maandag 11 april 2016

In memoriam: het Korhoen

1940                10.000
1950                3500
1960                3000
1970                1000
1980                176
1985                67
1990                40
1995                37
2000                20
2005                13
2010                7
2012                2

Zo ziet de aantalsontwikkeling van Korhanen in Nederland eruit; traditioneel worden namelijk de hanen geteld; de hennen zijn door hun schutkleur en verborgen leefwijze te moeilijk te vinden voor een betrouwbare telling.
Begin april bolderen de Korhanen en vindt de jaarlijkse telling plaats – maar er wordt niet veel meer gebolderd en dus valt er niet veel meer te tellen. Het Korhoen: het enige Nederlandse ruigpoothoen, beroemd om de balts (het bolderen) van de prachtige hanen en om zijn onstuitbare achteruitgang. Ooit zagen pasgemaaide korenvelden zwart van de Korhoenders; J.A. Eygenraam beschreef de situatie op de Noord-Veluwe rond 1912, het hoogtepunt voor de Korhoenders in Nederland, aldus:
Kwam de boer om den oogst op te laden, dan moest het paard bij den kop worden gehouden om te voorkomen dat het op hol sloeg voor het machtige gesnor der vleugels, wanneer deze troepen opnamen.
Het Korhoen kwam toen in alle provincies voor. Rond de Tweede Wereldoorlog zette de achteruitgang echt in, totdat in 1988 de laatste Korhoenders gemeld werden op de Veluwe en in de jaren '90 in Noord-Brabant. Rond die tijd stierven ook de laatste Overijsselse populaties uit, op één na: de Sallandse Heuvelrug, het allerlaatste bolwerk. Maar de factoren die de achteruitgang van de vogel op hun geweten hadden – vooral verdwijning van leefgebied en broedbiotoop, uitbreiding van infrastructuur, voedseltekort als gevolg van intensivering van de landbouw en luchtvervuiling, en vervolgens verzwakking en predatie van de laatste vogels – gingen Overijssel niet voorbij. Het grootste probleem werd echter pas rond 2013 duidelijk: vrijwel alle kuikens díé nog uit hun ei kropen stierven binnen een paar weken doordat het voedselaanbod te beperkt was en een verkeerde stikstof-fosforverhouding had. En nu het is waarschijnlijk te laat om nog grote kruiden- en insectenrijke graanakkers op de Sallandse hei te gaan aanleggen.
Dus nu kunnen we de balans opmaken: er leeft op dit moment nog hooguit één wild Nederlands Korhoen: een hen uit 2008. Deze laatste overlevende is op 20 april 2015 door Edwin Winkel gefotografeerd in een eik – meteen een historische foto. Het is onduidelijk of de vogel nog in leven is, maar de kans is niet groot.

Daarmee komt er een einde aan de aanwezigheid van wilde Korhoenders in Nederland. Nu zijn er nog twee landen over waar Laaglandkorhoenders (en variant of ondersoort van het Korhoen) voorkomen: België, met alleen nog een eveneens op uitsterven staande populatie in de Hoge Venen, en Duitsland, dat op de Lüneburger Heide nog een levensvatbare populatie bezit van zo'n tweehonderd hanen. Dit aantal is echter te laag om te veroorloven hier hanen weg te vangen om ze op de Sallandse Heuvelrug uit te zetten. Daarom worden ze nu uit Zweden gehaald, omdat er daar nog genoeg zijn. Dat de Scandinavische vogels, hoewel genetisch verwant, niet erg zijn aangepast aan ons klimaat, is dan jammer; een betere optie is er niet. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er op de Hoge Veluwe deze eeuw honderden gefokte Laaglandkorhoenders zijn uitgezet, die stuk voor stuk het loodje legden, hetzij ten prooi gevallen aan rovers als Vos en Havik, hetzij anderszins. Een andere oorzaak voor het mislukken van het Hoge-Veluweproject zou trouwens liggen in het feit dat een eenmaal verdwenen korhoenderpopulatie niet meer terugkomt; wat een reden te meer is alles op alles te zetten voor de Overijsselse populatie, voor zover daarvan nog sprake is.
Dus volgt in 2012 de eerste bijplaatsing van Zweden: vier hanen en een hen. Het volgende jaar worden vijfentwintig Zweedse korhoenders in Overijssel losgelaten. Na een korte pauze is er in 2015 een vergunning verleend voor het bijplaatsen van vijfentwintig Korhoenders per jaar tot 2021. Tja, Zweedse vogels die wel in betere gezondheid verkeren dan de door inteelt verzwakte laatste Nederlandse Korhoenders, maar qua lichaamsbouw en gedrag niet echt aangepast aan ons klimaat – ik blijf de ontwikkelingen met belangstelling volgen, maar mijn verwachtingen zijn niet hooggespannen. Voor mij is het Nederlandse Korhoen (op één hen en enkele half-Nederlandse jonge vogels na?) uitgestorven. Hiermee volgt het de Kuifleeuwerik die een paar jaar geleden verdween als Nederlandse broedvogel, niet lang na Duinpieper en Ortolaan. Wie volgt?


woensdag 30 maart 2016

Verboden te trouwen

als je nog geen 18 jaar ben

De wet is al een paar maanden oud, maar hoe langer hoe meer stellen zullen ermee te maken gaan krijgen: voor trouwen geldt nu zonder uitzondering een minimumleeftijd van 18 jaar. Die uitzondering betrof zwangerschap/ ouderschap. Na een in 2012 ingediend wetsvoorstel werd op 5 december 2015 de Wet tegengaan huwelijksdwang van kracht. Om gedwongen uithuwelijken (een in Nederland nog vrij weinig voorkomend grensgeval) tegen te gaan is nu dus (onder meer) een algeheel huwelijksverbod voor minderjarigen uitgevaardigd. Een typisch geval van schieten met een kanon op een mug. Welke politieke partij heeft vandaag de dag niet de mond vol over maatwerk? En welke politieke partij heeft tegen het bewuste paardenmiddel gestemd? Alleen de SGP en Bontes stemden voor het amendement-Segers (ChristenUnie) dat beoogde de bestaande uitzonderingsbepaling te handhaven in de nieuwe wet.
Waar bemoeit de overheid zich mee? Ik ben zeker geen liberaal of Amerikaan, maar dit gaat veel te ver. Toestemming van wederzijdse ouders voor een huwelijk van minderjarigen is redelijk, maar een verbod is ronduit onredelijk. Dat was het al in 1985, toen de leeftijdsgrens voor het meisje werd opgehoogd van 16 naar 18 jaar (voor de man was dat al 18 jaar), maar nu helemaal.
Leuk voor een zestienjarig meisje dat onbedoeld zwanger geraakt is en wil trouwen. Wees dan voorzichtiger, zul je zeggen. En terecht. Maar je zou ze de kost moeten geven die zeggen: laat je kind dan gewoon aborteren. Dat deze gedachte de Nederlandse wetgever bepaald niet vreemd is blijkt onder meer uit het feit dat jongeren vanaf 16 jaar geen toestemming van ouders nodig hebben om een abortus te laten plegen.
Wat moet je dan als je als jong meisje ondanks alle goede vermaningen toch zwanger geworden bent? Ik heb een voorstel voor kerkleiders: overweeg de mogelijkheid om een huwelijk wel kerkelijk te laten inzegenen maar voor de burgerlijke (wettelijke) bevestiging te wachten tot na de 18e verjaardag.

Je zou kunnen tegenwerpen: je mag ook pas als achttienjarige stemmen. Maar kijk dan eens naar de historische ontwikkeling hiervan. Tot 1946 mocht je pas stemmen als je 23 jaar was; tussen 1946 en 1971 was de minimumleeftijd voor dit actief kiesrecht 21 jaar en sindsdien 18 jaar. De minimumleeftijd voor passief kiesrecht (gestemd mogen worden) werd in de loop der jaren verlaagd van 30 via 25 naar dezelfde 18 jaar. Trouwen daarentegen gebeurde in het verleden over het algemeen op jongere leeftijd dan tegenwoordig; een sterk staaltje is het huwelijk in 1641 van de veertienjarige prins Willem II en de negenjarige Maria Henriëtte Stuart, en een wettelijke ondergrens kwam er pas in de 19e eeuw: 18 jaar voor de man en 15, later 16 jaar voor de vrouw. Kortom: stemrecht en trouwen zijn niet te vergelijken.
Wat wél een min of meer gelijke ontwikkeling kent is het verbod op het kopen van alcohol en tabak. Vanaf 1886 moest je om sterke drank te kunnen kopen 16 jaar zijn en vanaf 1932 gold dat ook voor zwak alcoholische dranken; sinds 2014 geldt voor beide een minimumleeftijd van 18 jaar. Diezelfde leeftijdsgrens geldt eveneens sinds 2014 voor het kopen van tabak.
Wat moet je hieruit afleiden? Wordt trouwen in het rijtje van ongezonde zaken gezet? Je zou het haast gaan denken.


maandag 21 maart 2016

Bitterbal en zure zult

"Wat een bofferds zijn toch al die schrijnende gevallen.
Dat noem ik nou nog 's een keertje in de prijzen vallen.
Ze mogen zomaar graties blijven in ons Hollands tranendal –
Hier, een lekker broodje zure zult; en hier, pak aan, éen bítterbal.
(…)
Je bent pas echt ten einde raad
als je op de vlucht bent en naar Holland gaat."
Aldus sprak Jeroen van Merwijk, jaren geleden.

We konden het zien aankomen. Een kolonel van het Nederlandse leger voorspelde al meer dan vijf jaar geleden dat het zou gebeuren, maar heel Europa keek weg. Nu zitten we met de gebakken peren, in de vorm van een niet-aflatende stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika; tot voor kort veelal via Griekenland, vanaf nu via Turkije. Het is dweilen met de kraan open.
En het zijn bijna allemaal moslims, waarvan we er eigenlijk al genoeg hadden, hier in ons Hollands tranendal. Mensensmokkelaars beleven gouden tijden.
Wat wij doen is opvangen in plaats van te hulp schieten. En het zijn volgens mij vooral de rijkelui en de lafaards die hierheen komen; iedereen vergeet de Iraakse en Syrische helden die wíllen blijven en de arme verschoppelingen die móéten achterblijven.

"Iedereen heeft de beelden van het aangespoelde jongetje nog op zijn netvlies staan" – ik niet; ik heb er zelfs geen foto van gezien. "Dagelijks zie je op televisie de beelden van de mensen op de vlucht en de toestanden in de vluchtelingenkampen" – ik niet; ik kijk geen tv. "Je leest er elke dag over in de krant" – ik niet; ik heb geen krant. "Wat zou je doen als er morgen een paar vluchtelingen aan je deur klopten?" – dat zie ik nog in geen honderd jaar gebeuren, dus lijkt het me weinig zinvol daarover te speculeren.
Het boeit me niet, ik weet het niet, ik heb er geen mening over. Ik heb slechts één of twee verhalen over vluchtelingenkampen gelezen, toen hing het geklaag me de keel uit.
De "vluchtelingencrisis" noemen we het hier, met onze klaarblijkelijke voorkeur voor het woord "crisis", om als er niets aan de hand is ons toch zielig te kunnen voelen. Laat die "vluchtelingencrisis" maar een gespreksonderwerp zijn op verjaardagen – daar doe ik toch al niet aan; en laat politici maar oplossingen verzinnen. Mij kan het niet schelen.
Ver van mijn bed.
Het zal me worst wezen.

maandag 14 maart 2016

Waarom De mening van Evert?

Behoud het goede, verbeter het foute

Wie verwacht dat ik nu uiteen zal zetten waarom deze 'webdomadaire' "De mening van Evert" heet komt bedrogen uit, want de oplettende lezer heeft al aan de hoofdletter D in de titel van dit stukje gezien dat het om een dieper vraagstuk gaat: waarom schrijf ik deze stukjes eigenlijk? Waarom altijd dwars tegen alles in? Ongezouten vaak, ongenuanceerd soms, tegendraads als regel.
Wel, vanwege mijn lijfspreuk: Behoud het goede, verbeter het foute.

Misschien ís mijn mening meestal tegendraads, maar vooral publiceer ik hem in die gevallen hier. Ach, er zijn best dingen waarover ik de opvatting van de meerderheid deel, of waarin een sterke ontwikkeling in de in mijn ogen juiste richting bestaat; zo had ik een vlammend betoog tegen vuurwerk willen schrijven, maar nu het hele vuurwerkgeafsteek steeds meer onder vuur ligt is voor mij de aardigheid eraf.
Een betoog ter verdediging van iets waarover de meeste mensen het eens zijn beschouw ik als een zwaktebod en is in de meeste gevallen een blijk van lafheid. Goedkoop scoren, dat kun je als je een scherpe tekst schrijf tegen radicale moslims, tegen een falende overheid, tegen orthodoxe gelovigen, tegen Israël, tegen eenverdieners, tegen creationisten… als je het dan ook nog of Fakebook en Kwetter gooi, ja, dan krijg je likes en volgers. Lafheid loont.
Want de meeste mensen – ikzelf niet uitgezonderd – waarderen een duidelijke tekst waar ze het mee eens zijn. Zo zullen ook de meeste lezers van DmvE vooral dat soort teksten waarderen, al zijn er vast ook wie de stijl van de meeste stukjes hoe dan ook al of juist niet aanspreekt.

Behoud het goede. Als iets waardevols dreigt te verdwijnen kan dat voor mij een reden zijn in de pen te klimmen, of het nu over taal gaat, over schoonheid of over de landbouw. Meestal is er in zo'n geval wel een minderheid die zich tegen de teloorgang verzet, maar zonder noemenswaardig resultaat. Dan stel ik me graag aan diens kant, want ik heb een zwak voor de zwakste partij, of dat nu Boeren waren of indianen.
Misschien ís het goede al verdwenen en vind ik dat het onder het stof vandaan gehaald moet worden.

Verbeter het foute. Misschien is er een algemeen aanvaarde misstand waarover mensen aan het nadenken moeten worden gezet, of het nu klein is of groot.
Of begint er juist een beetje weerstand tegen te komen maar slaat de kritiek nog niet aan? Dan draag ik graag een steentje bij aan de bewustwording, of het nu over taal gaat of over ontwikkelingsproblematiek, over economie of over techniek, over kerken of over 'duurzaamheid' (bewust tussen aanhalingstekens, zoals u begrijpt).
Soms zie ik ergens gemiste kansen of onontdekte mogelijkheden. Soms moet er nodig iets rechtgezet worden of lijkt niemand erover na te denken. Goede reden om erover te schrijven.

Helaas is soms het onbedoelde gevolg dat mensen worden gekwetst. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn met een betoog tegen abortus provocatus, wat bij een jonge moeder die haar kind heeft laten vermoorden oude wonden kan openrijten. Dan spijt me dat oprecht en bied ik mijn welgemeende verontschuldigingen aan; maar voorkomen van meer van zulk leed is nog altijd beter dan genezen.
Soms zijn mijn stukjes misschien juist weer té genuanceerd om op te vallen; maar ik vind het oneerlijk om bv. alle homo's over één kam te scheren.

Eén troost voor degenen die dit alles veel te zwaarwichtig vinden: gelukkig schrijf ik af en toe ook gewoon een leuk stukje voor iedereen.

Verder wil ik iedereen die het met dit alles eens of oneens is oproepen vooral te reageren. Zo niet, dan beschouw ik dat als een stilzwijgende aanmoediging en ga ik gewoon op de ingeslagen weg voort…


maandag 7 maart 2016

Opvoeding

Hoe voorkom je dat je kinderen als ontwortelde puber zich laten meeslepen door de maalstroom der inhoudsloze wereld en blindelings achter de belhamels aanlopen?

Een goede opvoeding is niet eenvoudig en biedt geen garantie op succes, maar zeker twee dingen zijn onmisbaar.
Ten eerste: bied een stabiele, veilige thuishaven. Onderzoeken tonen aan dat jongeren die in de misdaad terechtkomen in veel gevallen een instabiele thuissituatie hadden, zoals gescheiden ouders. Waardering en duidelijke regels helpen een kind een evenwichtige, krachtige persoonlijkheid te ontwikkelen.
Het is goed als een kind in contact komt met andere kinderen, maar het is funest als dat in de eerste levensjaren ten koste gaat van het contact met de eigen gezinsgenoten en in het bijzonder de moeder. Daarom is de rijksoverheid op dit moment ook zo dwaas bezig door het kostwinnersmodel te gronde richten en alle moeders, tegen hun aard in, aan betaald werk te krijgen. Die belangrijke eerste jaren kun je later niet meer overdoen.

Ten tweede: geef inhoud mee.
Leg een solide basis van ethisch besef, van normen en waarden, zodat ze op latere leeftijd de leegheid van het gebrek daaraan inzien.
Stort een hechte fundering van bijbelkennis, die niet alleen nuttig is voor de algemene ontwikkeling, maar waarop bovendien een duurzaam huis van geloof kan worden gebouwd. Ondanks dat geloof in onze tijd ietwat uit de mode is, blijkt uit onderzoek dat gelovigen van grote betekenis zijn voor de maatschappij, bijvoorbeeld door het steunen van goede doelen. Daar komt bij dat de keuze van religie niet om het even is, en ook daar moeten je kinderen van doordrongen zijn.
Geef je kinderen goede argumenten mee waarom de Bijbel niet zomaar één van de vele oude heilige boeken is, maar dat hij die alle, alsmede alle hedendaagse geschriften, in de schaduw stelt. En toon aan dat het geloof in God niet zomaar een hersenspinsel is.
Bied tegenwicht tegen de heersende wetenschappelijke opvattingen die – geheel ten onrechte – in het onderwijs en in de media vrijwel klakkeloos als juist worden aangenomen, alsof bijvoorbeeld de evolutietheorie een feit zou zijn en geen theorie, alsof vaststaat dat de kosmos is ontstaan door een oerknal, alsof er geen geestelijke wereld zou bestaan, alsof elke sjamaan, heks of tovenaar hooguit een goede goochelaar is, en meer van dien aard.
Laat hen zien dat ons economisch bestel niet bepaald je van het is.
Neem hen vaak mee de natuur in, want zelfs al heb je de pech in de stad te wonen, je kinderen moeten de kans krijgen in de vrije natuur te ravotten en te weten dat dat je gezondheid ten goede komt. Leer hen planten en dieren herkennen, maar vooral: laat hen zich verwonderen over de grote dingen (van olifant tot sterrenhemel) en de kleine (van waterdiertjes tot bladgroen).
Leer hen hun geboortestreek kennen, zodat ze ergens kunnen wortelen en niet bij de eerste de beste confrontatie losgeslagen worden. Vertel hen over hoe het landschap tot stand is gekomen, hoe je voorouders zich ervoor hebben ingezet en hoe zij leefden en spraken.
Geef talenkennis mee. Voed je kinderen bij voorkeur tweetalig op, zo mogelijk Nederlands en de taal van je streek. Vergeet ook voorlezen niet.
Tot slot: voorzie ze van een rijke culturele bagage. Doordrenk hen met kwaliteitsmuziek uit de voorgaande eeuwen en laat hen de pracht van de achttiende-eeuwse schilderkunst vergelijken met het geknoei uit de twintigste eeuw. Schreef Oswald Spengler niet reeds in zijn tijd:
"Auf welcher Stufe der innern und äußern Würde steht heute alles, was Kunst und Künstler heißt! In der Generalversammlung irgendeiner Aktiengesellschaft oder unter den Ingenieuren der erstbesten Maschinenfabrik wird man mehr Intelligenz, Geschmack, Charakter und Können bemerken als in der gesamten Malerei und Musik des gegenwärtigen Europa"?
Onze tijd hééft zijn waardevolle dingen, en het is goed om je kinderen dat mee te geven, maar ze moeten evenzeer weten dat er heel wat niet (meer) deugt. En daar moeten ze iets tegenover weten te stellen – wat hen niet mee zal vallen als u (jij) het hen niet zou leren. Jij kun hen een voorsprong geven op hun leeftijdgenoten, die ze niet snel verliezen.


maandag 29 februari 2016

Schepping en evolutie (20, slot): Meso-evolutie

,,Boven deze stukjes schrijf je telkens: "Schepping en evolutie." Zou dat niet moeten zijn: "Schepping of evolutie"? Het gaat immers om de strijd tussen de twee kampen, wie er gelijk hebben: creationisten of evolutionisten?”
,,Nee, het is beide. Mijn naam verlangt dat ik op z’n minst af en toe goed nieuws breng en nu heb ik goed nieuws voor beide partijen: jullie hebben gelijk. Geef de strijd op en vind elkaar in de volgende formule: In het begin schiep God levende wezens en sindsdien zijn ze verder geëvolueerd.
,,Al gebiedt de eerlijkheid daarbij te bedenken dat je "evolueren" (geleidelijk ontwikkelen) niet moet opvatten als "steeds beter worden", maar als "differentiëren", dus toenemen in vormenrijkdom. Want beter wordt het er uiteindelijk niet op. De nieuwe biologie heeft duidelijk gemaakt dat schadelijke mutaties zich ophopen in het genoom, waardoor volgens een computermodel binnen tweehonderd generaties het voortplantingssucces met tachtig procent daalt. En dat selectie informatie verwijdert uit de populatie. De vele hondenrassen zijn allemaal gefokt vanuit de Wolf en de Europese runderrassen vanuit het Oerrund. Al de verschillende kenmerken die de rassen laten zien was al aanwezig in het genoom van de oersoort; dat blijkt uit het feit dat de rassen na lang doorfokken steeds zwakker worden of andere belangrijke eigenschappen verliezen, maar ook uit het feit dat je door terugkruisen de kenmerken weer kunt terugkrijgen in een type dat veel lijkt op de oersoort. De taak van de natuurlijke selectie is zorgen dat er ondanks genetische aftakeling sterke, weerbare individuen blijven bestaan.
,,Omdat het gaat om zaken uit het verleden kun is het niet te bewijzen, maar de feiten wijzen er wel op: dat op deze wijze in de natuur niet alleen verschillende ondersoorten, maar ook nieuwe soorten zijn ontstaan en zelfs geslachten (genera) uit een oorspronkelijk geschapen of zondvloedoverlevende oersoort (ook wel baramin genoemd, naar het Hebreeuwse baraa = scheppen en mien = ‘soort’); zo behoren soorten binnen pakweg dezelfde familie tot hetzelfde basistype. De grens daarvan ligt waarschijnlijk bij de mogelijkheid onderling te kunnen kruisen: de herkenningseiwitten aan het oppervlak van de zaadcel passen op die van de eicel. Alleen zijn nakomelingen van soorten die tot een verschillend geslacht behoren vaak niet vruchtbaar meer, doordat er als gevolg van mutaties in het genoom veel vernield is.”
,,Eigenlijk wil je dus zeggen: het wordt allemaal minder.”
,,Dat is een mooie; misschien is het wel de samenvatting van het hele leven. Degeneratie (devolutie) is niet alleen een biologisch gegeven, maar je zie het ook in de taal, in de religie (er zijn sterke aanwijzingen dat godsdienstontwikkeling globaal verloopt van monotheïsme naar pantheïsme, niet andersom) en in zekere zin ook in de cultuurgeschiedenis.
,,Terug naar de natuurwetenschappen. Het gevecht, ook in deze reeks, loopt vooral tussen de twee uiterste opvattingen creationisme en darwinisme. Mijn formule neemt nu de twee grote moeilijkheden van het evolutiemodel weg en laat de goede gedachten die erin zitten tot hun recht komen. Zoals elke creationistische wetenschapper tegenwoordig erkent veranderen soorten wel degelijk; er is dus evolutie, al betekent dat niet dat alles beter wordt, eerder slechter. Overal om je heen kun je waarnemen hoe er verschillen optreden binnen soorten: micro-evolutie. Bovendien ontstaan er zelfs nieuwe soorten. Daarvoor heeft Kees van Reenen ooit het begrip meso-evolutie ingevoerd, een term die in het Engels al wel bekend was, maar in het Nederlands nog niet. Meso-evolutie is het ontstaan van nieuwe soorten binnen een bepaald taxon, bijvoorbeeld een familie. Er zijn aanwijzingen dat er soms veranderingen kunnen optreden die de genus-grens overschrijden en dus een nieuw geslacht doen ontstaan. Maar veel verder zal het nooit gaan, dus de macro-evolutie die Darwins model vereist – hetzij het geleidelijke van de oorspronkelijke theorie, hetzij sprongsgewijs zoals sommige neo-darwinisten voorstaan – is uitgesloten. Het wordt dus tijd dat de ET zijn plaats wordt gewezen. Van den Beukel omschrijft het zo:
[François Jacob:] "Het is tegenwoordig praktisch onmogelijk om rekening te houden met de enorme hoeveelheid feiten die de laatste tientallen jaren zijn opgehoopt, zonder een theorie te hanteren die zeer veel lijkt op het neo-Darwinisme. De kans dat deze theorie ooit in zijn geheel zal worden weerlegd is vrijwel nihil." Zo goed als het voor de negentiende-eeuwse natuurkundigen ondenkbaar moet zijn geweest dat de mechanica van Newton ooit in zijn geheel zou moeten worden afgeschreven. Dat is ook niet gebeurd. Wat er wel gebeurd is, is dat Einsteins relativiteitstheorie aan Newtons mechanica zijn plaats heeft toegewezen binnen een veel groter geheel: de plaats van een grensgeval, bij benadering geldig onder bepaalde voorwaarden.

,,Nou makker, ben je overtuigd, na al deze colleges?”
,,Nog niet helemaal, maar ik moet zeggen dat je me aan het denken hebt gezet. Ik zal het nog eens nalezen en me verder in de stof verdiepen.”
,,Doe dat; ik hoop dat je je zaklamp terugvind. Veel plezier en succes.”


Opmerking: de dialogen in deze reeks zijn leesbaarder gemaakt door ze meer te doen aansluiten bij schrijftaal


maandag 22 februari 2016

Schepping en evolutie (19): Minderwaardigheidscomplex? [b]

(a)sociaal darwinisme

,,Inderdaad. Hoewel in de voorstelling van Malthus een ideale samenleving door beperkende omgevingsfactoren onmogelijk wordt gemaakt inspireerde onder andere hij Wallace en Darwin tot hun theorieën omtrent de overleving van de sterkste in de strijd om het bestaan, met daaraan gekoppeld gemeenschappelijke afstamming en werden op dit gedachtengoed de opvattingen van de sociaal darwinisten geënt. Het sociaal darwinisme, hoewel veelvormig, kan worden gedefinieerd als "een ideologische richting die op grond van vermeende superioriteit van bepaalde rassen (of volken) meent de zuiverheid van het ras te moeten bevorderen", actief door strenge selectieregels en inhumane maatregelen, of passief door de zwakken aan hun lot over te laten teneinde de sterksten te doen overwinnen. Onder hen waren Marx en Engels, die de socialistische doctrine ontwikkelden die een ontwikkeling behelsde richting een ideale (communistische) samenleving; en in hun voetspoor Lenin en Stalin die hun godsdienstige achtergrond inruilden voor atheïstisch communisme; de gevolgen van met name Stalins terreur zijn bekend. En aan de andere kant had je het fascisme met Mussolini en Hitler; daarover hoef ik evenmin uit te weiden.
,,Met afschuw terugkijkend op dergelijke uitwassen roepen darwinisten nu om strijd dat het sociaal darwinisme geen wetenschappelijke basis had (veronderstelde doel i.p.v. toeval) en dat Darwin zich juist verzette tegen uitroeiing van de zwaksten; maar anderzijds zag Darwin duidelijk een opgaande lijn in de geschiedenis van de ontwikkeling van het intellect en stelde hij dat de overleving van zwakkeren door betere medicijnen schadelijk was voor het mensenras. En de critici van het historische sociaal darwinisme ten spijt: het is springlevend. Ethnische en religieuze zuiveringen zien we gebeuren in Afrika en in het Midden-Oosten en elders, en in onze ‘beschaafde’ westerse wereld doen de hedendaagse en in opkomst zijnde praktijk rond embryoselectie en abortus provocatus zorgwekkend veel denken aan het eugenetische programma Aktion T4 in Nazi-Duitsland, en de grootste gemene deler is de evolutiegedachte. Hoyle schrijft:
De overtuiging laat mij niet los dat de nihilistische filosofie die de verlichte geesten sedert de publicatie van Darwins ‘Origin of species’ meenden te moeten aanhangen, de mensheid in een richting heeft gestuurd die onvermijdelijk op zelfvernietiging moet uitlopen.
,,Dit nog afgezien van het gebrek aan zingeving dat het gevolg is van het darwinisme; Kierkegaard formuleert het zo: "Indien er ten grondslag aan alles slechts een wild gistende macht lag die, terwijl ze zich in duistere hartstochten wentelde, alles voortbracht, zowel het grote als het onbeduidende, wat was het leven dan leeg en troosteloos." Dus volgens mij is het een zegen voor de mensheid als het evolutieparadigma omvergeworpen wordt. Maar zal dat gebeuren? Professor Van den Beukel spreekt in zijn in 1995 verschenen boek Met andere ogen de verwachting uit dat dat niet lang meer op zich zal laten wachten. Dit was ook wat al in 1991 enkele vooraanstaande Franse en Italiaanse wetenschappers stelden, omdat de evolutietheorie de feiten niet goed verklaart en daarom door wetenschappers zelf niet meer wordt geloofd. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat er nog geen geschikt alternatief gevonden is en het tweede is dat er een enorme vertraging bestaat in kennisoverdracht tussen de hoge wetenschappelijke kringen en de maatschappij; het is een bekend feit dat schoolleerboeken vaak veel verouderde informatie bevatten. Kortom: we zullen het er nog wel een tijdje mee moeten doen.
,,Helaas, want het evolutiemodel is niet alleen schadelijk voor de mensheid, het biedt zoals we zagen ook een slechte verklaring voor het leven; de bezwaren zijn samen te vatten in 15 vragen:
  1. Hoe is het leven ontstaan?
  2. Hoe is de genetische code ontstaan?
  3. Hoe konden mutaties de enorme hoeveelheden informatie in het DNA van levende wezens creëren?
  4. Waarom wordt natuurlijke selectie, een principe erkend door creationisten, onderwezen als ‘evolutie’, alsof het de oorsprong en de diversiteit van het leven verklaart?
  5. Hoe zijn nieuwe biochemische verbindingen, bestaande uit meerdere in de juiste volgorde samenwerkende enzymen, ontstaan?
  6. Levende dingen zien eruit alsof ze zijn ontworpen, dus hoe weten evolutionisten dat ze niet ontworpen zijn?
  7. Hoe is meercellig leven ontstaan?
  8. Hoe is geslachtelijke voortplanting ontstaan?
  9. Waarom ontbreken de (verwachte) ontelbare miljoenen overgangsfossielen?
  10. Hoe kunnen ‘levende fossielen’ ongewijzigd blijven in de veronderstelde honderden miljoenen jaren, als evolutie binnen hetzelfde tijdsbestek wormen in mensen verandert?
  11. Hoe heeft ‘blinde’ chemie geest/intelligentie, betekenis, altruïsme en moraliteit gecreëerd?
  12. Waarom wordt het vertellen van plooibare evolutionaire verhalen die voor elk feit een verklaring bieden getolereerd?
  13. Waar zijn de wetenschappelijke doorbraken als gevolg van de evolutietheorie?
  14. Wetenschap experimenteert om erachter te komen hoe dingen werken, hoe ze in elkaar steken. Waarom wordt evolutie, een theorie over de geschiedenis, onderwezen alsof het hetzelfde is als operationele wetenschap?
  15. Waarom wordt een fundamenteel religieus idee, een dogmatisch geloofssysteem dat onvoldoende overtuigende verklaringen biedt, onderwezen in wetenschapsonderwijs?


maandag 15 februari 2016

Schepping en evolutie (18): Minderwaardigheidscomplex? [a]

Aapmensen

,,Goeiendag, die uitspraken liegen er niet om. Maar goed, volgens jou is de mens apart geschapen. Hoe kan het dan dat er tal van overgangsvormen zijn opgegraven die toch wel een duidelijke ontwikkeling laten zien van aapachtige naar moderne mens?”
,,Daar moesten we het inderdaad nog over hebben. Wat hebben we in de aanbieding? Een reeks uitgestorven primaten, geplaatst in een stamboom met onderin geslachten als Sahelanthropus, Orrorin, Ardipithecus en Australopithecus en hogerop zijtakken met Paranthropus en de naar onze eigen Homo sapiens leidende Kenyanthropus en Homo-soorten.
,,Hoeveel hiervan is wetenschap, hoeveel wensgedachte? Dan hoef je nog niet eens te denken aan fraude zoals met de Piltdown-mens. Australopithecus-soorten zouden rechtop gelopen hebben, zo wordt algemeen beweerd – mede op grond van ‘3 miljoen jaar oude’ voetsporen die vanwege die leeftijd niet van mensen kunnen zijn – en zo suggereert ook het Nederlandstalige Wikipedia-artikel nog. Op de Duitse versie wordt echter uitgelegd dat deze zienswijze achterhaald is. Wel wordt Australopithecus hier nog beschouwd als voorouder van de Homo-soorten, maar dat wordt inmiddels door steeds meer paleoantropologen in twijfel getrokken. Zo beschouwt Charles Oxnard het geslacht als een uitgestorven, unieke tak van primaten die verder van moderne mensen en moderne apen af staat dan die twee van elkaar. Dit is nu ook wat creationisten steeds hebben gezegd: Australopithecus is een uitgestorven apengeslacht, terwijl Homo­­-soorten echte mensen waren, dus ook de onlangs in Zuid-Afrika gevonden Homo naledi. Denk aan de Neanderthalers, die lang als een aapmens werden beschouwd maar inmiddels niet onderdoen voor andere steentijdmensen, alleen leden aan een gebreksziekte. Ook Homo erectus werd waarschijnlijk vertegenwoordigd door een wat armzalige groep mensen; hun gemiddelde schedelinhoud is kleiner dan van de moderne mens, maar er is enige overlap. Bovendien wordt meer dan vijfentwintig procent van zijn bottenverzameling gedateerd op minder dan 12.000 jaar, terwijl hij 300.000 jaar geleden uitgestorven zou zijn. De bekende paleoantropoloog Wolpoff vermoedt zelfs dat alle Homo-soorten onder Homo sapiens zouden moeten vallen.
,,Homo habilis betreft slechts enkele te vage vondsten voor een zinnige classificatie, en  Hesperopithecus en waarschijnlijk Orrorin evenzo. Hoe onzeker de hele paleoantropologie is blijkt ook wel uit het feit dat niet alleen soorten, maar ook sommige genera omstreden zijn; zo zou Ramapithecus (een aap) identiek kunnen zijn met Sivapithecus, waarbij de eersten de vrouwtjes en de laatsten de mannetjes zouden zijn. Kortom: de menselijke stamboom wordt voor paleoantropologen een steeds groter raadsel.”
,,En hoe komt het volgens jou dan dat mens en chimpansee zoveel genetische overeenkomst hebben als ze geen gemeenschappelijke voorouder zouden hebben?”
,,Vermoedelijk denk jij aan de ‘minder dan 2%’ die werd gesuggereerd. Mag ik je dan uit de droom helpen en opmerken dat nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat het werkelijke verschil zo’n 8,5% is, en zich juist grotendeels op kritische plaatsen in het genoom bevindt? Daarbij kunnen de genetische verschillen tussen mensenpopulaties oplopen tot 12%. Het is trouwens maar hoe je het meet: volgens recent onderzoek blijkt het genoom van Mens en Huismuis voor slechts 1% te verschillen. De al dan niet ironische conclusie van een Volkskrant-journalist luidt dan ook dat wij dus niet veel meer zijn dan muizen zonder vacht en staart…
,,Maar misschien voedt dit een minderwaardigheidsgevoel wel al te veel, dus houden we vast aan het grote apenverhaal; de aanwijzingen dat de menselijke geest – denk aan spraak en taal, liefde en haat, verdriet en hoop, kunst en schoonheid, denkvermogen (ook over niet-bestaande zaken), moraal en wraak, wilskracht en intuïtie, voorgevoelens en telepathie, mystieke ervaringen en paranormale krachten – uniek is en onafhankelijk van het brein functioneert, zijn nog niet overtuigend genoeg natuurwetenschappelijk hardgemaakt. Het is gek, maar de vondst van een nieuwe aapmens krijgt veel meer aandacht dan een latere mededeling dat het toch een apenschedel betrof. Op één of andere manier willen mensen graag in dit apenverhaal geloven, ondanks dat het zoals ik aan het begin zei een soort minderwaardigheidscomplex is.”
,,Zo beschouwen de meesten het dan ook niet.”


maandag 8 februari 2016

Schepping en evolutie (17): Citaten

Ik heb geen verklaring voor complex biologisch ontwerp. Alles wat ik weet is dat God geen goede verklaring is, dus we moeten wachten en hopen dat iemand met een betere komt.
David Hume (filosoof)

Als kan worden aangetoond dat er een complex orgaan bestaat dat absoluut niet gevormd had kunnen worden door een groot aantal opeenvolgende kleine veranderingen, dan zou mijn theorie absoluut in elkaar storten.
Charles Darwin (bioloog)

Het is die zienswijze die Darwin met de omweg over Malthus met onweerstaanbaar succes het beeld van de dierenwereld binnengeduid heeft. De nationaal-economische oorsprong van het darwinisme wordt bewezen door het feit dat dit stelsel, bedacht vanuit de gelijkenis die hogere dieren vertonen met de mens, reeds op de plantenwereld niet meer past en ontaardt in dwaasheid als men het (…) ook serieus op primitieve organische vormen wil toepassen. "Bewijzen" noemt een darwinist een keuze van feiten zo ordenen en verbeelden dat ze overeenstemt met zijn historisch-dynamische grondgevoel "ontwikkeling". Het "darwinisme", d.w.z. die som van zeer verscheidene en elkaar tegensprekende meningen, wier overeenkomst slechts de toepassing van het oorzakelijkheidsbeginsel op het leven, dus methode, niet resultaat, is, was al in de 18e eeuw in alle bijzonderheden bekend. Rousseau verdedigde de apentheorie al in 1754. Van Darwin stamt slechts het Manchesterse stelsel, welks populariteit te verklaren is uit zijn sluimerende politieke gehalte.
Oswald Spengler (filosoof)

Geloof in een wetenschappelijke verklaring voor alles vind ik persoonlijk een grotere geloofsdaad dan geloven in God.
Ronald Meester (wiskundige)

Kunnen we een redelijke opeenvolging van tussenvormen bedenken – dat wil zeggen: levensvatbare, functionerende organismen – tussen voorouders en afstammelingen bij belangrijke overgangen in de structuur? Ik denk, hoewel dat misschien alleen maar mijn gebrek aan verbeeldingskracht weerspiegelt, dat het antwoord nee is.
Stephen Jay Gould (paleontoloog)

Het leven kan niet toevallig zijn begonnen (...) Het probleem is dat er ongeveer tweeduizend enzymen voor nodig zijn, en de kans om ze allemaal door een toevalsproces te verkrijgen, is slechts één op de 1040.000; dat is zo'n onvoorstelbaar kleine kans dat het nooit zal plaatshebben, ook al zou het hele universum uit (organische) oersoep bestaan.
Fred Hoyle (natuurkundige)

De oorsprong van het leven in een oersoep is onmogelijk op dezelfde wijze als een perpetuum mobile onmogelijk is. De in dit hoofdstuk berekende buitengewoon kleine mogelijkheden ontmoedigen echte gelovigen niet (…) [Echter,] een praktisch persoon moet concluderen dat het leven niet door toeval is ontstaan.
Hubert Yockey (informatietheoreticus)

Als de moleculaire bewijzen een eeuw geleden bekend waren geweest, dan zou misschien het idee van de evolutie nooit zijn geaccepteerd. (…) Nooit is Darwins evolutietheorie ook maar één keer bevestigd door ook maar één ontdekking of wetenschappelijke vooruitgang sinds 1859. (…)
Het zijn altijd de anti-evolutionisten geweest – niet de evolutionisten – die zich strikt aan de feiten hebben gehouden.
Michael Denton (bioloog)

Mij is geleerd dat paleontologie een massa bewijzen levert voor evolutie. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat bewijzen ontbreken, niet alleen in de genetica maar ook in paleontologie, in sedimentologie, in dateringstechnieken, en in feite in alle wetenschappen.
Maciej Giertych (dendroloog)

De evolutietheorie draagt niet alleen geen kennis over, maar schijnt op één of andere manier anti-kennis over te dragen.
Colin Patterson (paleontoloog)

Ik geloof dat de bewijzen tégen de evolutietheorie zo afdoende en overweldigend zijn, dat niemand een echte evolutionist kan zijn op grond van wetenschappelijke feiten, maar alleen op grond van filosofische voorkeur.
Ben Hobrink (bioloog)

Evolutie is een religie. Dit was het geval voor evolutie in het begin, en dat is vandaag de dag nog steeds zo.
Michael Ruse (filosoof)

Schrijvers als Dawkins zeggen dat er vroeger mysteries waren, maar dat nu alles duidelijk is. Het is werkelijk wetenschapsvervalsing om zoiets te zeggen. Er zijn enorme problemen die nog moeten worden opgelost.
Kijk, als ik me geroepen voel om het Darwinisme te bestrijden is dat niet omdat het om een foute theorie gaat – er zijn zoveel foute theorieën – maar omdat het oneerlijk is. Wat me geschokt heeft is dat de aanhangers van het Darwinisme er zelf niet in geloven.
[vraagsteller: Ernst Mayr gelooft erin.]
Maar dat is een bisschop, een hogepriester van de theorie; hij moet laten zien dat hij er in gelooft. Ik denk niet dat als hij weer in zijn binnenkamer is, alleen met zichzelf, hij werkelijk gelooft dat kleine, toevallige mutaties en de natuurlijke selectie voldoende zijn om van een amoebe een dinosaurus te maken; het is toch niet mogelijk dat hij zo iets gelooft!
Guiseppe Sermonti (bioloog)

Ik moet me al heel sterk vergissen als de situatie in de biologie van nu niet als twee druppels water lijkt op die van een eeuw geleden in de natuurkunde. Het paradigma van het Darwinisme staat op instorten, is wat mij betreft al ingestort, en het wachten is op het nieuwe.
Arie van den Beukel (natuurkundige)

Ik ben ervan overtuigd dat de evolutietheorie, met name de mate waarin zij is toegepast, één van de grote grappen in de geschiedenisboeken van de toekomst zal worden. Het nageslacht zal zich erover verbazen dat zo'n karige en dubieuze hypothese met zo'n goedgelovigheid kon worden aanvaard.
Malcolm Muggeridge (schrijver)


maandag 1 februari 2016

Schepping en evolutie (16): Evolutie en Bijbel

,,Maar zijn evolutionisme en creationisme nu echt zulke onverzoenlijke vijanden?”
,,Tal van theologen en andere wetenschappers en niet-wetenschappers hebben getracht ze met elkaar te verzoenen, bijvoorbeeld door te stellen: “God leidde de evolutie” of iets van dien aard. Maar laat ik het maar eerlijk zeggen: voor die opvattingen geef ik niet veel. Het zijn een gekunstelde compromispogingen die door geen van beide uitersten-partijen serieus genomen worden. Wie zo’n tussenvorm voorstaat komt én met de wetenschap, én met de Bijbel in de knoop.”
,,Voorbeeld?”
,,De tijdperkentheorie stelt dat de zes scheppingsdagen in Genesis 1 duizenden of miljoenen jaren moeten hebben geduurd. Dit is echter niet de bedoeling geweest van de bijbelschrijver, want ten eerste betekent het woord "joom" in combinatie met een getal in het Hebreeuws altijd een dag van 24 uur; bovendien wordt dat nog eens benadrukt door de herhaalde formulering: "Het was avond en het was morgen: …de dag"; daarnaast is de opsomming van dagen precies hetzelfde als in Numeri 7 waarbij niemand twijfelt aan dagen van 24 uur. Ten tweede is Genesis 1 een geschiedkundig verhaal en geen gedicht, blijkens de Hebreeuwse grammatica. De enige twee verzen in Genesis 1-2 (1:27 en 2:23) die in dichtvorm zijn geschreven bevatten trouwens eveneens geschiedenis, zoals ook vele psalmen, bijvoorbeeld 78 en 105.
,,Bovendien moet je gaan tornen aan de betekenis van de schepping van de mens als die van apen zou afstammen; en van de zondeval als er voordien al lijden (met inbegrip van kanker) en dood in de dierenwereld was (vgl. "zeer goed" in Genesis 1 met "de ganse schepping zucht" in Rome 8) en dientengevolge met de zin van het sterven en de opstanding van Christus, het centrale thema in het christendom. Ik meen dat het Don Batten is die daarom terecht stelt: "Pogingen om Genesis los te koppelen van de echte geschiedenis van het heelal maken van het christendom een irrelevant verhaal. 'Geloof' is dan niet meer dan een virus in het brein, waarbij de wens de vader is van de gedachte, net als in sprookjes."
,,Buitendien krijg je als je toch aan Genesis 1 wil vasthouden problemen met de biologie, want hoe kunnen planten (geschapen op dag 3) overleven zonder dieren (dag 5 en 6)? Vele planten zijn voor hun bestuiving en zaadverspreiding immers afhankelijk van insecten en andere dieren. Om een ander voorbeeld te noemen: met de kadertheorie is het al niet veel beter gesteld. Hier geldt dus treffend de volgende uitspraak: "Marrying one’s theology to today’s science means that one is likely to be widowed tomorrow."
,,Is dat dan niet wat jij zelf ook probeert te doen?”
,,Ja, dat is het zeker niet. Het model dat ik voorsta wordt weliswaar ondersteund door hedendaagse wetenschappelijke inzichten, maar is volkomen onafhankelijk van en zelfs bepaald strijdig met de gangbare modellen. Een tussenvorm tussen creationisme en evolutionisme die wel wetenschappelijk verdedigbaar blijkt zijn (en niet theologisch verdedigd hoeft te worden, aangezien er geen Bijbel aan te pas komt) is Intelligent Design, een vorm van theïstische evolutie. Intelligent Design is een theorie ontwikkeld om de grootste bezwaren tegen het darwinisme op te vangen, met name het raadsel van het ontstaan van leven en het bestaan van onherleidbaar complexe systemen, die leiden tot de conclusie dat er wel een ontwerper geweest moet zijn, één of andere intelligentie die het leven construeerde. Daar kan ik nu niet al te lang op ingaan; ik kan alleen zeggen dat die minder problematisch is dan het standaardmodel maar dat om allerlei (genoemde) redenen mijn voorkeur uitgaat naar het jonge-aardecreationisme.”
,,Tja.”
,,Als ik alle onderwerpen van de afgelopen weken nog eens op me laat inwerken komt er een verontrustend actuele bijbeltekst in mijn gedachten, uit Psalm 10: "De goddeloze, met zijn neus in de hoogte, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn: er is geen God." En om terug te komen op de afleveringen over wetenschap een aardige bijbeltekst in dit verband. In I Samuël 2:3 (Statenvertaling) doet Hanna (Chanaa) de volgende uitspraak: “De HEERE is een God der wetenschappen”. Niet dat ik daarmee iets wil bewijzen, want andere vertalingen geven de tekst anders weer, maar het is een aardige onderstreping van wat ik heb betoogd, onder meer dat geloof en wetenschap niet strijdig zijn.”

maandag 25 januari 2016

Schepping en evolutie (15): De betrouwbaarheid van de Bijbel [b]

,,Ben Hobrink richt in zijn niet onomstreden boek Moderne wetenschap in de Bijbel terecht de aandacht op de wetten uit onder meer Leviticus. Behalve dat die socialer en milieuvriendelijker waren dan van buurvolken uit die tijd, wat buitenlandse herkomst onwaarschijnlijk maakt, blijkt er kennis achter te zitten die toentertijd nog volslagen onbekend was en pas in onze tijd is opgedaan.
,,Neem de regel van de besnijdenis. Ten eerste blijkt besnijdenis bij minder hygiënische volken de kans op kanker aan de geslachtsorganen aanmerkelijk te verkleinen, en ten tweede blijkt de achtste dag, waarop volgens de Mozaïsche wet de besnijdenis moest plaatsvinden, juist de dag te zijn waarop de bloedstolling het best werkt. Nog duidelijker wordt mijn punt op het gebied van de reinigingswetten. Een hele reeks specifieke voorschriften die je kun nalezen, zoals lichaam en kleding wassen na aanraking van een dode, afzondering bij een besmettelijke ziekte enzovoort, waren in die tijd en vele eeuwen nadien hoogst ongebruikelijk maar zijn volgens onze huidige kennis precies wat nodig is ter voorkoming van pest- en darmepidemiën, geslachtsziekten, onvruchtbaarheid en voedselverontreiniging en ter verhoging van de algehele levensverwachting. En het derde belangrijke punt: de voedselwetten. De regels voor welke dieren als rein en welke als onrein beschouwd werden zijn vanuit onze kennis als volgt samen te vatten: voor consumptie verboden zijn dieren die a) gevaarlijk kunnen zijn voor onze gezondheid, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van trichinen, of b) belangrijk zijn voor het ecologisch evenwicht, zoals aaseters. Verder kan het eten van 'doodgevallen' dieren gevaarlijk zijn en werd dus verboden. Als laatste wil ik nog noemen dat het voorgeschreven sjabbatsjaar, één op de zeven jaar braaklegging van de grond, het beste blijkt te zijn voor de bodem.
,,Dat deze wetenschappelijk gezien beste regels verpakt zijn in godsdienstwetgeving is van ons uit te begrijpen. Om te beginnen hadden mensen, zeker in die tijd en omgeving waarin het Joodse volk waarschijnlijk het enige was waarvan de godheid niet door middel van beelden mocht worden gediend, de mensen behoefte aan iets tastbaars, zoals een tabernakel met daaromheen een priestercultus vergezeld van de nodige regels en symbolen. Bovendien moesten aan de naleving daarvan wel sancties worden verbonden omdat wetenschappelijke argumenten daar en toen niemand zouden hebben overtuigd. Dit alles wil niet zeggen dat het God uitsluitend ging om der mensen lichamelijke gezondheid, maar het vereren van de ene ware God, geestelijk welzijn en lichamelijke voorspoed worden duidelijk met elkaar verweven, moeten met elkaar samenhangen.
,,Verder beweer ik niet dat de Bijbel alleen geloofwaardig is op punten van of vanwege wetenschappelijk betrouwbare informatie, maar misschien helpt het jou, die de moderne wetenschap hoog in het vaandel heeft staan, de waarde van de Bijbel in te zien. Dat die veel verder reikt dan dit valt buiten het bestek van deze reeks.”
,,Daar heb je al wel eens over geschreven, geloof ik.”
,,Klopt, meer dan eens.”
,,Maar jij gelooft dus toch niet zo in de wetenschap?”
,,Onze wetenschap heeft zijn waarde, maar ook zijn beperkingen. Een wetenschappelijke discussie over het oorsprongsvraagstuk is leerzaam, maar ten eerste spelen er altijd vooronderstellingen mee, ten tweede kan onze wetenschappelijke kennis nooit volledig uitsluitsel geven over hoe de wereld is ontstaan en nu in elkaar zit en ten derde is het de vraag of onze wetenschappelijke methode leidt tot echte waarheidsvinding, maar dat laatste is een wijsgerige vraag die we hier verder buiten beschouwing moeten laten. Ik vind het een voordeel van de Bijbel in dezen dat die onze kennis kan uitbreiden, maar zelfs dan blijven er nog genoeg raadsels over.”


maandag 18 januari 2016

Schepping en evolutie (14): De betrouwbaarheid van de Bijbel [a]

,,Evert, ik zeg het nog een keer: jij baseert je geloof op een heilig boek, één van de vele heilige boeken, en zeker geen natuurwetenschappelijk handboek of anderszins wetenschappelijk betrouwbare bron.”
,,En ik herhaal: de natuurwetenschappelijke theorie die ik aanhang is niet zozeer gebaseerd op de Bijbel als dat de feiten ermee in overeenstemming blijken te zijn; hoewel het wetenschappelijk gezien geen enkel bezwaar is als het idee voor een theorie uit een heilig boek komt: de eerder genoemde Karl Popper maakt onderscheid tussen context van ontdekking, die bijvoorbeeld ook een droom mag zijn (zoals bij de ontdekking van de benzeenring) en context van toetsing, waarvoor wetenschappelijk verantwoorde experimenten nodig zijn. De Bijbel is geen natuurwetenschappelijk handboek, maar een geschiedenisboek; en wel een bijzonder betrouwbare. Bovendien is de Bijbel niet zomaar één van de heilige boeken, maar een unieke; dat zal ik duidelijk maken.
,,Kijk. Een levenswetenschap die vele miljoenen jaren nodig heeft en daarbij steunt op een geologie die over miljarden jaren gaat, kan zich slechts baseren op bodemvondsten en waarnemingen in onze tijd. Dat is de moeilijkheid voor het evolutionisme. Een levenswetenschap die slechts enkele duizenden jaren nodig heeft zou in theorie daarnaast gebruik kunnen maken van schriftelijke bronnen. Dat is het voordeel (niet de verdienste) van het creationisme. Nu blijkt dat de meeste oude geschriften niet veel houvast bieden ter ondersteuning van de theorie. Er is echter één grote uitzondering: de Bijbel. Dat is namelijk niet zomaar een heilig boek vol mythen en vaagheden, maar beschrijft een zeer groot aantal gebeurtenissen die ondersteund worden door controleerbare feiten. Sommige alleen in die tijd, zoals dat de oorspronkelijke bewoners van Mo’av de Emieten en de Zamummieten waren (Deuteronomium 2); of dat de bron Lechi ten tijde van schrijven nog bestond (Rechters 15). Sommige dingen echter zijn nog steeds controleerbaar, en dat worden er naarmate archeologisch onderzoek voortschrijdt hoe langer hoe meer. Ooit werden bijbelverhalen over de Kana’anieten, Hethieten en Edomieten door de gangbare wetenschap, met in deszelfs voetspoor kortzichtige (Van den Beukel zegt: doodsbenauwde) moderne theologen, afgedaan als verzinsel – totdat aangetoond werd dat die volken daadwerkelijk hebben bestaan. De regeringstijden van de Jisraëlitische koningen zoals die in Koningen en Kronieken staan worden bevestigd vanuit Assyrië en Babylonië (kleine verschillen blijken te berusten op het feit dat de Assyriërs een andere kalender gebruikten dan de Joden). Volledige vergelijking lukt niet – zo gaan de Assyrische gegevens niet terug tot de tijd van Davied, maar om dan te redeneren dat dat gedeelte dus fictie is, is net zo naïef als het afdoen van bolbliksem als onzin zolang er geen verklaring voor was.
,,Goed, de mogelijkheid blijft natuurlijk dat een deel van de bijbelverhalen verzonnen is, zeker die over de oudste tijden, ware het niet dat er aanwijzingen zijn dat ze zowel zeer zorgvuldig te boek gesteld zijn als dat ze kennis bevatten die boven die van die dagen uitstijgt.
Om te beginnen wordt vaak beweerd dat Mozes (Moosjè) niet de schrijver kan zijn van Genesis en dat (dus) het zondvloedverhaal van Gilgamesj het oudste is en het bijbelse verhaal daarop gebaseerd. Dat is echter onjuist. Ten eerste is het Gilgamesj-verhaal natuurwetenschappelijk gezien onzin en het Bijbelverhaal betrouwbaar – de kubus van Utnapisjtim noemde ik vorige week – en ten tweede blijkt bij zorgvuldige lezing van Genesis dat het is opgesteld vanuit oude ooggetuigenverslagen op een kleitablet: de afsluitende regel meldt steeds de schrijver; meestal steeds één per tijdvak, maar het zondvloedverhaal blijkt te zijn samengesteld uit drie verschillende verslagen, namelijk van Sjeem, Cham en Jafeth (Genesis 10:1, bij het verkeerde hoofdstuk geplaatst). Dit verklaart ook dat er in Genesis bepaalde oude Babylonische woorden schijnen voor te komen die elders in de Bijbel ontbreken. En het feit dat Moosjè de schrijver was verklaart de Egyptische woorden en uitdrukkingen in de Toraa en de ingewijdenkennis over Egypte die uit Exodus blijkt. Toch nam deze aan het hof van de farao onderwezen schrijver de Egyptische cultische regels niet over. Dat brengt ons bij het derde punt: hij kreeg van zijn God Jahweh richtlijnen door die hij haast blindelings doorgaf aan het volk. Maar het wordt al laat; ik stel voor dat we daar volgende week over doorpraten.”
,,Mij best.”


maandag 11 januari 2016

Schepping en evolutie (13): Zondvloedverhalen

,,De oude Mickie Bungunie kondigt zijn verhaal aan met de woorden: “Dit is een oude geschiedenis, verteld door onze vroegste voorouders die zeer diepzinnige kennis bezaten.” En dan verhaalt hij hoe kinderen de spot dreven met de Knipogende Uil en hem pijnigden totdat Ngadja, de hoogste godheid, boos werd en Gajara waarschuwde een dubbel vlot te bouwen voor zichzelf, zijn vrouw, zijn zoons en zijn schoondochters alsmede voedsel en enige dieren omdat er een overstroming op komst was. Gajara deed dat, waarna het begon te stortregenen en de aarde zich opende om alles en iedereen buiten het vlot te verdrinken. Nadat het vlot lange tijd had rondgedreven op het woeste water stuurde Gajara een koekoek uit, die niet terugkwam omdat het water was gezakt en er droog land tevoorschijn was gekomen. Toen de overlevenden aan land waren gegaan offerde Gajara een kangoeroe en de geur bereikte Ngadja, die tevreden was en een regenboog in de lucht plaatste om de regenwolken tegen te houden.
,,Bijzonder verhaal, niet? En dit is maar één van de pakweg driehonderd verhalen wereldwijd over een grote overstroming. Dat feit en de vele overeenkomsten die je kunt aantreffen met het zondvloedverhaal in Genesis wijst wel sterk in de richting van een wereldwijde overstroming als oergeschiedenis van de mensheid.”
,,En waarom zou van al die verhalen nu juist het bijbelverhaal het echte zijn en de rest daarvan afgeleid?”
,,Om een aantal redenen. De belangrijkste is dat je dat kunt nagaan aan de hand van de onderdelen van het verhaal. Neem een willekeurige overstromingslegende uit de lijst en kijk hoevele van de details ook in andere verhalen voorkomen. Het verhaal dat bijna alleen maar unieke trekken bevat is het minst waarschijnlijk het oorspronkelijke. Het verhaal waarvan alle punten ook elders voorkomen is waarschijnlijk het oudst. Laten we een willekeurig voorbeeld nemen, een verhaal van de Lakota-indianen. Van de verhaalelementen komen de volgende ook elders voor: onwetende mensen; vertoornde schepper; zingen brengt regen; overstromende rivieren; stampen op aarde doet die openbarsten; alle mensen verdrinken; allerlei dieren gered; duiken naar modder; kraai; ijsduiker; otter; bever; schildpad; dieren verspreid over nieuw land; regenboog als teken; waarschuwing voor nieuwe straf indien nodig. En de volgende niet: gedroogde bizonvlaaien; heilige pijp; schepper is zelf vloedoverlevende; drijven op pijpzak; land herverschijnt door zingend modder op water verspreiden; water wijkt terug door waaien met arendsveren; waterpartijen uit tranen; dieren komen tot leven als schepper op aarde stampt; uit rode, witte, zwarte en gele aarde mensenrassen geschapen. En dan het verhaal uit Genesis: mensen goddeloos; vertoornde schepper; waarschuwing voor overstroming; opdracht bootbouw; groot houten vaartuig, dichtgesmeerd met pek; regen; openbarsten ondergrondse waterbronnen; enkele overlevende mensen; allerlei dieren gered; plantenzaden mee in vaartuig; vogels uitgezonden bij zakken water; raaf; duif; groen takje; berg; offer; regenboog als teken; tevredengestelde godheid – al deze elementen zie je elders terug; en ook de naam Noach: over de hele wereld komt die in allerlei vormen voor als naam van vloedoverlevende of watergod – een afgeleid thema – zoals Noë, Nu, Noj, Anu, Manu enz. Tussen haakjes, een aardig detail in verscheidene indiaanse verhalen is dat ze hoog in de bergen aanwezige schelpen aan de wereldwijde overstroming toeschrijven.
,,Een andere aanwijzing is het feit dat als er sprake is van een vaartuig, dat indien er melding gemaakt wordt van de plek waar het strandde, die plek bijna altijd in de nabijheid is. Voor zover ik weet zijn – afgezien van de Mandan, die spreken van een berg in het westen – het Hebreeuwse en het Babylonische zondvloedverhaal de enige die er een buitenlandse berg voor aanwijzen, het gebergte van Urartu.”
,,Je bedoelt het Gilgamesj-epos? Dat is aantoonbaar ouder.”
,,Wel wat betreft de oudst bekende tekst ervan. Niet wat betreft de brontekst. Volgende week wil ik er nog meer over zeggen, maar nu één punt, en dat betreft de boot van Utnapisjtim vergeleken met die van Noach. De eerste was een kubus; uit proeven blijkt dat dat zo’n beetje de meest instabiele bootvorm is. Noachs ark daarentegen had juist de meest zeewaardige verhoudingen voor een niet-aangedreven vaartuig. Die kennis was overigens bij volken in de oudheid nog niet bekend en mijn conclusie is derhalve, ook vanuit overwegingen die volgende week aan bod komen, dat Noach zijn opdracht uit bovennatuurlijke bron kreeg en hij en zijn zonen de details van alles zeer zorgvuldig opschreven en doorgaven; pas na enige generaties verloren nakomelingen die niet beschikten over de schriftelijke gegevens hun grip op de bijzonderheden van het verhaal en gingen er fantastische elementen aan toevoegen; zo ook in Babylon.
,,Over Babylon gesproken: het verhaal van de torenbouw van Babel is ook bewaard gebleven onder verscheidene volken. Is bij vele indianenstammen de overstroming de oorzaak van de verspreiding van de volken over de aarde en de verschillende talen, bij de Babyloniërs, de Grieken, de Miao, Mikir, Elema, Ghaikos, Azteken, Choctaw en andere volken is (of was) sprake van de bouw van een trotse hoge toren in een ver verleden, en, vaak door de toorn van de godheid, verstrooiing en spraakverwarring. Ook het bijbelse paradijsverhaal met een tuin, bomen, een slang, ongehoorzaamheid en straf, leeft voort in alle werelddelen. En dit zijn dan de drie verhalen die volgens de Bijbel, én blijkens de volkerenmythen – zo besluit ook Tjarko Evenboer in De wereldwijde vloed –, de oergeschiedenis vormen van de hele mensheid.”

maandag 4 januari 2016

Schepping en evolutie (12): Rampscenario

,,Verder met m’n verhaal over fossielen. Darwin voorspelde dat er vele tussenvormen in het fossielenarchief zouden worden gevonden, maar dat is na anderhalve eeuw nog steeds niet gebeurd.”
,,Dat is niet juist. Er zijn bijvoorbeeld overgangsvormen tussen vissen en reptielen, tussen reptielen en vogels, tussen apen en mensen en van het paard is een hele afstammingsreeks bekend vanaf drietenig beestje.”
,,Uitzonderingen bevestigen de regel. Er zijn reptielensporen gevonden ouder dan ‘overgangsvis’ Tiktaalik. Archæopteryx was geen overgangsvorm maar een vogel, met wat vreemde kenmerken, zoals tanden in de snavel wat veroorzaakt wordt door een gen dat bij hedendaagse vogels is uitgeschakeld; en Proto-avis, die hoger in de ontwikkelingsreeks zit, werd gevonden in een ‘75 miljoen jaar oudere’ aardlaag. Eén- en drietenige paardjes zijn gevonden in lagen van dezelfde ouderdom. Over mensen moeten we het later nog eens hebben. Om kort te gaan: juist het feit dat dit soort vermeende overgangsvormen zoveel aandacht krijgt bevestigt de stelling dat overgangsvormen er niet zijn. T. Neville George merkt op: "De hoeveelheid fossielen is bijna onhandelbaar groot geworden. En toch blijven de gegevens uit de fossielen hoofdzakelijk bestaan uit hiaten." En dan: "De hiaten zijn reëel en gelijk aan de hiaten die we in de hedendaagse wereld vinden." Dat is namelijk heel vreemd met een geleidelijke ontwikkeling van een paar miljard jaar. Paleontologen hebben dit onder ogen moeten zien en hebben vervolgens mogelijke verklaringen aangedragen, maar geen van alle nog erg bevredigend. Hoe ga je zonder overgangsvormen van ongewerveld naar gewerveld? Of van gewone kever naar Bombardeerkever? En er is meer. In de oudste lagen ontbreken aanwijzingen van oersoep of oerorganismen. Wat wel gevonden wordt is gras in dinosauruscoprolieten, middelgrote zoogdieren en mogelijk zelfs mensen in het Krijt en Precambrische stuifmeelkorrels van zowel naakt- als bedektzadige bomen, gevonden in het Grand Canyon. Je kun de geschiedenis van soorten toch niet eindeloos naar boven of beneden oprekken zonder aan geloofwaardigheid in te boeten. Ook de Cambrische explosie is binnen dit model moeilijk te verklaren. En wat moet je met de raadselachtige Ediacarische biota?
,,Eén van de meest opzienbarende ontdekkingen ooit was wel de die van rode bloedcellen in tyrannosaurusbot. Uiteraard kwamen er allerlei verklaringen voor om de ontdekking te kunnen plaatsen binnen de veronderstelde ouderdom van de tyrannosaurus, maar deze ontdekking staat niet op zichzelf. Er zijn genoeg vondsten van ongefossiliseerd weefsel uit verondersteld vele miljoenen jaren oude fossielen dat die theorie onder druk staat: collageen, bloedvaten en osteocyten in dinosaurusbot; histonen in Tyrannosaurus; huidweefsel van Hadrosaurus; DNA in fossiel paard en zelfs DNA en histon-4 in bot van Tyrannosaurus en Brachylophosaurus, terwijl DNA maximaal enige duizenden jaren vindbaar blijft; bacteriële herkomst is ten minste in het laatste geval uitgesloten. En volgens Mary Schweitzer, die een aantal van deze ontdekkingen op haar geweten heeft, hangt er vaak een soort lijklucht rond dinosaurusbotten. Dit, samen met oude afbeeldingen van en overleveringen over dinosaurusachtige wezens, menselijke voetafdrukken in zeer oude aardlagen en meer onverklaarbare zaken maken deze vertaling van het fossiele verhaal op z’n minst twijfelachtig.
,,Ten aanzien van het plantenrijk concludeert paleontoloog E.J.H. Corner: "Voor iemand die onbevooroordeeld is, spreekt het fossiele verhaal van de planten ten gunste van de afzonderlijke schepping."

,,Dit alles maakt dat het hoog tijd is voor de andere theorie. Volgens dat model is er zo’n vijfduizend jaar geleden een ramp geweest van wereldformaat, die letterlijk de hele aardbol onder water zette, onvoorstelbare aardverschuivingen veroorzaakte en daarmee verantwoordelijk was voor het grootste deel van het aardlagenpakket en de fossielen die erin zitten. Kort gezegd begon op het de zeebodem, waardoor de Cambriumlagen vrijwel uitsluitend zeewezentjes bevatten. Daarna kwam het continent aan de beurt; eerst de lage kuststreken met moerasflora en -fauna en ten slotte de hoger gelegen streken, waar mobiele dieren als zoogdieren leefden of zo veel mogelijk heen gevlucht waren (je vindt soms heuvelopgerichte sporenmassa’s). Ecologische zonering en mobiliteit zorgden voor een hoofdvolgorde van het fossielenarchief; hydrologische processen als drijfvermogen van dode organismen deden de rest. Natuurlijk verwacht je in zo’n geval uitzonderingen op de regel, en die zijn er dan ook. Over hoe dit alles gebeurde zijn de meningen verdeeld, maar een kanshebbend model stelt dat, wellicht door een zware meteorietinslag, de oceaanbodem in de aardmantel begon te verzinken, een zichzelf versnellend proces dat pas vertraagde toen het oorspronkelijke continent uiteengereten was totdat na enkele eeuwen de huidige continenten waren ontstaan. Intussen hadden stortregens en vloedgolven het meeste leven op Aarde vernietigd en toen dat alles tot rust gekomen was en het water zich had teruggetrokken volgde er een ijstijd. Eentje maar…”
,,Spannend verhaal.”
,,Ja, er wetenschappelijk over nadenken is boeiend, maar dat verandert als je je probeer voor te stellen wat het voor de aardbewoners moet hebben betekend, of wat de aanleiding voor de ramp geweest moet zijn.”

maandag 28 december 2015

Schepping en evolutie (11): Fossielen [b]

,,Wel een heel boeiend onderwerp, fossielen. Misschien ga ik er zelf ook nog eens naar graven.”
,,Ah, gelukkig alvast één ding waarover we het eens zijn. Het lijkt me leuk om eens iets af te spreken.”
,,Maar je argument dat onveranderde soortgroepen en levende fossielen de evolutietheorie onderuit zouden halen deugt niet. Er zijn in de natuur wel meer vreemde zaken die echter door evolutiebiologen heel goed verklaard kunnen worden. Soorten veranderen pas als de milieuomstandigheden ze daartoe dwingen, dus als er veranderingen optreden waaraan ze zich moeten aanpassen.”
,,Twee dingen. Het eerste is dat de erosiesnelheid zo hoog is dat de continenten tijdens de veronderstelde vierenhalf miljard jaar van het bestaan van de Aarde al een aantal malen moeten zijn afgesleten en weer opgebouwd, dus biotopen zijn verdwenen of veranderd. Ten tweede zijn er vele klimaten over de aarde heengegaan, naar wordt verteld. Zo was er in het Carboon een warm en vochtig klimaat, in het Perm wisselend, in het Trias warm en droog, in het begin van het Tertiair heet en aan het einde ervan de koude ijstijden met warme tussenpozen. Kortom: ik ben geneigd te zeggen dat je in wonderen moet geloven om vol te houden dat soorten honderden miljoenen jaren onveranderd kunnen blijven, nog afgezien van genetische overwegingen.

,,Dat van die erosie trouwens, nu we het toch over geologie hebben, maakt het wereldwijd voorkomen van oude aardlagen en het voorkomen van jonge lagen hoog in de bergen minder waarschijnlijk. Ook vulkanische activiteit en gebergtevorming lijken veel te snel te gaan voor een zo oude aarde. En dan heb ik het nog niet eens gehad over ontbrekende lagen, lagen die elkaar een aantal malen afwisselen, lagen die in elkaar overgaan en plaatsen waar oude lagen bovenop jonge liggen. In dat laatste geval spreekt men van een – door tektonische krachten veroorzaakte – overschuiving, maar de moeilijkheid is dat daar in veel gevallen geen sporen van te vinden zijn, terwijl een verplaatsing van zovele tonnen materiaal, verdeeld over een oppervlakte van soms duizenden vierkante kilometers (zoals de Lewis-overschuiving in Montana), over een afstand van soms honderden kilometers (zoals bij de Matterhorn en de Mythentop in Zwitserland), diepe sporen moet achterlaten in het landschap. Maar soms is het zelfs zo dat die lagen in elkaar overlopen, zoals in de Empire Mountains in Arizona.
,,Op verscheidene plaatsen ter wereld zijn hele rotspakketten gebogen zonder te breken, een aanwijzing dat ze nog zacht en dus onlangs gevormd waren. Het schijnt dat het Cambrische Sawatch-zandsteen nog zacht was bij opheffing van de Rocky Mountains tijdens het Krijt. Platgedrukte polonium-radiohalo’s in het Colorado-plateau suggereren dat een pakket van Trias-, Jura- en Eoceenlagen binnen enkele maanden werd afgezet. Zandsteenlagen moeten nog zacht zijn geweest en veel water hebben bevat toen verscheidene andere gesteentenlagen erbovenop werden afgezet en kalksteen zich daarin door scheuren en gaten een weg omhoog perste. Op verscheidene plaatsen zijn niet-weggeërodeerde voetsporen en ribbelstructuren te vinden. Sporen van bodemvorming en verwering daarentegen zijn vrij zeldzaam, terwijl dat overal tussen de lagen aan te treffen zou moeten zijn. Dat de lagen zelf op catastrofale wijze zijn afgezet is namelijk inmiddels algemeen geaccepteerd; de lange tijdsperioden zouden dus tussen de lagen moeten liggen; maar nauwelijks een spoor daarvan. En dan zijn er nog meer aardkundige feiten die eerder wijzen op een ramp van wereldformaat dan op lange rustige perioden afgewisseld door kleine natuurrampen: het overheersen van mariene afzettingen op de continenten, het feit dat er vijf keer zo veel sediment op de continenten ligt als op de zeebodem, overblijfselen van een ontzaglijke waterafvoer zoals het Grand Canyon, enzovoort. En om terug te komen bij de fossielen: een uniformitarische geologie kan moeilijk polystrate fossielen als dendrolieten en wormengraafsporen verklaren... Wordt vervolgd.”

maandag 21 december 2015

Schepping en evolutie (10): Fossielen [a]

,,Je zou nog wat praten over fossielen.”
,,Goed onthouden. Luister, fossielen vertellen een verhaal; ze spreken nog nadat ze gestorven zijn, zogezegd; alleen nu niet meer verstaanbaar voor soortgenoten, maar slechts nog voor mensen – eén búítengewoon voorrecht valt ons ten deel. Maar zonder gekheid: fossielen spreken een taal. Om te horen hoe die klinkt moet je Le carnival des animeaux van Saint Saëns luisteren. En om erachter te komen hoe je dat moet vertalen moet je je oor te luisteren leggen bij paleontologen.
,,Alleen is het jammer dat die het er niet over eens zijn wat de fossielen nu eigenlijk zeggen. Toen Champollion de Egyptische hiërogliefen ontcijferd had is er voor zover ik weet nooit iemand opgestaan die beweerde dat hij ze volledig verkeerd vertaalde. Maar met de fossielen is het een ander verhaal.
,,Ook op dit gebied zijn er met name twee strijdige lezingen van het fossiele verslag. Je weet dat een fossiel een versteend overblijfsel is van een organisme uit vroeger dagen. Een hele plant, een dierenskelet, losse botten, een lichaams- of pootafdruk, noem maar op, te vinden in aardlagen oftewel rotsmassieven. Volgens het uniformitarisme van Lyell zijn alle aardlagen geleidelijk ontstaan, dus moeten ook te fossiliseren planten en dieren in de loop van vele jaren zijn bedolven en versteend.”
,,Maar dat gelooft bijna niemand meer.”
,,Klopt, en terecht. De geologie laat onder druk van het feitenmateriaal steeds meer catastrofen toe. Maar het evolutionisme van Darwin staat nog overeind, zij het ook met de nodige aanpassingen. Alleen, hoe bewijs je die theorie? Volgens sommigen, zowel tegenstanders als aanhangers, is dat moeilijk; de biologische moeilijkheden voor de evolutietheorie zijn groot, maar het fossielenarchief schijnt hoop te bieden. Professor C.O. Dunbar schrijft: "Fossielen vormen de enige bewijzen dat het leven zich heeft ontwikkeld van simpele tot meer en meer complexe levensvormen."
,,Wat zeggen nu de fossielen? Volgens deze lezing dat het leven zich ontwikkelde van eenvoudig eencellig tot ingewikkeld veelcellig; in de loop der tijdperken verschenen steeds ingewikkelder levensvormen. Dat blijkt uit de fossiele vondsten: hoe dieper in de aarde – dus hoe ouder – hoe eenvoudiger de gevonden organismen. De evolutionaire stamboom komt overeen met het fossielenarchief. De volgende stap is, om aan de hand van die stamboom de ouderdom van een bepaalde aardlaag vast te stellen. Daarvoor heb je gidsfossielen, die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode in de aardgeschiedenis. Zo schreef de paleontoloog Schindewolf in 1957: "De enige chronometrische schaal die in de geologische geschiedenis te hanteren is voor de stratigrafische (…) klassificatie van gesteenten en voor de datering van geologische gebeurtenissen, wordt verschaft door de fossielen. Dank zij de onomkeerbaarheid van de evolutie bieden zij een ondubbelzinnige tijdschaal”. Dit is echter een cirkelredenering: evolutie bewijs je uit de paleontologie, en de paleontologische relatieve datering haal je uit het evolutiemodel. Ter ijking van de dateringen worden daarom ‘absolute’ dateringsmethoden toegepast, zoals de radiometrie, die zoals we zagen nogal problematisch is. Andere dateringsmethoden, zoals aan de hand van warven, zijn niet beter en gaan bovendien niet zo ver terug in de tijd. Kortom: het blijft een wankele basis, reden waarom blijvend grote waarde wordt toegekend aan gidsfossielen. Maar helaas, ook die zijn bepaald niet feilbaar. Zo is de verspreiding van een belangrijke groep gidsfossielen, de foraminiferen, slecht bekend. Daar komt bij dat er veel variatie blijkt te zijn binnen de soort en dat de taxonomie vaak werkt op grond van laag in plaats van kenmerken, dus weer die cirkelredenering.
,,En hoe kan het dat, om maar enkele soortgroepen te noemen, kevers en libellen sinds het Perm (‘ouder dan 250 miljoen jaar’) niet wezenlijk zijn veranderd; haaien en longvissen sinds het Devoon; mossels, zeesterren en wormen sinds het Ordovicium; en wieren, bacteriën en schimmels sinds het Precambrium ongeveer hetzelfde zijn gebleven? Meer dan een half miljard jaar, dat is toch best lang. En nog gekker: coelacanten en de Brughagedis zouden al sinds het Krijt uitgestorven zijn, maar blijken springlevend. Neopilina komt niet voor tussen het Devoon en nu, en Lingula zou in het Ordovicium zijn uitgestorven, maar leeft. En zo zijn er nog veel meer levende fossielen. Geheimzinnig raadsel.”

maandag 14 december 2015

Schepping en evolutie (9): Het heelal

,,Maar jullie hebben wel een probleem. Als de aarde pas zesduizend jaar oud is, hoe kan het dan dat we sterren kunnen zien die miljoenen lichtjaren ver weg staan? Was het heelal er al lang vóór de scheppingsdagen?”
,,Dat denk ik niet; er zijn er wel die het denken, maar dan kom je volgens mij in de knoei met de bijbeltekst, bijvoorbeeld omdat God "de hemelen en de aarde" schiep in zes dagen, volgens Exodus 20; en omdat de hemellichamen pas op dag 4 werden geschapen.”
,,Wat dan? Schiep God illusies? Dat God het sterrenlicht onderweg geschapen heeft, vooruit, maar hoe zit het met een supernova? Eerst een neutronengolf, dan zichtbaar licht, dan röntgenstraling… een beeld van een explosie die zich nooit heeft voorgedaan; kortom, het heelal als een gigantische lichtshow.”
,,Heel scherp opgemerkt. Hier ligt één van de grootste moeilijkheden voor creationisten. Gezien de dingen die ik elders in de Bijbel over God lees geloof ik persoonlijk niet dat Hij illusies geschapen heeft, al zeg ik niet dat het niet kan. Creationistische kosmologen is er veel aan gelegen het raadsel te ontsluieren van wat er dan wél gebeurde op de vierde scheppingsdag. Maar de lastigheid is, dat omtrent het heelal nog heel veel onbekend is. Dat is trouwens net zo goed een moeilijkheid voor de naturalistische wetenschappers; de oerknaltheorie, die door de meesten van hen aangehangen wordt, is eveneens zeer twijfelachtig en afhankelijk van hypothetische grootheden als inflatie, donkere materie en donkere energie. Een groep seculiere kosmologen stelt dat de theorie slechts overeind gehouden wordt door alleen waarnemingen die passen binnen het standaardmodel te publiceren en concurrerende modellen uit te sluiten van financiering, waarmee het veeleer een religieus dan een wetenschappelijk idee is geworden. Dat zegt genoeg. Maar goed, het blijft lastig om die grote afstanden in het heelal te verklaren met een jonge schepping.”
,,Je kunt zeggen dat je dat van die afstanden niet gelooft.”
,,Ja, maar dat doet geen enkele goed geïnformeerde creationistische sterrenkundige. De verschillende afstandmeetmethoden zijn redelijk betrouwbaar, behalve van de roodverschuiving als afstandsbepaling van de verste hemellichamen, die is twijfelachtiger; maar tot zo’n 8 miljard lichtjaar zijn de berekeningen tamelijk betrouwbaar. Dus er moet iets anders bedacht worden. Humphreys kwam met het idee dat de lichtsnelheid in het verleden misschien veel groter was. Dit werd bevestigd door metingen van Setterfield, die eveneens constateerde dat de constante van Planck juist was toegenomen. Hij bouwde vervolgens aan de hand van de Kwantumtheorie, de Stochastische Elektrodynamica en de Plasmatheorie een kosmologie op die een soort alternatieve oerknal inhield, maar dan eentje met een veel grotere beginsnelheid; uit dit model vloeide onder andere voort dat de planeten pakweg een dag of vier eerder ontwikkeld waren dan de bijbehorende sterren, en dat alles zich in de loop van enkele duizenden jaren ontwikkelde tot wat we nu kunnen waarnemen.
,,Setterfields berekeningen van de lichtsnelheid konden later echter niet bevestigd worden door andere metingen. Daarom ging Humphreys het zoeken in een andere hoek: de tijd. Over die raadselachtige dimensie is niet zoveel bekend, maar wat er vanuit de Algemene Relativiteitstheorie – het beste natuurkundige model dat we vandaag hebben – wél van bekend is, is dat de tijdsverloopsnelheid afhankelijk is van de zwaartekracht. Nu is het zo dat astronomen veronderstellen dat het heelal onbegrensd is en dat wij ons op een willekeurige plek daarin bevinden en dat het heelal geen middelpunt heeft. Dit is echter een aanname die niet gebaseerd is op waarnemingen; sterker nog, er zijn aanwijzingen dat het heelal werkelijk een middelpunt bezit, zoals de straling van quasars en de draairichting en verspreiding van melkwegstelsels. Welnu, volgens Humphreys zouden wij ons dicht bij dat middelpunt bevinden, iets wat volgens de kansrekening bijna uitgesloten is, maar vanuit de scheppingsidee logisch. Nou, in het begin van de schepping was volgens zijn model het heelal veel kleiner en de meeste massa bevond zich rond het middelpunt, waar dus de zwaartekracht veel groter was dan elders. Redenerend vanuit de Algemene Relativiteitstheorie blijkt dat dan voor een waarnemer op aarde de tijd vrijwel stilstond, terwijl er ver in het zich uitbreidende heelal miljoenen jaren verstreken.
,,Of dit model houdbaar is moet nog blijken, en er zijn ook andere modellen voorgesteld, bijvoorbeeld door Hartnett met zijn Kosmologische Relativiteit, maar we weten nog te weinig van de krachten in de kosmos om definitieve uitspraken te kunnen doen over hoe alles is ontstaan. Al met al bestaat er nog geen sluitend creationistisch model, maar evenmin is het standaardmodel sluitend. Er zijn veel te veel feiten die niet overeenkomen met de theorie, waaronder tal van aanwijzingen dat het heelal pas enige duizenden jaren oud is, zoals de ouderdom van kometen, de sterkte van het magnetisch veld rond de planeten, de zuiverheid van de ringen van Saturnus en het feit dat het op Uranus en Neptunus nog steeds zwaar stormt.
,,Bovendien volgt uit de wet van behoud van energie, de eerste wet van de thermodynamica, dat het heelal een begin moet hebben. Daar komt bij dat de fijne afstelling van factoren in het heelal die leven op Aarde mogelijk maken een redelijke gedachte aan toeval uitsluit. Kortom: het heelal moet geschapen zijn, maar hoe, daar kunnen we weinig zinnigs over zeggen.”

maandag 7 december 2015

Schepping en evolutie (8): Dateringsmethoden

,,Maar denk je nu ook dat de aarde pas zesduizend jaar oud is?”
,,Pas? Weet je hoe lang dat is, zesduizend jaar? Maar je heb natuurlijk gelijk, dat dat maar een fractie is van de vierenhalf miljard jaar die de gangbare wetenschap nodig heeft.”
,,Nodig heeft? Het is gewoon gemeten.”
,,Fout. Wat er gemeten wordt, dat zij geen leeftijden, maar isotopenconcetraties. Radioactieve elementen vervallen met een bekende snelheid; als nu de verhouding tussen moeder- en dochterelement in een gesteente gemeten wordt, dan kan de ouderdom van dat gesteente berekend worden, is de redenering. Daarbij moet je echter drie vooronderstellingen maken. Eén: de vervalsnelheid moet gelijk gebleven zijn; twee: de beginverhouding moet bekend zijn; en drie: het systeem moet altijd gesloten geweest zijn, dus moeder- of dochterelement mag niet intussen ontsnapt zijn. Alle drie deze vooronderstellingen zijn twijfelachtig.
,,Maar eerlijk is eerlijk: in 90 tot 95 procent van het aantal gevallen komt de datering min of meer overeen met de theoretische ouderdom van de betreffende laag. Hoe dat komt? Misschien een grapje van de natuur, stel ik me zo voor; wie zal het zeggen? Een vermoeden van sommige creationisten is dat de radioactieve ouderdommen een maat zijn van de diepte onder water waarop de afzetting werd gevormd tijdens de Zondvloed, aangezien vervalsnelheid mogelijk samenhangt met druk en afkoelingssnelheid. Of het komt doordat één van de vragen die je moet invullen voor het laboratorium is hoe oud je verwacht dat het monster ongeveer is; misschien worden monsters met een afwijkende uitkomst wel vernietigd.”
,,Dat is een complottheorie.”
,,M… zou kunnen; maar ik heb geen familielid die op zo’n laboratorium werkt die dat kan controleren. In elk geval schijnt dat van die vragenlijst wel echt zo te zijn. Voor ‘foute’ dateringen worden allerlei verklaringen bedacht, onder andere dat het geen gesloten systeem betrof of dat de beginverhoudingen anders lagen. Let wel: alleen voor ‘fout’ geachte uitkomsten. Maar hoe verklaar je dan dat een lavalaag in het Grand Canyon, die een miljard jaar jonger zou moeten zijn dan de onderliggende basaltlaag, als 270 miljoen jaar ouder werd gedateerd? Dat enkele jaren na de uitbarsting van Mount Saint Helens ontstane lagen werden gedateerd op 350.000 tot 2,8 miljoen jaar? Dat lavagesteente van de Ngarahoe in Nieuw-Zeeland, die uitbarstte in 1949, ’54 en ’75, gedateerd werd op 0,27-3,5 miljoen jaar? En zo zijn er tientallen voorbeelden te noemen. Nu vraag ik je: als gesteenten waarvan de leeftijd bekend is veel te hoge ouderdommen opleveren, kun je de dateringen voor gesteenten waarvan de leeftijd niet bekend is wél vertrouwen?
,,Waarom werd voor een basaltlaag met als ‘gemeten’ ouderdom 23 miljoen jaar, waarin overblijfselen van Australopithecus ramidus gevonden waren, een ouderdom van 4,4 miljoen jaar gekozen? Waarom ‘mocht’ het gesteente waarin een primatenschedel gevonden werd geen 212-230 miljoen jaar oud zijn, maar ‘slechts’ 2,9 – wat later nog werd bijgesteld naar 1,9? Hoe kan het dat koolstof-14, dat een vervaltijd heeft van ruim 5700 jaar en zodoende niet meer gemeten kan worden na pakweg 75.000 jaar, gevonden is in alle bekende steenkoollagen (‘ouderdom’ tot 100 miljoen jaar), en zelfs in precambrisch grafiet? Hoe kan het dat een stuk hout dat volgens de koolstof-koolstof-methode 45.000 jaar oud was, voorkwam in een rotslaag die met kalium-argon gedateerd was op 45 miljoen jaar, dus een factor duizend verschil? En hoe is het mogelijk dat Australisch uraniet met thorium-lood berekend werd op 0-276 miljoen jaar (let ook op de spreiding), met neodymium-strontium op 1550-1650 miljoen en met lood-lood-isochroon op 841 miljoen (met een onzekerheid van 140 miljoen)?”
,,Maar jouw paar duizend jaar worden evenmin ondersteund door radioactieve datering.”
,,Klopt. Radioactief verval beschouw ik, gezien de sterke schommelingen en uitschieters in uitkomst, ook niet als een betrouwbare dateringsmethode. De geschiedkunde doet dat trouwens evenmin; die acht geschreven bronnen betrouwbaarder dan de koolstof-14-methode. Terecht, denk ik; en ik heb tevens een geschreven bron voor de ouderdom van de aarde. Hoewel ik er nog niet uit ben of de geslachtsregisters in de Bijbel de volledige tijdlijn omvatten of dat er gaten in zitten, de orde van grootte blijft dezelfde: duizenden jaren. Als het aan mij ligt geef ik de komende weken nog andere aanwijzingen dat dit meer recht doet aan de werkelijkheid dan de miljarden jaren van hoofdstroomwetenschappers.”
,,Ik ben benieuwd.”