de Japanse versie van de inschrijfbrief stond dat het zou gaan om een tocht van 26 dagen i.p.v. 26 mijl. Mensen worden opgeroepen om de hardloper die al dagenlang bezig is tot stoppen te bewegen.

1 april 2006 – De website Kennislink.nl presenteert het Blauwe Boekje, een tegenhanger van het Groene en het Witte Boekje. De nieuwe spellinggids is vooral gericht op internetgebruikers en sms'ers, bijvoorbeeld door weglating van apostrof en trema. Vierhonderd mensen tekenen in voor een gratis exemplaar.

1 april 2008 – De BBC meldt dat er vliegende pinguïns zijn gevonden. Het gaat om een kolonie Adélie-pinguïns op een eiland ten zuiden van Vuurland. Als bewijs wordt een documentaire vertoond.

1 april 2013 – Google lanceert een nieuwe zoekfunctie, Google Nose, om geuren te zoeken op het internet.

Al minstens vijf eeuwen nemen mensen rond 1 april medemensen in de maling. Hoeveel mensen er precies aan doen is niet bekend; de meeste grappen worden namelijk niet geregistreerd. Maar het zijn er veel; de reden van niet meedoen is vaak vergeten of niet op tijd kunnen bedenken van een goeie grap. Slechts vrij weinig mensen hebben er echt maling aan.

Het CBS becijferde onlangs dat jaarlijks een slordige 10 miljoen euro wordt uitgegeven aan 1-aprilgrappen. Losse schoenveters, plintenladders en blikjes ooievaarskuitenvet zijn gratis, maar je kunt rond 1 april voor een duur grapje komen te staan.
Dat kan goedkoper.

Op aandringen van enkele hogere ambtenaren die de 1-aprilstatistieken onder ogen kregen heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap begin dit jaar besloten een onafhankelijk adviesbureau in te schakelen. Vorige maand kwam dit bureau met het volgende advies: verbied 1-aprilgrappen. Na rijp beraad heeft het ministerie besloten deze raad op te volgen. De verwachting is dat dezer dagen de besluiten in de media komen, waarna er juridische maatregelen genomen kunnen worden. Of dat al gaat lukken vóór 1 april 2014 is zeer de vraag, want één en ander zal de nodige tijd vergen. Maar de afwikkeling zal dan toch nog in de loop van dit jaar moeten plaatsvinden. Spijtig voor de grappenmakers, maar binnenkort is het voorbij.

Grappen maken is leuk, maar het moet geen geld kosten.

maandag 24 maart 2014

West-Veluws sterft uit

West-Veluws sterft uit

Dialectologen luiden de noodklok

BARNEVELD – Het West-Veluwse dialect, gesproken in de Gelderse Vallei en aan de westrand van de Veluwe, staat op het punt uit te sterven. Als er geen maatregelen worden getroffen om deze streektaal nieuw leven in te blazen zal het binnen vijftig jaar verdwenen zijn, melden diverse deskundigen op het gebied van de Nederlandse dialecten.

Uniek
Het West-Veluws is één van de twee hoofdafdelingen van het Veluws, een Saksisch dialect. Het West-Veluws wordt gesproken in het gebied met als voorpost in het noorden Nunspeet, in het zuiden Ederveen, in het westen Scherpenzeel en Bunschoten en in het oosten begrensd door de waterscheiding van het Veluwemassief. Het door sommige dialectologen onderscheiden Gelderse-Valleis overlapt grotendeels met het West-Veluws. Elk dorp kent zijn eigen variant.
Het West-Veluws is de meest westelijke voorpost van het uitgestrekte Saksische dialectgebied en grenst in het zuiden en westen aan de Frankische dialecten en in het noordoosten aan het Fries. Hierdoor is een uniek overgangsdialect ontstaan met zowel Frankische als Saksische kenmerken. Zo is het West-Veluwse woordje "jie" de tussenvorm tussen het westelijke "jij" en het oostelijke "ie".

Zorgwekkend
De invloed van het westen doet zich echter steeds meer gevoelen. Werd de werkwoords- en meervoudsuitgang "-en" oorspronkelijk volledig uitgesproken, waar in het westen de -n ingeslikt wordt en in het oosten de -e-, tegenwoordig is de westelijke variant volkomen ingeburgerd in het West-Veluws. Zorgwekkender is echter de ontwikkeling dat de jeugd de streektaal helemaal niet meer beheerst. In streken als het oosten, noorden en zuiden van het land zullen de dialecten lang standhouden, zeker door sterke plaatselijke dialectverenigingen die tal van initiatieven ontplooien. Dit is echter nauwelijks het geval in het midden van het land waar bovendien na de westelijke gebieden het dialect bedreigd wordt door het Standaardnederlands en door cultuurverandering die ook andere streekkenmerken onder druk zet.

School
Een halve eeuw geleden sprak vrijwel niemand in de dorpen ‘Hollands’. Een anonieme Lunteraan vertelt: “Je heurde nie aanders. Net in Ee, dat het gien eige taol, mar veerder praotte iedereên Veêluws. Wel verschil netuurlijk waor of je vandaon kwam. In Schaarpezeel praotte ze aanders as hier in Lunteren, en in Barreveld nog weer aanders, en hoe veerder of je n’r ’t noorde gaoi, hoe platter of ’t wördt. Bie ons liekt ’t meer op ’t Hollaands as in Koôtjebroek. Mar zoas noe, dat je zwat naarges gien Veêluws meer heur, nee, dat besting nie. Niet alleên bie de boere, mar evezogoed op ’t daarp praotte de kiender gewoôn Veêluws. Op school ok, dus as je van Barreveld noar Lunteren kwam leerde je as kiend op school Lunters. De meesters en juffrouws deeje de lesse wel in ’t Hollaands, dus dat leerde je best. Mar de taol heurde bie de stee waar of je vandaon kwam. Dat gaot de leste tied vurt, en da's iezig zund, waant wie weet noe nog wat "bestreeksele" betekent, of "vleut", of "schoediestel"?”
Een klein dorp met een behoudende, hechte gemeenschap als Kootwijkerbroek is één van de laatste bolwerken van het West-Veluws. Het Veluws klinkt daar ook veel platter dan in Renswoude of Ederveen. Maar zelfs hier dringt langzamerhand het verschijnsel door dat wie een hogere opleiding genoten heeft minder geneigd is dialect te gebruiken; eerst op het werk, maar geleidelijk ook thuis. En in tegenstelling tot streken als Twente en Groningen ontbreekt in de Gelderse Vallei het dialectminnende segment van de intellectuele bovenlaag nagenoeg.
Volgens kenners is het daarom voor het behoud van een belangrijk stuk Veluwse cultuur van groot belang dat er actie wordt ondernomen om het West-Veluws in de Gelderse Vallei nieuw leven in te blazen, bijvoorbeeld door dialectgebuik op scholen aan te moedigen, onder meer door voorlichting. Daarnaast zouden er vertaalprojecten kunnen worden opgezet, zoals een bijbelvertaling in het West-Veluws. In Twente, Groningen, Limburg, Zeeland en Friesland (al is de situatie in die laatste provincie wat anders) hebben dergelijke initiatieven bijgedragen aan eerherstel voor de streektaal.


maandag 17 maart 2014

Goed nieuws

Schaduw van de werkelijkheid nu goedkoop te krijgen  
(‘het klinkt als stompzinnige reclame’)

Aangezien mijn naam verlangt dat ik af en toe met goed nieuws kom heb ik vandaag een mooi bericht. ‘Mijn’ boek Schaduw van de werkelijkheid is nu te koop voor € 12,50.
De vorm doet denken aan Herman Melvilles Moby Dick: spannende gebeurtenissen afgewisseld door wijsgerige beschouwingen. Qua genre lijkt het meer op het werk van Hubert Lampo; Schemertijdmuziek zou ook voor dit boek een goede naam geweest zijn, zowel om de afwisseling van licht, donker, schaduw en schemering als om de muziek die evenzeer een rol speelt in dit verhaal over de werkelijkheid. “Christelijk magisch realisme” schijnt dan ook de beste genre-omschrijving. Maar wees niet bang: die ‘magische’ gedeelten maken slechts een klein deel uit van het boek.

De herhaalde aanwezigheid van inmiddels goeddeels uitgebloeide bosplanten als Witte klaverzuring en Bosanemoon geeft me te kennen dat de lagere grond nog steeds ruim vocht bevat en de aanwezigheid van meer dan het ene beekje niet onwaarschijnlijk maakt, misschien goed voor amfibieën of dergelijk gespuis. Enigszins verbaast het me nog steeds door ongebaande wildernis voort te zwerven. Ik zal toch onderhand wel een pad tegenkomen? Of een kikker… Of een Ree. Dat doet me denken aan een excursie in de Molenpolder jaren terug. Terwijl we met een fluisterboot door het gebied voeren vroeg ik aan de gids of er ook Reeën voorkwamen. Dat was het geval. Er moest zelfs een zwarte Ree huizen; die was tenminste één keer gezien, maar daarna nooit meer. Nog geen tien meter verder varen sprong opeens een Ree op van de kant om met grote krachtige sprongen te verdwijnen in de wildernis.
Het was een zwarte.
Dan, eindelijk, opent zich een weg door de wildernis – een pad, haast drassig, spaarzaam
betreden; en luttele ogenblikken later loop ik op padmos, als eens Johannes, en de klank van mijn schreden versteekt zich in het zachte groen.

Ik moet zeggen nog altijd een beetje trots te zijn op het boek, dat niet alleen mijn gedachten een tijdlang volgt – dat is slechts een middel, een literaire vorm – maar vooral ook een tipje van de sluier oplicht van de grote raadsels van de aarde, zaken waarop de natuurwetenschap (nog) geen antwoord heeft: graancirkels, ufo’s, lichtbollen, leylijnen, geheimzinnige vuurverschijnselen, raadselachtige verdwijningen, wonderen, helderziendheid…

Dus wie het nog niet gedaan heeft raad ik aan het boek te lezen. Vervolgens kun je als je wil met mij of met Kees erover in discussie gaan.
Wel is het jammer dat er nog een paar letterfouten in zijn blijven staan. Daarom heb ik Kees overgehaald om nog een flinke extra korting te geven aan wie het via keesvanreenen@zichzelf.nl bestelt. Overleg maar even.

,,Wie zal de wetenschappers eindelijk eens leren dat iets niet wetenschappelijk hoeft
te zijn om waar te zijn?”
Terwijl Iete dit verzucht ben ik echter al begonnen aan een reactie op het verhaal van
Meander. ,,En misschien zijn alternatieve geneeswijzen in staat een tipje van de
sluier op te lichten.”
,,Ja, zo zou je het kunnen zeggen. Of nee, eigenlijk niet helemaal. Sommige dingen
vertellen ze ons inderdaad, bijvoorbeeld over bepaalde energiebanen, maar veel
blijft duister. Occult – verborgen.”

maandag 10 maart 2014

Voorspelbare kerken

De vele Nederlandse kerkelijke groeperingen zijn bijzonder voorspelbaar. Dat zeg ik niet om voeding te geven aan gefrustreerde ex-kerkgangers en sceptische buitenstaanders, want voor hen is deze bijdrage niet bedoeld; deze week namelijk een stukje dat alleen boeiend is voor mensen die op z'n minst één kerkgenootschap van nabij kennen.

Vertel mij hoe lang je preek duurt en wat er gezongen wordt (en hoeveel mensen er in de kerk zitten), dan voorspel ik wat het hoofdthema van je preken is, hoeveel mensen er aan het Avondmaal deelnemen, hoeveel mannen een spijkerbroek en hoeveel vrouwen een rok/ jurk en indien van toepassing een hoofdbedekking dragen, hoe luid er gepraat wordt voordat de dienst begint, welke bijbelvertaling er gebruikt wordt en hoe de muziek wordt vormgegeven.

Onwaarschijnlijk? Nee, ga zelf maar eens op ontdekkingstocht en je zul merken dat ik gelijk heb. Zo'n ontdekkingstocht is trouwens altijd verrijkend, al kan de voorspelbaarheid waar we het nu over hebben mij wel eens frustreren. Want stel dat ik kerk zoek waar de preek hooguit een kwartier duurt, maar waar het wel vooral gaat over de ellendige toestand van de natuurlijke mens – zo'n kerk bestaat niet. Of ik wil graag opwekkingsliederen zingen, maar dan wel in een gemeente met mooie meisjes met rok en baret – dat blijkt (voor zover ik weet) evenmin te bestaan. Of ik zoek een gemeente waarvan de helft aan het Avondmaal deelneemt en waar uit het Liedboek gezongen wordt – kan niet. Of een preek van 50 minuten en ritmisch psalmgezang – een onmogelijke verbinding. Raar, maar waar.

Het zit namelijk zo. Je kun alle protestantse kerkelijke groeperingen (een enkele uitzondering daargelaten) rangschikken naar vrolijkheid van de boodschap. Zet je dit in een grafiek uit, dan zie je dat als de boodschap vrolijker wordt, de preekduur afneemt en het percentage rokken en hoeden eveneens. Het aantal avondmaalgangers neemt toe. Ook het tempo waarin de psalmen gezongen worden neemt toe, ze worden ritmisch, er komen meer gezangen bij, en uiteindelijk blijven er alleen hetzij liedboekgezangen (in kerken met kinderdoop), hetzij opwekkingsliederen (in gemeenten met geloofsdoop) over. Bij de mannen worden pakken vervangen door spijkerbroeken. Er worden minder (en al snel geen) rollen snoep rondgedeeld tijdens de preek, er wordt steeds drukker gepraat voor en na (en tijdens) de dienst. De kernboodschap van de preek verandert – in de termen van de Heidelbergse Catechismus – van Ellende naar Verlossing naar Dankbaarheid en uiteindelijk is ook van de laatste niet veel meer over en zit je bij de vrijzinnigheid.
Eigenlijk zou je het voor je moeten zien; wie er belangstelling voor heeft kan ik het schema toesturen. De strekking is echter duidelijk: elke gradatie tussen links en rechts is mogelijk, maar de combinatie van kenmerken ligt vast. Helaas, voor degene die de noodzaak van dit-hoort-bij-zus, dat-hoort-bij-zo niet inziet (bijvoorbeeld doordat hij het niet in de Bijbel terugvindt).
Als mensen om één of twee dingen van kerk veranderen (daarbij zie je trouwens vrijwel uitsluitend een beweging van rechts naar links) nemen ze alle andere bij hun nieuwe gemeente behorende kenmerken automatisch over. Het probleem is, opnieuw, dat maar weinig mensen zelfstandig nadenken.


maandag 3 maart 2014

Rrr…

De teloorgang van de tongpunt-r

Herinner je je Dirk Trom nog? Die jongen was nogal gemakzuchtig aangelegd. Als jongetje dat net kon praten sloeg hij letters die hij niet goed kon uitspreken gewoon over en zo werd hij “Dik Tom” (dirk wordt in dubbele zin dik en gaat op de ingeslagen weg voort).
    En jij? Hoeveel r'en spreek jij uit van het titelwoord van vorige week? Ik hoop dat het antwoord "vier" is, maar dan ben je wel een (gunstige) uitzondering. Want de meeste jongeren kunnen de r niet meer goed uitspreken. Hooguit wordt het een brouw-r (huig-r of de rondere 'gehemelte-r'; minder algemeen is de 'wang-r'); de echte Nederlandse tongpunt-r is hard bezig te verdwijnen.
    Een r die aan het eind van een woord staat wordt misvormd tot een bekakte Gooise of eigenlijk Amerikaanse 'r'; waren het oorspronkelijk alleen kakkers uit Den Haag, het Gooi en omstreken, inmiddels hebben jongeren en kinderen die uitspraak overgenomen, ongetwijfeld onder invloed van Amerikaanse tv. Het aantal West- en Midden-Nederlandse kinderen die nog een mooie ronde tongpunt-r uitspreken aan het eind van een woord, is op één hand te tellen. Vooral vrouwen hebben er een handje van, maar mannen volgen hen tegenwoordig spoedig. Na de slot-r en de r vóór een t of d – in de Saksische dialecten van Oost- en Midden-Nederland worden die vrijwel niet uitgesproken, en terwijl invloeden vanuit het westen steeds verder opdringen naar het oosten dringt dit grootste minpunt van het Saksisch steeds verder op naar het westen – volgt de r aan het eind van een lettergreep en vóór letters als s, l en n. Uiteindelijk blijven er alleen een paar g-achtige brouw-r'en over. Let maar eens op hoeveel radiopresentatrices alles “gappig” vinden.
“Vammoige bedacht ik dat ik ma weeҩ naaҩ een concecht wou gaan. Dus ik steek een goot gasveld oveҩ…”
Maar de Groningse gasvelden zijn uit de gratie geraakt, dus laten we liever weer spreken van "grasveld". Hoe dan ook, op die “maneer” gaat het tegenwoordig. Een “modegil”? Ik ben bang van niet. Want Nederland is niet de enige plek waar de tongpunt-r op zijn “getoeh” is.

Duizend jaar geleden werd in alle Europese talen de r uitgesproken met de punt van de tong tegen de bovenkaak. Net als bijvoorbeeld de oe-klank is de r dus een oerletter (vandaar het woord "oer"). Totdat vermoedelijk in de achttiende eeuw een Franse koning een spraakgebrek had en ook op volwassen leeftijd de r niet kon uitspreken en ‘eg maag wat van bgouwde’. Andere Fransen namen die gewoonte over, totdat niet lang daarna de echte r uit het Frans verdwenen was, op enkele dialecten na. Het Portugees volgde spoedig. Later, vermoedelijk in de negentiende eeuw, volgde ook het Duits, maar anders dan in het Frans, waar de huig-r tamelijk consequent wordt uitgesproken, klinkt hij uit de mond van moderne Duitsers alleen nog maar daar waar je er echt niet omheen kunt, bijvoorbeeld in "raus". In het Deens is er zelfs van zulke r’en “vjijwel niets meê te hôgen”. Intussen was er een bekende Engelse dame geweest die een nog erger spɔaakgebɔek had dan de Franse koning. Door haar populariteit werd haar vreemde uitspraak al snel door bijna alle Engelsen overgenomen. Alleen in dialecten als het Schots bleef de echte r bewaard, maar die dialecten verliezen snel terrein. In Amerika werd het Engels de voertaal. Het Brits Engels klonk voor de vrijgevochten pioniers echter veel te beschaafd; bovendien is dat accent lastig als je dronken bent, dus zodoende werd de t in woorden als "water" een [d] en gingen de Amerikanen, waar de Britten “oveh” de r heen zweven, er omheen “dҩaaien”.
    Helaas bleef de teloorgang van de tongpunt-r niet beperkt tot het Engels, Deens, Duits, Frans en Portugees. Zelfs in r-bolwerken als Zweden en Spanje treedt hier en daar al vervaging op, maar in Italië en vooral in Noorwegen en Nederland is als er geen tegengas wordt gegeven de echte r binnen een mensenleeftijd verdwenen, enkele marginale dialecten uitgezonderd. Nog even en we moeten naar Finland om iemand te vinden die de titel van dit stukje kan uitspreken.

De r is een moeilijke letter; zowel kleine kinderen als ouderen hebben er moeite mee. Desalniettemin kennen alle Indo-Europese en vele andere talen van oorsprong de echte tongpunt-r en is de teloorgang daarvan een nieuw verschijnsel. Ook andere moeilijke letters verdwijnen trouwens; bijvoorbeeld uit het Nederlands de [th] en uit het Engels de harde [ch]. Kennelijk heeft gesproken taal (evenals het leven, waarover later) de neiging tot vereenvoudiging, degeneratie. Niet iedere verandering is een verbetering, zoals we eind december zagen. Het verdwijnen van de tongpunt-r maakt een taal slap en futloos. Amerikaans Engels en modern Nederlands kun je vrij makkelijk half slapend mompelen; dat lukt je niet met een krachtige taal als het Spaans. Hoor hoe krachtig een woord als "territorios" klinkt. Daarom: wil je sterk overkomen, herontdek de Nederlandse R.


Dit betoog kwam tot stand mede dankzij de Taaladviesdienst van het genootschap Onze Taal.


maandag 24 februari 2014

Oormerkweigeraar

Onlangs was de Friese oormerkweigeraar Thom de Groot weer in het nieuws. Of nu ja, in het nieuws… slechts weinig media schonken aandacht aan het treurige gebeuren dat de Nederlandse Voedsel- en WarenAutoriteit achttien koeien en kalveren ophaalde van de boerderij in de buurtschap Goattum onder Grou. De meeste kranten beschouwen De Groot en zijn weinige medestanders als de laatsten der Mohikanen, wier strijd reeds als verloren moet worden beschouwd. Want De Groot en nog enkele tientallen boeren weigeren hun rundvee te oormerken.

Wie wel eens koeien ziet kent ze wel, die gele flappen die ze in hun oren dragen. Op deze oormerken staat het levensnummer waaronder het dier geregistreerd staat. Dat is handig voor de overheid, want zo kan niemand een koe kopen of verkopen zonder dit te melden bij Dienst Regelingen. Ook kunnen misstanden, zoals het hormoonschandaal in de jaren 90, waarvoor het oormerkenstelsel is opgezet, worden voorkomen. Voor de boer is het ook handig, want zo kan hij zijn dieren herkennen. Wie zijn dieren wil herkennen zonder oormerken en toch, zoals De Groot, meer dan 60 koeien houdt, moet een bonte verzameling vee hebben (dus niet allemaal van dezelfde kleurslag) en een goede boer zijn met oog voor zijn dieren.
Maar waarom zouden boeren hun dieren niet willen oormerken? Wel, dat leggen ze uit op www.koeienzonderoormerken.nl. De belangrijkste argumenten: dierenwelzijn: het oormerken van een kalf is pijnlijk, hoewel kort; en het oor wordt beschadigd ('verminking'); en schoonheid: die gele flappen zijn ontsierend; oormerkloze koeien zijn – inmiddels zeer zeldzaam – onderdeel van ons agrarisch erfgoed.
Nu bestond er destijds een uitzonderingsbepaling voor gewetensbezwaarde boeren. Maar het lelijke is dat nieuwe boeren niet mogen toetreden. Zodoende worden boeren als Thom de Groot, wier vader principieel oormerkweigeraar was, niet 'wettelijk erkend' en dus worden ze gekort in eventuele subsidies en toeslagen.
Nu gaat ineens het gerucht dat boer Thom zijn dieren slecht verzorgt en daarom moest op 14 februari een deel van zijn veestapel worden opgeladen en elders worden ondergebracht. Als dat waar is, is dat een vreselijk stomme zet van een boer die dierenwelzijn hoog in het vaandel heeft staan. Ik heb de bewuste koeien niet gezien, maar het lijkt erop dat de beschuldiging vals was, want vorige week, op 20 februari, meldde Omrop Fryslân dat veearts Rouwé, die een tegenonderzoek uitvoerde, tot de conclusie kwam dat alle achttien dieren gezond waren.

Hoe dan ook, ik ben van mening dat het weigeren van (runder)oormerken mogelijk moet blijven, mits de betreffende boer zijn vee en boekhouding in orde heeft. Ik denk niet dat als ik een paar koetjes zou aanschaffen ik als voorwaarde zou stellen dat ze oormerkvrij zouden moeten zijn (hoewel ze in elk geval hun hoorns nog zouden moeten hebben), maar ik vind het een schande dat een uitzonderingsbepaling voor gewetensbezwaarde boeren wordt afgeschaft. Ik weet niet wat u doet, maar ik teken de petitie.


Nella fantasia io vedo un mondo giusto,
Lì tutti vivono in pace e in onestà…

maandag 17 februari 2014

PostNL prijst zich uit de markt

Omdat de tijd van het jaar vorige week om een romantisch onderwerp vroeg moest ik deze reactie op nieuw nieuws over het Nederlandse postbedrijf PostNL even uitstellen, maar hier is hij dan, in onafgezwakte vorm.

Opnieuw is PostNL in het nieuws, en wederom in ongunstige zin. Overigens ligt de schuld niet geheel bij PostNL zelf, want er zijn twee andere boosdoeners:

1.      Dalende postvolumes. PostNL reageert daarop echter zeer onverstandig door de prijs van postzegels voor de zoveelste keer in korte tijd te verhogen, daarmee een neergaande spiraal inzettend: mensen versturen minder post → postzegels worden duurder → mensen versturen minder post… En dit terwijl de eerste noodzaak van een moeizaam lopend bedrijf is de klant tevreden te stellen en te houden. Maar de klant is (nog) niet tevreden, getuige de vele opmerkingen die op het internet te vinden zijn:
·         "Bij mij wordt geregeld verkeerde post bezorgd."
·         "Ik krijg mijn post vaak te laat of zelfs helemaal niet."
·         "Er zijn steeds minder brievenbussen en postkantoren."
·         "De directie van PostNL verdient schandalig veel."
·         "Postbodes worden ontslagen. Postbezorgers worden slecht betaald."
·         "Postzegels worden onderhand onbetaalbaar."

2.      De overheid, die destijds het postbedrijf afstootte, met als gevolg concurrentie. PostNL reageert daarop echter zeer onverstandig door op minder dagen te willen bezorgen. Goed, dat de maandag afgestoten wordt, daar kan ik inkomen, gezien de uiterst beperkte hoeveelheid maandagpost en het belang van een vrije zondag voor iedereen. Maar het idee om de woensdag- en vrijdagbezorging ook af te schaffen is je reinste dwaasheid; woordvoerder Van Bastelaar zou zich diep moeten schamen. Ik heb de aandelenkoersen niet gevolgd, maar het zou me niet verbazen als het aandeel van PostNL op dit nieuws reageerde door in waarde te halveren. Je kun zien aankomen wat er gebeurt: PostNL gaat van vijf naar drie bezorgdagen, concurrent Sandd schroeft op van twee naar drie dagen – en de achterstand is ingelopen. Een postbezorger kan er nauwelijks trots meer op zijn voor hét Nederlandse postbedrijf te werken.
Opnieuw: privatisering is fnuikend voor een nationale dienst als de post, de spoorwegen, de snelwegen en rijkswateren, de politie… De enige juiste beslissing van de overheid zou zijn om de post weer bij het Rijk onder te brengen. Tot zolang moet PostNL wat verlies bij de afdeling Productie (een slecht gekozen term voor sortering + bezorging) voor lief nemen, gezien de nettowinst die het bedrijf nog altijd maakt.

Kortom: slechtere dienstverlening, hogere prijzen. De leus van Aldi is "hoge kwaliteit, lage prijs"; de leus van PostNL lijkt te zijn: "lage kwaliteit, hoge prijs". Nu zijn er wel verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van het 'rampjaar' 2012 met de mislukte reorganisatie, maar als PostNL één stap vooruit zet, zet het er twee achteruit. Buitengewoon jammer.

maandag 10 februari 2014

Romantiek in de Bijbel

Het verhaal van Mosjee

Sommigen krijgen uit Schaduw van de werkelijkheid misschien de indruk dat ik een vrouwenhater ben. Dat is echter niet terecht. Daarom dit keer een romantisch onderwerp: een liefdesgeschiedenis.
Een goede bron voor liefdesverhalen uit het verre verleden is de Bijbel. Het Hooglied is bekend, maar in wat korter bestek zijn er nog heel wat meer prachtige verhalen. Eén daarvan is het verhaal hoe Mozes, of juister Mosjee, aan zijn vrouw kwam.

Het verhaal speelt zich af rond 1500 voor Christus in het oude Egypte. De in de Nijldelta woonachtige nakomelingen van aartsvader Ja’akov waren zozeer in aantal toegenomen dat de farao (waarschijnlijk Thotmes III) hen als een bedreiging was gaan beschouwen en hen onderdrukte door hoge belastingen, dwangarbeid en het vermoorden van pasgeboren jongetjes. In deze tijd wordt in een levietengezin een mooi jongetje geboren dat uiteindelijk door farao’s dochter (Hatsjepsut?) als kind wordt aangenomen en opgroeit aan het hof. Als hij op 40-jarige leeftijd een Egyptenaar doodslaat die een Hebreeuwse volksgenoot van deze Mosjee afranselt slaat hij op de vlucht in oostelijke richting en komt terecht in Midjan. Dwalend door de woestijnsteppe vindt hij een bron, waar hij uitrust.
Dan duiken er dorstige schaapskudden op, met hun begeleidsters: zeven herderinnen. Even later naderen van de andere kant nieuwe kudden, geleid door herders die niet zoveel ontzag hebben voor meisjes en hen wegjagen om hun eigen kudde als eerste te drenken. Nu komt Mosjee in actie. Dit kan hij natuurlijk niet laten gebeuren: een stel arrogante kerels die voordringen en die lieftallige meisjes aan de kant duwen. Verontwaardigd grijpt hij twee van die herders bij de lurven, slaat hen met de kop tegen elkaar en stoot en hen dan van zich af. De anderen, bang geworden van de woedende Egyptenaar, druipen af.
Vriendelijk nodigt hij de herderinnen naderbij en put uitputtend voor hun wolvee. De meisjes bedanken de vreemdeling en keren vroeger dan anders huiswaarts. De Hebreeuwse Egyptenaar kijkt hen na.

Thuisgekomen kijkt de vader van de zeven zussen verbaasd op dat ze al terug zijn, waarop ze hem vertellen van de vriendelijke Egyptenaar. Vader is bijna verontwaardigd dat ze hun redder daar hebben laten zitten in plaats van uit te nodigen voor de maaltijd. Dus snellen de meisjes terug naar de plek waar Mosjee nog steeds zit en vragen hem schuchter om mee te gaan naar hun huis. Mosjee wil natuurlijk niets liever, want hij is wat voor de meisjes gaan voelen. Als ze hem onderweg vertellen dat ze zussen zijn, wordt het aanbod dat hun vader Jitro hem doet nog verleidelijker: hij kan zolang als hij wil bij hen verblijven, de kudden weiden en wachten tot zijn patriottische misdaad in Egypte vergeten is en hij weer kan terugkeren naar zijn volk.
Intussen kan hij de zeven maagden – dat was in die tijd nog synoniem voor "meisjes" – beter leren kennen. Het lijkt het paradijs wel. Uiteindelijk kiest hij Tsipora, het leukste meisje en degene die zich het meest tot hem aangetrokken voelt, als zijn vrouw.
Dit geeft Mosjee de kracht die hij nodig heeft voor de toekomst, want er wachten hem nog tientallen zware jaren.


maandag 3 februari 2014

Verjaardagen, lekker nuttig


,,Ga je nu al? Je bent er net.”
,,Ja. De wet schrijft voor dat ik me op dit verjaardagsfeestje vertoon, maar niet hoe lang ik moet blijven.”
,,Dat klinkt als tegenzin.”
,,Ja… je kun nog beter televisie kijken dan naar een verjaardag gaan.”
,,Hoezo?”
,,Het is allebei tijdverspilling, en een verjaardag is bovendien vermoeiend.”
,,Een verjaardag is toch leuk? Hoezo tijdverspilling?”
,,Als je iemand wil zien maar niet wil spreken moet je naar z’n verjaardag gaan. Het grootste deel van de avond moet je over koetjes en kalfjes praten met mensen met wie je niks heb.”
,,Verjaardagen zijn toch gezellig?”
,,Welnee.”
,,En je eigen verjaardag dan?”
,,Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet het ook een ander niet. Als ik niet uitgenodigd wil worden voor verjaardagsfeestjes, dan zal ik dat ook anderen niet aandoen.”
,,Zo mis je wel een mooie kans om mensen te leren kennen.”
,,Des te beter. Hoe meer mensen je ken, hoe meer verjaardagen, bruiloften en begrafenissen je heb.”

De hoenders stuiven kakelend uiteen om de knuppel te ontwijken.

Hoe irritant kun je zijn?